O​p een vreemde manier begon ik te wennen aan het leven op Park Heijdenveld. Dat wilde niet zeggen dat het ook maar enigszins makkelijker werd, maar ik voelde me niet meer zo hulpeloos als voorheen.
In de afgelopen twee weken was Zomer bijna elke avond na haar werk langs gekomen. We sloten ons op in mijn caravan, waar we eindeloos films keken op mijn laptop, of maakten een boswandeling. Tess had me niet meer uitgenodigd om een avondje uit te gaan. Zelfs als ik het gewilt zou hebben en zelfs als Zomer besloot een avondje op haar studentenkamer door te brengen, dan nog zou ik de kans niet meer krijgen om mee te gaan. Ik had simpelweg het lef niet om haar er naar te vragen. Dus bracht ik al mijn avonden zwijgend door in het gezelschap van Zomer en waren mijn dagen gevuld met knutselen en dansen met kleuters en eindeloze schoonmaak karweitjes. Ik had een dagje meegelopen in de fietsverhuur en een avond in de snackbar, waar ik zo nerveus raakte omdat de baas -Jennifer- constant op mijn vingers keek, dat ik na mijn vierde bak friet die ik uit mijn handen liet vallen, eerder naar huis mocht. Toen ik het haar vertelde, had Zomer alleen zuchtend met haar hoofd geschudt alsof ze wilde zeggen dat het toch nooit goed met me zou komen. Daarna had ze echter breed geglimlacht en uit haar tas een ingepakt, langwerpig pakje gevist.
'Voor jou.'
'Echt?' Zomer gaf me nooit iets cadeau. Mijn verjaardagen vergat ze meestal en de keer dat ze hem had onthouden, zei ze dat er niets mooier was dan het cadeau van vriendschap.
'Maak nou maar open.' Voorzichtig peuterde ik aan het plakband. Ik wilde het niet open scheuren en te grechtig overkomen, maar stiekem was ik razend nieuwsgierig. Zomer rolde met haar ogen, gritste het pakje weer uit mijn handen en scheurde met woeste gebaren het papier eraf. Het was een kalender. Gewoon een saaie kalender. Zo'n witte die je aan de muur kon hangen en waarbij alle dagen van de maand in grote vakjes waren opgedeeld. Ik keek haar vragend aan. Ze glimlachte raadselachtig.
'Ik heb hem al voor je ingevuld.' Toen ik er doorheen bladerde, zag ik dat de maanden januari tot en met maart helemaal leeg waren. Maar vanaf mijn eerste werkdag in april stonden er grote kruizen op de dagen sinds mijn aankomst. De maanden daarna waren weer helemaal leeg, maar in oktober stond er een grote, rode cirkel om de dertien gekrast. Mijn laatste werkdag.
'Nu kan je letterlijk een countdown houden,' glunderde Zomer. 'Je streept elke dag dat je hier bent door en zo kan je aftellen naar het grote moment.' Er viel een steen in mijn maag.
'Goh. Bedankt,' mompelde ik. Ik staarde naar de omcirkelde dag en probeerde mijn opkomende misselijkheid te negeren. Natuurlijk wilde ik nog steeds dood. Niets liever. Maar het voelde opeens zo definitief. Toen ik de kalender voorzichtig op tafel legde, merkte ik dat mijn handen klam aanvoelden. Ze bedoelt het goed, zei ik tegen mezelf. Ze wil je alleen maar helpen. Het makkelijker maken. Maar toen we die avond film keken, kon ik het onrustige gevoel niet van me afschudden.

Meneer Kampenberg was een raadsel voor me. Hij verdween en verscheen naar het hem uitkwam. Als we hem zagen, gaf hij ons nieuwe taken ('Walnoot's Knutselpaleis moet helemaal gepoetst worden vóór de meivakantie begint' of 'Alle speelgoed kasten moeten geïnventariseerd worden.') en dan was hij weer weg. Tess zei dat hij altijd in zijn kantoortje zat en alle voorbereidingen trof voor de zomervakantie, maar hij had net zo goed naar huis kunnen gaan.
Vanmorgen was hij naar binnen gemarcheerd en kondigde aan dat Roy en ik vandaag de midgetgolfbaan opnieuw moesten schilderen. Dus zat ik al een uur lang in een ongemakkelijke houding op mijn knieën en probeerde met een eigenaardige precisie baan twee een nieuwe, rode kleur te geven terwijl Roy verderop bij baan vier zat en slordig de verf erop kwakte. Hij had zijn telefoon tevoorschijn gehaald en Nederlandse rap opgezet, waar hij luidkeels bij mee schreeuwde.
'Hier zijn de nachten lang, en de dagen kort. Ik heb slaap te kort want ik slaap te kort.' Het klonk me maar vreemd in de oren. Ik luisterde nog steeds naar muziek die door iedereen van mijn generatie verbannen was, maar waar we ooit bij hadden mee gezongen, ook al snapten we de tekst nog niet. Toen ik 'Barbie Girl' van Aqua terug hoorde, kon ik een week niet slapen bij de gedachte dat ik hierop ooit op had mee gedanst. Maar Roy was een liefhebber van de muziek van nú. Hij vroeg niet of ik een nummer wilde uit kiezen en daarom hield ik mijn mond maar. Eigenlijk was ik al dankbaar dat ik hier niet met Olivia stond. Op mijn dag in de fietsverhuur had ze me een snelle, ongeïnteresseerde rondleiding gegeven.
'We hebben zes skelters om te verhuren.'
'Zes?'
'Ja, schat,' ze had geïrriteerde gezucht. 'Kan je niet tellen? Één, twee, drie, vier, vijf en zes. Makkelijker kan ik het niet maken.'
Ik werkte veel liever samen met Tess of Robyn, die allebei zoveel kletsen dat ik niets hoefde te zeggen en zo enthousiast waren dat ze mijn fouten al snel vergaven. Vandaag was iedereen van het winterteam echter vrij, behalve Roy en ik.
'Habiba, habiba waarom stress jij mij a zina, a zina?' brulde Roy.
'Je stresst mij eerder,' mompelde ik zachtjes.
'Wat zei je?'
Ik verstijfde. 'Niets.' Roy haalde zijn schouders op en doopte zijn kwast weer in een blik verf.
'Je mag er best wat tempo in zetten, anders staan we hier morgen nog.'
'Ik wil het graag goed doen,' antwoordde ik terwijl mijn wangen rood kleurden.
'Als het goed moest, had Kampenberg wel een professioneel team ingehuurd. Maar dat heeft hij niet en daarom staan wij hier: omdat we onderbetaald worden,' zei Roy. 'Man, ik kan niet wachten tot ik hier weg kan,'
'Waarom ben je hier eigenlijk gaan werken?' Dat vroeg ik me bij al mijn collega's van het recreatie team af. Waarom zou iemand van rond de twintig zomaar maandenlang van huis gaan om op een uitgestorven vakantiepark te werken?
'Ik moest toch wat,' antwoordde Roy. 'Was begonnen aan een studie bedrijfskunde. Na een jaar ben ik gestopt en toen had ik geen idee wat ik dan wél wilde doen, dus nam ik een tussenjaar met het idee om te gaan reizen in Thailand. En hier sta ik dan.' Hij zuchtte diep. 'Maar na de zomer ga ik weer terug naar school. Ik heb nog geen idee wat ik nou eigenlijk wil met m'n leven, maar we zien het wel.'
'ROY, ZET VERDOMME DIE TAKKE-HERRIE UIT! WE. HEBBEN. GASTEN. HIER!' We sprongen allebei bijna een meter de lucht in bij het horen van Kampenbergs stem. Die kwam nijdig over het grasveld aan marcheren, de golfbaan op. Roy tikte snel op zijn mobiel en het werd stil.
'Sorry,' verontschuldigde hij zich, 'we hebben de hele dag nog niemand gezien en het was zo stil tijdens het werken.'
'Dan schilder je misschien ook wat sneller,' brieste Kampenberg, 'maar ik heb geen zin in nog meer klachten over geluidsoverlast van het personeel. Zeker niet als jij dat personeel bent, begrepen?' Roy knikte en ging met een schouderhalend gebaar weer aan het werk. Kampenberg richtte zijn blik nu op mij. 'Winter, jij gaat met mij mee. Roy kan het alleen wel af.' Ik krabbelde snel overeind. Opeens gierde de angst door mijn lichaam.
'Heb ik iets verkeerd gedaan?' vroeg ik nerveus. Kampenberg keek me vreemd aan.
'Heb je dat?'
'Nie- Niet dat ik weet.'
'Nou, ik ook niet. Maar het zwembad heeft vandaag een enorm personeeltekort en aangezien ik met m'n stomme kop iedereen vrij heb gegeven, zal jij moeten invallen.'
'En de minidisco dan vanavond? Alleen gaat het niet,' vroeg Roy hoopvol. Hij had al meerdere keren duidelijk gemaakt dat hij het dansen met de kleintjes niet als het hoogtepunt van zijn leven beschouwde.
'Maak je maar geen zorgen,' zei Kampenberg sarcastisch. 'Vanavond ga ik in het kostuum van Wallie. Kan ik meteen kijken hoe je het doet.' Roy mompelde iets dat klonk als 'verdomme.' Kampenberg had zich echter al weer omgedraaid en beende met driftige passen in de richting van het zwembad. Ik hobbelde er zo snel als ik kon achteraan. Tot nu toe had ik twee diensten in het zwembad gedraaid, beide in het gezelschap van een jongen die Jesper heette en tot niets meer in staat was dan verveeld op zijn telefoon Tinderen. Het waren altijd lange, saaie uren geweest waarbij ik me extra opgelaten voelde omdat Jesper geen woord met me wisselde, behalve om me te vertellen dat ik tafels moest schoonmaken of een rondje moest lopen.
'Je zult moeten overwerken tot sluitingstijd. Dat is om tien uur vanavond en daarna moet er nog een half uur worden schoongemaakt. Het is nu even niet anders. Ik zal in je rooster kijken waar ik die uren weer goed kan maken,' vertelde Kampenberg.
'Nee, het is wel goed,' zei ik snel. Het laatste wat ik wilde, was gezien worden als lui.
'Dat zeg je nu, maar straks ga je nog genoeg uren maken en ik wil niet dat mijn personeel nu al overwerkt raakt omdat ze bij het zwembad hun zaken niet op orde hebben.' Kampenberg klonk plotseling verrassend vaderlijk. Bij de ingang van het zwembad bleef hij even staan. Zijn grijze ogen boorden zich in die van mij. 'Het is nu misschien rustig, Winter, maar straks niet meer. De winterploeg heeft het altijd een stuk makkelijker dan de zomer, dus luister niet naar hun verhalen over hoe stil het hier is. Ze hebben geen idee hoe hectisch het straks wordt. Dus pak je rust wanneer je kan. Oké?'
Ik knikte. 'Oké.' Met een knikje liet Kampenberg me weten dat ik naar binnen kon gaan, dus liep ik de schuifdeuren door. De hitte sloeg me tegemoet, alsof ik tegen een muur opliep. Buiten was het ongewoon warm voor de tijd van het jaar, maar hierbinnen leek het dubbel zo warm. Ik zuchtte, liep door de hal en rechtstreeks naar de balie. Toen bleef ik stokstijf staan.
Hij stond met zijn rug naar me toe, maar ik wist meteen dat het niet Jesper was waarmee ik vandaag moest werken. Het was Chris.
Even overwoog ik om rechtsomkeert te gaan en Roy over te halen om met me te ruilen. Het gevoel dat ik de eerste keer had toen ik Chris ontmoette, was er nog steeds maar nu nog heviger. Mijn maag maakte salto's, maar niet op de prettige manier van verliefdheid. Zweetdruppels stonden op mijn voorhoofd en hij had me nog niet eens gezien. Waarom was ik zo bang voor hem?
Ademen, Winter.
Onbewust had ik mijn adem ingehouden, wat me geen goed deed in deze hitte. Ik hapte naar lucht. Op dat moment draaide Chris zich om en keek hij me recht aan. Zijn gezicht stond op onweer en ik kromp bijna in elkaar.
'Dus jij bent de invaller?' Zijn stem klonk nors. Ik knikte. Zelfs al had ik iets willen zeggen, dan waren de woorden vast en zeker blijven steken. Mijn knieën knikten. Mijn handen zochten naar iets om vast te grijpen en dus trok ik zachtjes aan mijn werkshirt. Chris slaakte een diepe zucht.
'Ik ben zo klaar met vandaag en het is nog niet eens twaalf uur geweest. Weet je wat Robert me geflikt heeft?' Hij keek me recht aan. 'Hij is ziek. En de rest van het team is ook ziek. Toevallig toch? Zoveel zieken met dit prachtige weer. Dus ik sta hier al sinds half acht vanochtend in m'n eentje en om half elf vanavond kan ik pas naar huis.' Hij vloekte luid. Als ik niet het idee had dat ik elk moment flauw kon vallen, had ik misschien iets bemoedigends kunnen zeggen. Anders dan het recreatieteam, kwamen alle andere medewerkers van het park uit de omgeving en woonden ze niet in caravans, maar in een normaal huis. Ze hoefden hun vrije dagen niet op te vullen op het park en konden gewoon leuke dingen gaan doen, terwijl wij hier praktisch vast zaten. Voor ieder van ons was de hele reis naar huis de moeite niet waard voor een dagje. Tess kwam bijvoorbeeld uit Rotterdam en zou gemiddeld zes uur onderweg zijn om even heen en weer te reizen. Lang leve de Nederlandse Spoorwegen. Maar daar stond tegenover dat we makkelijk elkaars werk konden overnemen omdat we hier toch altijd rondhingen.
Ik zocht naar woorden, maar ze kwamen niet. In plaats daarvan visualiseerde ik de grote bubbel om me heen en probeerde diep adem te halen, zonder dat Chris het door zou hebben. Die was toch te druk bezig met het afvuren van scheldwoorden tegen zijn afwezige collega's om zich met mij te bemoeien.
'Robert is een prima gozer, nooit geen gezeik mee, maar nu zou ik hem toch met z'n hoofd even tegen de muur willen stoten,' ging hij door. 'Natuurlijk kan je zeggen dat het rustig is en er ligt momenteel zelfs niemand in het water, maar ik heb ook nog een leven naast het zwembad. Denk je dat ik op een dag als deze ook niet lekker met een biertje onderuit gezakt op het terras wil zitten? Tuurlijk wel! En waar sta ik? Hier!' Hij slaakte wederom een diepe zucht en nam een slok uit een papieren beker. Toen ik over de rand van de balie spiekte, zag ik dat er nog zes van die bekertjes stonden, allemaal leeg. Ik haalde diep adem.
'Misschien moet je... even rustig worden?' piepte ik. Chris keek verbaasd op, alsof hij me nu pas zag staan.
'Oh. Sorry. Ik mag het niet op jou afreageren,' zei hij verontschuldigend. 'Ik ben gewoon een beetje gestressed. Rook je? Dan gaan we even een sigaretje doen. Je ziet er trouwens uit alsof je wel wat frisse lucht kan gebruiken.' Zijn blik stond nu bezorgd en hij nam me onderzoekend in zich op. Mijn maag trok nog verder samen.
'Ga maar. Ik let wel op de balie.'
'Onzin. Door de deuren bij het rookhok kan ik precies naar de ingang kijken en er komt hier toch geen hond. Wat me eraan doet denken dat ik hier eigenlijk voor niks sta. Ik haal nog even een bakje koffie. Jij ook?' Ik schudde mijn hoofd. Chris hield zijn hoofd schuin. 'Water, thee? Ik geloof dat we ook nog van die ranzige vitaminedrank hebben staan die Marloes altijd drinkt, maar die kan ik je niet aanraden tenzij je wil dat je smaakpupillen permanent vernietigd worden. Kostte me een dag en een halve tube tandpasta om die smaak niet meer te proeven.'
'Ik hoef echt niets,' zei ik nogmaals, waarop Chris zijn schouders ophaalde en door een deur achter de balie verdween.
Ik schatte dat ik ongeveer twee minuten alleen kon zijn. Twee minuten rustig te worden en razendsnel op te laden. Ik ademde diep in en langzaam weer uit. Ademen is de sleutel tot alles, denk ik altijd. Als je wil blijven leven, hoef je alleen maar te ademen. Het gebeurde heel vaak dat ik in paniek raakte bij mensen. Eigenlijk was iedereen een bron van angst voor me, als je mijn familie en Zomer niet meerekende. Maar zo heftig als nu was een uitzondering.
Mijn bubbel bood een zekere vorm van bescherming. Een schild tussen mij en de wereld. Veiligheid. Toen Chris -inderdaad na twee minuten- weer verscheen met in zijn hand een nieuwe beker koffie, was ik er bijna van overtuigd dat ik de rest van de tijd in zijn gezelschap kon overleven zonder ter plekke dood te gaan.



Reacties (3)

  • aarsvogel

    Ik blijf me verbazen over jouw geweldige schrijfkunst. Ben benieuwd!

    1 jaar geleden
  • AMuppetOfAWoman

    Ik vind dit verhaal zo ontzettend goed! Het leest prettig en steekt goed in elkaar. Dankjewel voor het schrijven van een nieuw hoofdstuk. Mijn dank is groot. :')

    1 jaar geleden
    • Rozenthee

      Dankjewel <3 beter had je m'n dag niet kunnen maken!

      1 jaar geleden
  • IrisThePiris

    Ik vind dit een tof verhaal(Y)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here