'Verdomme', snoof Braeden kwaad, 'ik had toch nadrukkelijk gezegd geen beschadigingen, moet je nou eens kijken! Hij zit onder de blauwe plekken.' Mike liet mij eindelijk los, waarna ik al snel op de stenen vloer landde.

'Ik dacht dat je wilde dat wij hem zijn plek zouden laten leren kennen. Dat is wel gelukt lijkt mij', grijnsde Jay, terwijl hij Braeden geamuseerd aankeek. 'Ik moet hem nog wel zien te verkopen, enig idee hoeveel deze waard is?!', gromde ze, het tweetal een geërgerde blik gunnend. Ik keek nog een laatste keer naar het lijk van de vrouw. Mijn hele lichaam beefde na nog na van dat wat ik zojuist had gezien.

Haar eerder nog zo heldere blauwe ogen staarden nu dof en levenloos mijn kant op. Jay had haar verkracht - verkracht en vermoord. In gedachten zag ik het weer voor me, hoe hij zijn vlijmscherpe hoektanden in haar nek zette en haar open scheurde, alsof het allemaal niets voorstelde. Hij zoog het leven letterlijk en figuurlijk uit haar lichaam. Haar gegil ging door merg en been, maar de demon leek er alleen maar sterker van te worden. Haar pijn voedde hem, maakte hem nog groter, beter en gemener. Het liefste was ik naar haar toegerend om haar uit zijn greep te bevrijden, maar ik kon geen kant op. De bewaker had me zo stevig vast dat ik mijn botten haast had kunnen voelen kraken. Ik kon alleen maar schreeuwen, huilen en hem smeken om te stoppen. Het voelde als het juiste om te doen, om haar er in de laatste seconden van haar leven van te overtuigen dat er wel iemand was die zich om haar welzijn bekommerde. Dat er iemand was die probeerde, al was het tevergeefs, om haar leven te redden. Ik vreesde dat ik deze beelden nooit meer van mijn netvlies af zou krijgen en ik was er ziek van.

Braeden zuchtte diep. 'Mike, dump haar lichaam bij de andere karkassen. Jay, ga naar Cedric toe, hij heeft nog wat andere nieuwgeborenen die ook geconsumeerd moeten worden. Ik ga deze even wat oplappen voor de veiling.' Ze praatte over de situatie alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Mensen die geconsumeerd zouden worden, veilingen en karkassen. Een deel van mij hoopte nog dat dit gewoon een zeer realistische nachtmerrie was, maar een ander deel van mij had deze wereld al moeten accepteren als de realiteit.

De demon richtte zich op mij en glimlachte, terwijl haar ogen weer rood op gloeiden. 'We hebben geen tijd te verliezen. Ik wil het geld vanavond zien rollen.'

Ik werd aan mijn pijnlijke arm overeind getrokken en moest weer naar een andere kamer lopen, die ze toen we eenmaal binnen waren op slot draaide. Ze kwam zich steeds wat dichterbij, tot ze op een gegeven moment recht voor mijn neus stond.

'Ik zou me bijna aan je vergrijpen', fluisterde ze, terwijl haar hand langs mijn wang liet glijden. Mijn ademhaling versnelde en ik probeerde recht voor me uit te blijven kijken.

'Duizenden nieuwgeborenen hier en jij springt eruit. Ik kan de geur van je bloed nog van meters afstand ruiken. Jij hebt een pure ziel.'

Ik slikte de brok in mijn keel met moeite weg, nog steeds kwaad en verbijsterd om de dood van de onbekende vrouw. 'Ga je me toch vermoorden?'

Ze haalde haar ijskoude vingers onverhoeds van mijn wang af en schudde haar hoofd. 'Nee, natuurlijk niet lieverd. Daar lever je veel te veel geld voor op. Ik ga je vanavond verkopen.'

Ik zag hoe zich omdraaide zich om naar de kraan te lopen. Ze vulde een ijzeren emmer vol met water en zonder zich nog een tweede keer te bedenken gooide ze deze over mij leeg. Het water was haast net zo koud als de demonen zelf en nu waren mijn kleren ook nog eens drijfnat. Fijn. Ik staarde chagrijnig voor me uit, maar Braeden leek dat door te hebben.

'Je bent zo droog’, riep ze. Ik rolde met mijn ogen. Ze moest eens weten hoe verschrikkelijk koud het hier überhaupt was, al sinds ik wakker werd in mijn cel had ik het niet meer warm gehad. Het ijskoude water hielp niet echt mee. Ze pakte een set handboeien uit de kast en liep weer naar mij toe.

'Steek je handen naar voren', gebood ze. Ik wilde weigeren, maar de dreigende blik in haar ogen vertelde me dat ik mijn handen maar beter naar voren kon steken. Vakkundig klikte ze de ijzeren handboeien vast. Ik vroeg me af wat daar het nut van was, aangezien ik toch geen schijn van kans zou maken tegen de demonen. Het zorgde alleen maar voor nog meer discomfort.

'Ik kan zijn vingerafdrukken op je wangen zien staan, wat een idioot', bromde ze, 'maar het zijn gelukkig maar wat blauwe plekken en een paar krasjes, geen een ernstige of blijvende verwondingen. De andere demonen zullen je er vast niet voor laten staan. Ik breng je nu naar de andere nieuwgeborenen voor de veiling.'



Reacties (2)

  • Allmilla

    Ik ben nu al verliefd op je verhaal, het is echt zalig om te lezen!(flower)(Dat klonk precies vrij sadistisch...xD)

    1 jaar geleden
  • Luckey

    oh god
    heftig wat daar allemaal gebeurd

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen