Ditmaal werd ik wakker in een groot tweepersoonsbed, een kreun zo hees als maar kon zijn na al het gillen en schreeuwen. Versuft, duf begon ik met mijn handen over mijn gezicht te wrijven, proberend te plaatsen waar ik precies was. Het bed lag namelijk niet zoals het mijne in Port-Angeles of het bed bij mijn vader.
De kamer had lichte natuur tinten en aan de linkerkant van de kamer zat een groot raam dat eigenlijk diende als muur. Een schitterend uitzicht, maar ik kon mij daar niet mee bezig houden. De gedachtegang van eerder doemde op, de woorden van Edward, die sterke ijskoude greep en die verdomde klote spuit.
"Verdomme" fluisterde ik, mijn hoofd schuddend.
Gekraak van een deur liet mij verschrikt opkijken, recht in een paar goudbruin gekleurde poelen bleven mijn ogen haken, een vrouw zo blond als ze maar kon zijn haar haar zo lang dat het haast haar billen raakte stond ik de deuropening. Langzaam kwam ze verder de kamer in, "je bent wakker" fluisterde ze, glimlachend.
"Uh" kwam er ontsteld over mijn lippen.
"Waar ben ik" vroeg ik fronsend, "in mijn kamer" grinnikte de vrouw verder.
"Rosalie, jij bent Sterre is het niet" vervolgde de vrouw glimlachend liet ze zich op de rand van haar bed zakken.
"Waar is Edward," gromde ik als gelijk, precies wetende wat hij bij mij geflikt had, hij had mij gewoon geprikt met een naald, mij gewoon een kalmeringsmiddel toegediend.
"Doet er niet toe" sprak de vrouw haar hoofd schuddend, "ja dat doet er wel toe, ik moet naar het ziekenhuis, Fay heeft mij nodig en die EI ontvoerd mij op commando van mijn vader en spuit mij plat" grauwde ik kwaad, mijn handen waren al tot vuisten gekruld en voor even kon ik een glimlach rond de lippen van Rosalie zien zitten.
"Rustig, Kalmeer" fluisterde ze, haar ogen gleden naar de deur.
"Als je dat niet bent, ben je zo weer onder zeil" fluisterde ze zo zacht dat ik het haast niet kon horen.
"Ik ben kalm en rustig, het enige wat ik wil is bij mijn dochter zijn" grauwde ik, "wat nu als ze wakker wordt zonder mij de boel afblert geloof me maar jouw vader en die van mij krijgt haar niet rustig, spuit of geen spuit" mopperde ik mijn armen over elkaar heen gekruld.
"Vervelend hé die zorgen, bezorgdheid, onrust" sprak de vrouw, bedenkelijk.
"Nou" pufte ik rollend met mijn ogen.
"Hoop dat - dat snel voorbij gaat" mompelde ik zo zacht dat ze het niet had kunnen horen maar toch deed ze het.
"Gaat het niet, geloof me maar" grijnsde ze knipogend.
"Oh" mompelde ik stilletjes.
"Kan je beloven dat je rustig en kalm blijft," Rosalie keek me afwachtend aan, haalde mijn schouders op.
"Misschien" mompelde ik, mij van het bed drukkend. Bekeek ik kort mijn outfit, nog altijd het zelfde, gelukkig ze hadden me gewoon met kleding en al te bed gelegd. "Moet ik hier op deze kamer blijven" vroeg ik achterdochtig, de vrouw schudde kort haar hoofd en drukte zich vervolgens recht. Ineens stond ze naast de deur en had ze hem al geopend, fronsend stapte ik haar kamer uit, dat was vreemd, heel vreemd.
"Hou je gedeisd" mompelde ze, voordat ze me voorbij schoot en ik de laatste trede nam.
Nerveus over wat ik zou aantreffen of beter gezegd wie ik zou aantreffen liep ik de blonde vrouw achterna.
"Ah, de schone slaapster" werd er door de spierbundel gelijk gebulderd.
Een grom verliet mijn mond, "Emmett" nog voor ik iets kon roepen had Edward zijn naam al bestraffend geroepen. Oké zijn naam was dus Emmett goed te weten, spierbundel is Emmett. Boos draaide mijn hoofd van Emmett naar Edward die op het bankje zat van de piano.
"EI dat je er bent" grauwde ik naar de jongeman.
"Sterre" verzuchtte Edward, "nee niet Sterre, je weet niet hoe ik mij voel wat er door mij heen gaat. Ik wil gewoon mijn kind zien, bij haar zijn wanneer ze ontwaakt, mij nodig hebt" snauwde ik de man af. "Je kind" was ineens de verbaasde stem van een andere man. Geschrokken draaide ik mijn hoofd, "ja" mompelde ik kortaf.
"Lastig uit te leggen" verwoorde ik verder.
"Je bent zestien" was de geschrokte stem van de jongeman, die niet veel ouder leek dan de spierbundel.
"Zeventien" bromde ik met mijn armen over elkaar.
"En wat zou dat, kan een zeventien jarige geen moeder zijn?" vroeg ik hem nu kattig, haast arrogant met gerezen wenkbrauwen. "Dat zeg ik niet, ik vind je alleen nog wat jong om z'n verantwoordelijkheid te dragen" sprak de man, zijn houding was kalmerend, rustgevend en boven op al, respectvol.
Een rauwe zucht voelde ik over mijn lippen rollen, "heb er ook niet voor gekozen om zo vroeg z'n verantwoordelijkheid te dragen maar ik doe het wel, heb de keus gemaakt om dat wel te doen, om haar een goed leven te geven, niet z'n jeugd als ik of mijn andere broers en zussen gehad hebben" sprak ik, kalmer, rustiger.
"Makkelijke verwoording, Fay is mijn halfzusje, tevens mijn pleegdochter omdat ons moeder gewoon niet voor haar kan zorgen en ze te veel aan mij gehecht is geraakt en mij als haar moeder ziet en niet Esther" sprak ik zuchtend, mijn ogen sloegen naar de hemel.
Het leek wel of dat mens op de een of andere manier nooit uit me leven zou verdwijnen.

Reacties (1)

  • Luckey

    Gaat ze ook niet
    Jullie dragen allemaal haar DNA en dat veranderd nooit
    Maar ze klinkt al stuk kalmeer als in ander deeltje

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen