Aangezien ik toch de keuze gemaakt heb een proloog te maken, krijgen jullie nu random de proloog terwijl we aardig naar het einde van de story beginnen te komen :') sorry?

"Waarom ben je hier, Sirius?"
      Sirius staarde naar de klok aan de muur. Tik. Tok. Tik. Tok. De seconden tikten weg. Elke seconde was er een dichterbij het einde van de therapiesessie.
      "Vertel jij het me," antwoordde hij. "Daarvoor zit ik hier toch?" Hij lachte. Het klonk kil in de steriele ruimte. Hij verachtte haar met haar clipboard waar ze nu aantekeningen op aan het maken was en haar lege woorden. 'Praat over je gevoelens met me. Ik luister.' Maar Sirius was niet dom. Hij kon zien dat ze hier niet wilde zijn en dat ze hoopte dat de sessie snel voorbij was.
      "Wat zie je in je dromen?"
      "Ik zie haar."
      "Wie is ze?"
      Hij lachte opnieuw. "Moeder!" riep hij uit. De jonge psychologe voor hem kromp haast onmerkbaar ineen. Hij was een monster in haar ogen, een gek. Hij kon het zien in haar geveinsde interesse en hoe ze naar hem keek. Ze moest luisteren naar hem, maar zou blij zijn wanneer hij weer weg was.
      "Houd je van haar?"
      "Ik ben haar bezit."
      Tik. Tok.
      "Is dat hetzelfde?"
      Hij lachte weer. "Zo dichtbij als kan. Houden van bestaat niet. Door daarover te praten maak je anderen alleen kapot." Niet dat zij dat zou begrijpen. Waarom zou hij zelfs nog moeite doen om het uit te leggen?
      "En met bezitten niet?"
      Hij haalde zijn schouders op. "Misschien," was zijn antwoord. "Het staat je vrij om te doen met je bezit wat je wil." Dat was wat Moeder altijd zei toch? 'Je bent van mij, ik kan doen wat ik goeddunk'. Als je je eigen spullen wilde slopen, wie hield je dan tegen?
      "En wat zie je verder, Sirius?"
      Hij trommelde met zijn vingers op zijn benen. Ze werd ongemakkelijk van de wending van het gesprek, dat kon hij merken. Ze wilde hem weg hebben, net zoals hij haar weg wilde hebben. Ze was niks meer dan een insect in zijn bestaan. Klein, nietig, onbelangrijk.
      "Ogen."
      "Haar ogen?"
      Sirius schudde zijn hoofd. "Haar ogen zijn grijs. Dat is te gewoon." Dat waren zijn ogen ook. Wanneer hij in de spiegel keek, zag hij nog steeds hoe ze hem aankeek met die grijze ogen vol afkeur. Het was nooit goed genoeg geweest voor haar. Hij was nooit goed genoeg.
      "Deze ogen zijn goud."
      "Mensen hebben geen gouden ogen."
      Opnieuw echoode zijn lach door de ruimte. Er klonk geen enkele humor in door. "Misschien zijn ze niet menselijk."
      Sirius zag hoe haar gezicht betrok en hoe ze iets noteerde op dat papier voor haar neus. Hij kon wel raden wat. 'Labiel. Zichzelf verloren. Kan niet rationeel nadenken.'
      "Ben ik gek geworden, doc?" vroeg hij haar. Hij spreidde zijn armen alsof hij haar uitdaagde te antwoorden. "Nou?"
      Er kwam geen antwoord.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here