Toen de bus bijna wilde vertrekken gingen de deuren opnieuw open, er zat nog niemand naast me maar de bus was vrij vol. En misschien had het wat met mijn geluidsoverlast te maken. Maar toen hij de bus instapte keek ik hem meteen recht aan. De groene ogen keken me strak aan en zijn gezicht stond als een masker zo koel bleef hij me aankijken toen hij het gangpad van de bus over struinde en mijn richting opliep. De jongen uit mijn nachtmerrie leek me daadwerkelijk niet met rust te kunnen laten. Zijn geur was al snel bij me maar ik had het verlangen om te bijten al van me af kunnen zetten voor nu althans. Hij was mijn aartsvijand geworden. Een aartsvijand zoals beschreven had gestaan in de mail van Kai die me niet in het openbaar zou vermoorden. Ik wist niet goed wat ik nou moest denken toen hij naast me plaats nam. En ik zetten mijn hakken tegen elkaar op de grond en negeerde hem volkomen.
Een vampier en een vampier jager. Naast elkaar in de bus. Wat een feest.
Zelfs de schrijvers van alle verhalen over vampiers had dit niet kunnen verzinnen. Ik even min.
Hij was gespannen zijn spieren lieten me weten dat hij mocht ik een poging wagen te ontsnappen of aan te vallen hij me met gelijke maat terug zou betalen. Zijn geur was nog steeds heerlijk aantrekkelijk ook al probeerde hij deze te verdoezelen in de aftershave die hij droeg.
Ik kon het niet laten om hem uit mijn ooghoek te bestuderen, zijn hoofd stond een beetje mijn kant op. En hij bekeek me ongemanierd. Zijn groene ogen schoten even naar de mijne en toen weer naar mijn handen die met mijn ipod speelde.
Ik had mijn muziek nog steeds aan en probeerde rustig te ademen. Echter bleek dit niet geheel te lukken. Een vampier jager...
Niet dat ademen voor mij essentieel is, meer een gewoonte.
Als iemand me dit in al die 426 jaar had voorgespiegeld had ik die persoon eerst uit gelachen en daarna waarschijnlijk uit irritatie vermoord. Omdat het kan, echter zou ik daar dan later weer spijt van krijgen.
Dag schuldgevoel, hallo heden en slechte karma.
Ik kon er niets aan doen dat ik een beetje geïrriteerd zuchtte ik had mezelf in een vrij lastige situatie gebracht zonder daar veel moeite voor gedaan te hebben. En nou zou ik ruim 45 minuten naast een jongen moeten zitten die me eigenlijk wilde vermoorden. Hoe kreeg ik het voor elkaar.
Ondertussen probeerde ik zijn ring te bestuderen toen ik het stiekem uit me ooghoek bespieden had opgegeven en hem rechtuit aankeek. Zijn ring zat echter goed verborgen onder zijn andere hand. Zou hij het weten dat vampiers informatie hebben over jagers.. ?
Ik was mijn zwijgplicht echter zat toen de bus vertrok en ik trok één van mijn oortjes uit mijn oor en bekeek hem ongeduldig.
De jongen naast me had een massa aan spieren en hij was knap maar hij kon knap chagrijnig kijken.
“Dus, je dacht ik vertrek maar?” De woorden waren mijn mond al uit voordat ik had nagedacht. De jongen negeerde me echter en deed of hij niks had gehoord.
Ik had zin om hem in het Spaans te vervloeken maar helaas mijn vervloekingen werken niet zo goed misschien komt dat omdat ik een vampier ben en geen heks.
“Zwijgen is toestemmen weet je,” merkte ik nogal droogjes op toen ik mijn nagels zat te bestuderen. Iets vertelde me dat hij in die rugzak die hij nu op de vloer neerzetten meerdere spullen had om mij en andere vampiers te vermoorden.
De jongen leek echter nog steeds niet van plan om antwoord te geven wat ik knap vervelend vond. Ik haat het om genegeerd te worden. En ik was niet van plan mijn reis uit te zitten naast een vampier jager die niet eens de moeite nam om antwoord te geven. Eigenlijk wilde ik helemaal niet naast hem zitten ook niet als hij wel had geantwoord.
Toen ik achter me keek zag ik nog een plaatsje tussen wat rumoerige Duitsers maar alles was beter dan een bruin harige vampier jager.


Toen ik mijn tas van de grond viste wilde ik opstaan maar een sterke gespierde hand hield mijn arm vast. Ik siste, een nogal stomme gewoonte maar ik doe dat nou eenmaal.
“Laat me los, of ik schop een scene.” Siste ik tussen mijn lippen door en er was een klein moment dat ik mijn hoektanden in mijn tandvlees voelde.
Ik probeerde tot tien te tellen maar ik kwam niet verder dan vier.
“Ga zitten, of ik schop een scene.” Mompelde de jongen zachtjes naast me op een koele toon.
Ik keek hem twee seconde lang woest aan maar liet me toen weer zakken op mijn stoel naast me.
“Dus, je bent opeens wel van plan om te praten tegen me.” Mijn stem was net zo koel als mijn vriesvak waar ik mijn heerlijke chocolade ijs voor noodgevallen bewaarde.
“Niet bepaald” merkte de jongen naast me op.
“Dus, dit wordt een stilzwijgende reis, waarbij jij me dwingt naast je te zitten” mijn ogen schoten naar de passagiers naast ons toen ik de jongen mijn woorden dreigend toe fluisterde.
“Zo iets,” de blonde jongen leek niet erg spraakzaam, iets wat hij een paar dagen geleden wel was geweest. Toen was hij niet bij me weg te slaan.
Toen wist hij nog niet dat ik een vampier was.
“Great, ik denk niet dat ik daarop ga wachten.” Ik ondernam nog een poging toen ik opnieuw een hand op mijn pols voelde en hij me doordringend aankeek.
“Blijf zitten, bloedzuiger,” de pure woede die in zijn gefluisterd zat verborgen intrigeerde me.
Ik wist niet zo goed wat ik met de hele situatie aan moest maar hij was blijkbaar niet van plan me te vergeten. Ik voelde me alleen van binnen beledigd door hoe hij me noemde. Ik had er toch ook niet om gevraagd zo te worden. Al beviel het me aardig goed. Op het feit na dat ik soms mensen besprong en ze vermoord en ik daar dan de rest van het jaar last van heb.
“Dus, ik zit vanavond met jou opgescheept.” Het was meer een conclusie voor mezelf dan dat ik tegen hem sprak. Maar hij vatte dat totaal anders op bleek alweer.
“Het probleem is, dat ik helaas met jou opgescheept zit terwijl ik vakantie heb.” De jongen zijn stem klonk nog steeds koel en ik vond het maar niks deze conversatie. Toen de bus voor het eerst stopte stapte er een aantal feestgangers uit.
“Weetje, Tristan was het niet.” Ik werd echt tot het uiterste gedreven door deze jongen die nu mij de schuld gaf dat hij hier zat. Ik had er per slot van rekening niet eens om gevraagd.
En hij rook zo verdomd goed dat mijn keel branden en dat mijn hoektanden me continu lieten weten dat ik op het puntje van de afgrond stond.
“Ik heb er niet om gevraagd dat je hier bent, ik heb niemand vermoord de laatste maanden. Maar, ik ben van plan een uitzondering voor jou te maken. Mocht je nu zo de beslissing maken om me met rust te laten. Even goede vrienden en dan vergeten we onze aanvaringen.” Mijn vingers klemde mijn ipod zo vast dat ik bang was dat het kleine iele dingetje zo veranderde in gruis.
“Het is niet dat je niemand vermoord, maar het is omdat je een bedreiging bent voor de mensheid dat ik je niet kan laten leven.” De jongen klonk stand vast.
“Fijn, maar voordat je dit plan in uitvoering gaat brengen moet ik eerst langs de bloedbank.” De bus stopte bij mijn woorden en ik stond op.
De jongen naast me leek verbaast maar hij liet me erlangs en voordat ik iets kon doen volgde hij me de bus uit.

Reacties (1)

  • Luckey

    Zo die zit !!
    Wat nu?!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen