Ik hoorde een aantal voetstappen verdwijnen maar ik voelde dat de bruinharige jongen voor me zat. Als ik echter nu mijn hoofd zou optillen zag hij mijn rode ogen en mijn hoektanden. Dus dat weigerde ik. De jongen hurkte en was nu op de zelfde hoogte als mij. Verder was iedereen doorgelopen.
“Heey, wij hebben elkaar eerder ontmoet is het niet. Waarom zit je hier zo alleen.” Zijn stem klonk heerlijk. Hij sprak zacht en hij was zo dicht bij dat als ik me hoofd omhoog deed ik maar één beweging hoefde te maken dan kon ik hem bijten. Bijten..
Ik had besloten dat het lot zou bepalen en hier was hij dan, in de steeg waar ik probeerde mezelf te verstoppen maar wat blijkbaar niet werkte. Hij was zo dichtbij en ik had zo’n honger, honger naar hem.
“Wat is er gebeurt?” Zijn stem klonk bezorgd.
“Niks, ga weg” mijn stem piepte en hij moest heel snel weg zijn anders was het echt te laat. Te laat voor wat ik al een aantal dagen probeer te voorkomen. Maar, dit was nou eenmaal het lot.
Zijn hand vond één van mijn armen. Hij was warm, het bloed voelde ik stromen door zijn pols.
“Ik ga niet weg tot je opstaat en jezelf door mij naar huis laat brengen” Hij klonk stand vast, mijn zelfverdediging begon af te brokkelen met grote stenen tegelijk. Waarom wilde ik hem nou niet bijten? Hij bood zichzelf zowat aan. Toen zijn hand over mijn arm heen gleed voelde ik zijn ring, aan zijn ringvinger, toen die met de zegel mijn huid raakte voelde ik de pijn door mijn lichaam trekken. Het was zo plotseling dat ik mijn hoofd optilde en naar hem siste. Tussen mijn tanden door. Siste waardoor hij mijn bloedrode ogen en hoektanden kon zien.
Ik zag zijn gezicht vertrekken, met de plotseling dat ik mijn hoofd had opgetild en zijn hand had weg geslagen. Zijn gezicht was eerst verbazing en toen woede. Ik sprong tegelijk op met hem. Ik wilde hem aanvallen maar iets hield me tegen. Mijn instinct zei dat ik moest vluchtte. Maar, hij had me herkent hoe kon ik nou vluchten. Ik zou zijn gedachten moeten manipuleren.
“Je bent een vampier.” De bruinharige jongen die de naam Tristan met zo’n kracht droeg keek me verafschuwd en boos aan.
Ik siste nog steeds terwijl ik mijn hand over de plek heen had gelegd waar zijn ring me had geraakt. Hoe kon hij nou weten wat ik was en daar zo rustig blijven staan.
Hoe kon het dat zijn ring zo'n pijn veroorzaakte waardoor al mijn afweer systemen in een keer zouden reageren? Zoveel vragen, zo weinig tijd, ik moest echt beslissen wat ik zou doen, vechten of vluchten.
Ik keek de jongen in zijn groene ogen, de woede die daarin te lezen was zorgde er voor dat ik even rilde. Dit was niet goed. Ik had nog nooit iemand ontmoet die zo’n reactie gaf op mijn werkelijke vertoon. Hij leek niet eens bang. Al zijn spieren waren net zo aangespannen als de mijne en hij leek woest.

De jongen zijn hand gleed naar zijn jaszak, ik had geen zin om te wachtte wat daaruit zou komen dus ik viel hem aan. Ook al beweerde mijn instinkt dat ik dit niet moest doen.
Ik viel aan zoals ik lang geleden voor het laatst had gedaan, mijn nagels wilde ik in zijn nek boren. Maar, tot mijn schrik was hij net zo snel als ik, zijn hand weerde mijn hand met zo’n kracht af dat ik verbaast aan de andere kant van de steeg stond. Hij had me een flinke mep op me arm gegeven en met die kracht stond ik nu zeker 3 meter van hem vandaan.
Ik was zo verbaast dat ik met mijn mond open naar hem stond te kijken. De jongen had ondertussen het gene uit zijn zak gehaald wat hij verborg. Een kleinere versie van één van de staken die ik ooit in een museum had gezien. Hij keek me nu dreigend aan en zijn spieren waren aangespannen.
Ik was oprecht verbaast toen hij dreigend de staak omhoog hield. Ik had dit werkelijk nog nooit meegemaakt een jongen die een staak bij zich droeg en zo sterk en snel was. En dan nog wel de jongen waar ik zo naar verlangd had.
Toen de jongen mij peilend in de gaten hield viel hij uit het niets weer aan, ik pareerde deze slag omdat ik nu zijn snelheid kon inschatten en ik klauwde met mijn nagels over zijn arm. Zijn onderarm bloedde nu en ik was een paar nano seconde afgeleid door de geur van zijn bloed. Hij rook zo heerlijk. De blonde jongen had echter geen aandacht voor de schade die ik aangebracht had en hij stak me in mijn schouder. Toen het hout mijn huid doorboorde voelde ik de pijn.
De woede die de pijn in me opriep was genoeg om de jongen met een smak tegen de muur aan te gooien. De klap die daarbij vrij kwam was door de hele steeg te horen.
Ik hoorde verschillende voetstappen onze kant op komen en voordat ik me kon bedenken, sprong ik behendig op het dak. De houten staak zat nog steeds in mijn schouder en terwijl ik me een weg baande over de Spaanse daken trok ik het hout uit mijn lichaam. De staak hield ik sissend in mijn hand terwijl ik met een onmenselijke snelheid richting mijn appartement rende. Dit was helemaal niet zoals ik had gehoopt dat het zou lopen. Helemaal niet!

Reacties (1)

  • Luckey

    Oh boy

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen