Sabrina zat nu met mijn bewusteloze halfzusje, pleegdochter in haar armen, mijn ogen stonden zo giftig, zo driftig en mijn gehele lichaam trilde zo erg dat ik me afvroeg wanneer ik zou klappen. De vrouw was zo naief, zo dom als het achterkant van een varken dat ik haar bij haar schouders beet wilde grijpen en eens goed door elkaar wilde schudden. Opdat wat mijn hersens bedachten, deden mijn armen.
De vrouw had ik ruw beet gegrepen met mijn nagels in haar schouders en ruw, hard schudde ik de vrouw door elkaar.
"Hoe kon je haar alleen laten, hoe kon je, hoe kon je" gilde ik haar toe.
Bibberend, happend en stotterend probeerde ze woorden te hakkelen, als ik de intentie had gehad om ernaar te luisteren wist ik wat de vrouw probeerde te zeggen. Maar ik kon het niet, ze had mij zo hard gekwetst, om zo op te komen dagen met mijn kind, mijn zusje, dat ik in staat was haar wel meer aan te doen dan door elkaar schudden.
"Naïef wicht dat je er bent" gilde ik haar toe.
"Hoe kon ik zo stom zijn om haar bij jullie onder te brengen" snauwde ik verder. De vrouw nog meer door elkaar schuddend, haar hoofd tolde vreemd mee op haar schouders en haar ogen begonnen licht te draaien. Maar ook dat liet mij niet stoppen, ze was te ver gegaan. Veel te ver, en mij niet serieus genomen. Na mijn uitleg van de rechtbank, na alle ellende dat Fay heeft moeten doorstaan doordat ze bijna haar biologische moeder weer moest zien. Had ik wel gehoopt dat de mensen van zo'n instantie toch nog wel wat verstand in zich hadden zitten.
Maar alles behalve, mijn vertrouwen was geschonden.
"Stom wijf, wat doe je de hele dag" riep ik verder met overslaande huilende stem.
Handen, sterke ijskoude handen voelde ik mijn lichaam omsluiten, stemmen probeerde mij te bereiken maar luisteren deed ik niet. Met al mijn kracht in mij probeerde ik nog altijd de vrouw door elkaar te schudden. Ruw, heel ruw werd ik ineens van de vrouw losgetrokken en heel erg ruw weggedraaid van het gezicht van de vrouw van het naschoolse. Een spuit, met een naald zo groot als dik als de weg naar Assen sierde mijn zicht en happend naar lucht maakte ik een stap van angst naar achter. Daar botste ik tegen een redelijk breed gespierd lichaam op dat overigens ijskoud aanvoelde.
"Ja zijn we kalm, dame" was de zware doordringende stem van mijn vader.
"Ja" kwam er beknepen over mijn lippen, mijn ogen nog altijd op de kalmeringsspuit gericht.
"Zeker" mijn vaders ogen stonden bezorgd zoals dat van een arts.
"Ja, heel zeker" kwam er beknepen zo beknepen uit mijn keel dat ik mij afvroeg of hij mij er al niet stiekem één had gegeven. "Mooi, jij gaat daar aan die tafel zitten en je houd je rustig" gromde mijn vader naar de tafel waar de Cullens aanzaten, met een bek vol tanden schudde ik mijn hoofd.
"Ik blijf bij Fay" kwam er schel over mijn lippen, duidelijk nog steeds ontdaan.
Mijn vader begon te zuchten waarop hij dreigend de spuit dichter naar me toe drukte, "oké, oké" riep ik als gelijk, angstig dat hij hem alsnog zou gaan gebruiken, stapte ik bij de tafel weg, eerder half stormend. Een bulderende lach vulde mijn trommelvliezen, maar erop reageren kon ik niet, ik was daar te kwaad voor. En om geen spuit in mijn donder te krijgen deed ik dit keer maar is wat mijn vader mij opdroeg.
Grommend liet ik mij aan de tafel van de Cullens zakken, mijn blik nog steeds op onweer.
Het probleem was nu dat ik niet kon volgen wat mijn vader en of dokter Cullen aan het bespreken waren. Fay zat al aan een infuus en ook haar hoofd werd in een vreemd rood ding gewikkeld zodat ze hem niet meer kon bewegen net zoals haar nek. En ergens was ik blij dat ze bewusteloos was, want anders hadden ze dat bij langer na niet voor elkaar gekregen. Fay vond dokters helemaal niks, en om heel eerlijk te zijn had ik het niet zo op hen spuiten.
Voor de rest boeide het ziekenhuis me niet, was ik ook niet zo angstig.
Ineens zag ik mijn vader zijn dokterstas beet grijpen, dokter Cullen legde Fay voorzichtig op een brancard en dat was mijn roep dat ik terug bij ze kon voegen. Als een bezetene rende ik achter mijn vader en dokter Cullen aan, verwachtingsvol rees ik mijn wenkbrauw.
"We nemen haar mee," sprak mijn vader fronsend.
"Komt het goed, wat heeft ze" vroeg ik twijfelend, angstig dat het ernstiger is dan mijn vader mij wilde zeggen.
"Dat weten we nog niet, ga naar huis" knikte mijn vader.
"Nee, ik ga mee naar het ziekenhuis" riep ik als gelijk, mijn hoofd schuddend. "Thuis maak ik mij net zo druk als in het ziekenhuis, dus ik ga gewoon mee" sprak ik zeker van mijn zaak. Hij zou mij nu niet met een spuit weg kunnen krijgen en daarbij had hij hem al lang en breed opgeborgen in zijn dokterstas.
"Goed dan" bromde mijn vader, waarop ik snel in de ambulance sprong en naast dokter Cullen ging zitten.

Reacties (2)

  • Luckey

    Ik snap ergens nog wel der reactie
    Als maar goed komt met fay!!

    2 jaar geleden
  • LarryNiam

    Mijn god meid je draaide door

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen