Foto bij H.130.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Ik laat je de details wel weten.’ En voordat ik nog iets kan zeggen hangt hij op. En ik blijf achter: huilend op de grond en mezelf afvragend hoe ik ons in hemelsnaam uit deze situatie moet redden.

Een paar minuten nadat de telefoon is opgehangen, hoor ik opeens klappend geluid. Met stokkende adem schiet ik overeind, maar dan besef ik me dat het de brievenbus is. Verwachtend een krant en wat folders aan te treffen, loop ik naar de deurmat toe, maar daar ligt enkel een foto op de grond. Ik raap het stuk papier op en zie al snel dat het zo donker is dat ik even naar goed licht moet lopen om het te kunnen zien. En zodra ik zie wat het is, laat ik het bijna uit mijn handen vallen.
Het is een foto van Evan, vastgebonden op een stoel. Zijn hoofd is voorovergebogen en misschien is hij bewusteloos, of in ieder geval niet meer helder genoeg om zijn hoofd overeind te houden. Ik kan net zien dat er duct tape over zijn mond geplakt is. En wat ik ook kan zien, is het bloed. Wat hebben ze hem in hemelsnaam aangedaan? Is dit niet de reden dat ik weggegaan ben? Zodat hij geen doelwit zou worden? Dat heeft dan niet gewerkt, want niet alleen is hij toch ontvoerd, maar ook ben ik daar pas achter gekomen nadat ze hem al helemaal lamgeslagen hebben. Hij ziet er zo breekbaar uit, zo verzwakt. Wat is het toch makkelijk om iemand pijn te doen.
Met een klap leg ik de foto op het aanrecht, zo hard dat het zeer doet aan mijn hand. Nee. Dit kan niet echt zijn. Dit is een nachtmerrie. Of hallucinatie. Als het maar niet echt is. Dit kan niet echt zijn. Mijn leven trekt duistere ironie aan alsof het een magneet is, maar het is onmogelijk dat ik mijn hele leven aan gort heb getrapt en ben weggegaan om Evan te beschermen, alleen maar om er drie maanden later achter te komen dat het allemaal voor niets was. Maar wanneer ik langzaam mijn hand weghaal en ik opnieuw dezelfde foto zie, besef ik me dat ik niet langer kan ontkennen dat ik adembenemend de klos ben.
Ik loop naar de badkamer en plens water in mijn gezicht. En daarna nog een keer, ondanks dat de badkamervloer en mijn shirt er drijfnat van worden. Ik kijk in de spiegel, mijn lippen geweken alsof ik niet genoeg kracht meer heb om ze op elkaar te houden. Mijn ogen zijn groot en haast manisch. Al het bloed is uit mijn gezicht weggetrokken.
Nadat ik een paar minuten gestaard heb naar wat er in hemelsnaam van me geworden is, droog ik mijn gezicht af en leun ik even tegen de muur. Nadat ik weer genoeg vertrouwen in mijn lichaam heb, loop ik naar het medicijnkastje toe en neem een paracetamol. Ik voel de hoofdpijn nu al opkomen. En als ik een gokje mag wagen, zal ik vanavond alle hulp die er is kunnen gebruiken als het gaat om pijn verbijten.
Ondanks dat ik het liefst op duizend verschillende manieren een paniekaanval zou willen krijgen, blijf ik op het randje van functioneren balanceren en loop ik weer naar de foto toe. Die kan ik daar niet op het aanrecht laten liggen. James komt zometeen immers thuis.
Dan pas valt het me op dat er iets op de achterkant geschreven staat. Een tijd en een plaats. Vannacht om één uur. Hoe ga ik dat in hemelsnaam halen?
Net wanneer ik weg wil zakken in de stress, besef ik me dat ik daarvoor geen tijd heb. Zo lang duurt het niet voordat James ook hier is.
Ik probeer mijn schuldgevoel te verbergen wanneer ik twee koppen thee zet en in één daarvan wel een hele hoop slaapmiddel doe. Even twijfel ik weer, maar dan besef ik me dat ik moet kiezen tussen Evan laten sterven of James drogeren en gezien er maar één optie is waarbij ze allebei blijven leven, is het niet een extreem moeilijke keuze.
Wanneer ik opeens een sleutel in het slot hoor gaan en ik weet dat het James is die thuiskomt, sprint ik met de foto van Evan naar mijn kamer om die daar buiten het zicht te leggen. Hij blijkt mijn haastige vlucht net gezien te hebben, want nadat hij zijn jas op heeft gehangen, loopt hij naar mijn kamer toe en klopt hij tegen de deurpost om zijn aanwezigheid aan te kondigen.
‘Gioa?’
Ik haal een hand door mijn haar en draai me zo nonchalant mogelijk naar hem om, probeer te lijken alsof ik niet als een Olympische atleet door het huis heb gerend. Ik faal echter volledig. Het is overduidelijk dat ik gehuild heb en mijn handen trillen alsof ze nooit iets anders gedaan hebben.
Een paar seconden kijkt hij me met gekrenkte blik aan, maar dan glijdt hij met zijn hand over zijn kortgeknipte kapsel en zucht hij. ‘Ik dacht dat het beter ging.’
Ik kijk naar de grond. ‘Het gaat gewoon... ik heb gewoon een slechte dag.’
Hij loopt met naar beneden hangende mondhoeken naar me toe en slaat zijn armen om me heen. Ik slik en begraaf mijn gezicht in zijn borst. Hij wiegt me zachtjes heen en weer met zijn kin op mijn hoofd rustend en ik ruik zijn goedkope aftershave en de motorolie van de garage waar hij gewerkt heeft.
Ik bijt op de binnenkant van mijn wang om de tranen binnen te houden en maak me dan van hem los. Ik veeg even mijn wangen droog en strijk dan mijn shirt glad.
‘Ik heb thee gezet,’ zeg ik dan schor. Hij werpt me weer even een onderzoekende blik toe en knikt dan. Hij volgt me naar de keuken en ik pak meteen de mok zonder het slaapmiddel. Ondanks dat het nog veel te heet is, neem ik meteen een slok. Ik moet nu eenmaal ervoor zorgen dat hij niet het verkeerde kopje kiest.
Omdat ik even de later de thee al eerder op heb dan hij, pak ik de magnetronmaaltijden uit de vriezer. Terwijl ik het eten opwarm, pak ik alvast het bestek en de borden, wat ik op de tafel leg. Ik word er akelig mee geconfronteerd dat ik mijn handen niet op kan laten houden met beven, maar ik negeer het. En James doet dat ook.
Na een paar minuten zitten we aan tafel en we zijn nog stiller tijdens het eten dan normaal. Mijn mes en vork tikken steeds tegen het bord aan en telkens wanneer het erger wordt kijk hij me sceptisch aan.
Nadat ik alles op de automatische piloot op heb gegeten, zet ik mijn vuile vaat weg en terwijl ik me afvraag hoe ik het verder aan moet pakken, dwalen mijn gedachten naar de foto van Evan, naar het bloed aan zijn kleren, de duct tape op zijn mond. En opeens word ik kotsmisselijk. Nog voordat ik bij het toilet ben, staat James er al om mijn haar uit mijn gezicht te houden. Nadat ik alle ellende eruit gebraakt heb en als een trillend stukje wanhoop bij de wc zit, vraagt James: ‘Wat is er? Heb je iets verkeerdst gegeten?’
Er trekt een rilling door me heen en mijn handen knijpen in het porselein. Ik heb het koud en ik voel me verschrikkelijk ellendig. Dat ik weet dat het waarschijnlijk nog erger met Evan gaat, helpt niet.
‘Ik... ik moest aan Ammay denken en ik...’ De zin begon ik in de hoop dat het een geloofwaardige leugen zou zijn, maar het zorgt ervoor dat ik er ook echt weer aan moet denken en ik knijp mijn ogen dicht bij het beeld van al dat bloed. Zo veel bloed. Ik voelde haar laatste ademteug terwijl ze in mijn armen lag.
Hij is even stil, alsof hij al weet dat hij me niet gerust kan stellen. ‘Is alles eruit?’ vraagt hij dan. Wat een charmeur.
Ik knik en doe duizelig een poging om overeind te komen, waarbij hij me uit bezorgdheid helpt. Hij volgt me wanneer ik naar mijn kamer loop en voordat ik de deur dicht kan doen vraagt hij of ik nog iets nodig heb. Ik antwoord van niet en zeg dat ik maar gewoon ga douchen en daarna maar gaan slapen.
Pas wanneer het bijna twaalf uur is, kom ik mijn kamer weer uit om mijn plan voor te zetten. Als het slaapmiddel minder krachtig was dan ik dacht, is hij misschien nog wakker, maar waarschijnlijk is hij al te duf om vraagtekens te zetten bij het geluid van ik die mijn slaapkamer verlaat.
Zo stil mogelijk trek ik mijn jas en schoenen aan en heel voorzichtig haal ik de autosleutels van het haakje. Ik doe net de deur open wanneer ik James hoor zeggen: ‘Denk je serieus dat ik niks doorhad?’

Reacties (2)

  • BethGoes

    Stommestommestomme james.... waarom had hij het niet verteld?

    2 jaar geleden
  • Luckey

    james heeft een sensor erin er voor
    hij heeft ook een verleden en is niet makkelijk voor te gek te hoduen

    2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Dat klopt zeker. Hij is zo’n moeder die ogen in zijn achterhoofd heeft, gewoon.

      2 jaar geleden
    • Luckey

      maar ook echt, maar ook die al voor heeft dat er iets is voor dat je het zelf ziet

      2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      James in a nutshell: Hij is drugsdealer, slaapt met een pistool in zijn nachtkastje, is over het algemeen supereng - en weet precies wanneer zijn Gioa iets doms gaat doen.

      2 jaar geleden
    • Luckey

      Je ontwikkeld in die wereld bepaalde alarm bellen en die kan die nu goed gebruiken

      2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ja, dat zeker. Het helpt James enorm bij een soort van supervoetbalmoeder te zijn.

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen