Foto bij Hoofdstuk 25

De terugweg was rustig. Nog steeds was ze bang voor elk geluidje, maar met Elis’ hulp kwamen ze weer zonder problemen terug bij Filips huis.
Alleen Devan en Faraj wisselden af en toe wat woorden, maar verder was het stil.
      “Ik vraag me af,” zei Devan. “Die spoken die we zagen. Waren die echt?”
      Filip knikte. “Ik heb ze ook gezien.”
      “En jij leeft nog?”
      “Ik leef nog. Geesten hebben geen macht over de fysieke wereld. Ze kunnen je alleen bang maken. Dat is alles.”
      Faraj knikte. “Ze vrezen de naam van Allah.”
      “Ja,” zei hij. “Hoewel sommigen niet kwaadaardig zijn, moet je weten. Alleen gevangen hier, in de eeuwigheid.”
      “Een wreed lot…” Rowan staarde in de verte en was blijer dan ooit met Elis en Filip. “Ik ben blij dat we dat bespaard zijn gebleven.”
      “Ik ook.”

Terugkomen met Faraj en Devan was een grotere opluchting dan ze ooit had verwacht. Het was alsof de zwaarte die eerder op haar had neergedaald nu pas was opgeheven. Ze stapten uit de boot en Elis nam haar sluier af om terug het land op te stappen. Rowan probeerde deze keer niet te staren naar de vrouw, maar Devan en Faraj keken naar haar met open monden.
Het was vreemd om haar weer als normale vrouw te zien, maar het was een opluchting haar zwarte ogen te zien veranderen in bruin. Ze leek zachter zo. Iets minder bereid haar keel open te bijten. Ze wist dat ze het niet zou doen, maar het voelde toch beter zo.
      “Wat gaan we nu doen?”
Rowan wist precies wat Faraj bedoelde. Hun schip was niet meer te redden, zelfs als ze het op de één of andere manier hierheen konden verslepen. Het was oud hout nu. Alles was weg. De hangmatten, haar bed, de kaart in de kapiteinshut, en…
      “Faraj,” riep ze uit. “Mijn kaart. Heb je mijn kaart nog?”
      Hij keek op en greep naar zijn binnenzak. Haar hart leek te stoppen en ze durfde geen adem meer te halen. Zijn hand kwam terug met alleen wat restjes natte pulp.
      “Het spijt me.”
      Nee. De kaart. Het schip, de kaart… Alles was weg. Echt alles was weg.
      “Rowan, ik…”
      “Nee,” zei ze, en ze slaakte een zucht. “Het is niet jouw schuld.”
      “Rowan, ik kan je misschien helpen.”
      “Wat?” Ze fronste. “Hoe dan?”
      “Ik heb die kaart vaak genoeg bestudeerd. Ik zou de eilanden moeten kunnen bereiken als ik een andere kaart had.”
      Ze keek naar Filip. “Hebben we die?”
      Hij grijnsde. “Die hebben we.”

Faraj en Filip stonden voorover gebogen over een kaart, lang niet zo gedetailleerd als de kaart in het schip, maar aan hun gesprek te horen, hadden ze er in elk geval iets aan.
      Ondertussen hielp Elis Devan naar bed. Ze was sterker dan ze eruit zag, merkte Rowan op. Waar Faraj Devan met moeite had gedragen, hield Elis haar alsof ze niet veel zwaarder dan een gemiddelde rugzak was. Een rugzak met armen en benen en een hoofdwond. Rowan scheurde haar blik los van Faraj en Filip en richtte zich op Devan.
      “Kun jij de dekens openslaan?” vroeg Elis, en Rowan knikte in stilte.
      “Gaat het goed komen met haar?”
      “Ik denk het wel,” antwoordde ze. “Ik moet bij de wond komen om te zien hoe erg het is.”
      “Wat bedoel je?” vroeg Devan afwezig.
      “Nou,” Elis zuchtte. “Ik zal een deel van je haar moeten af knippen.”
      “Oh.” Ze ging langzaam met haar vingers door haar lange donkere haar heen. “Echt waar?”
      “Ja.”
      “Ik denk niet dat ik veel keus heb dan.”
      “Nee.” Elis stond op en zocht in één van de lades naar een schaar. “Niet als je zeker wilt weten dat je niet ergens doodgaat van een infectie.”
      “Wat?”
      “Dat gaat niet gebeuren,” zei ze, haar stem nu zacht. “Niet als je me laat doen wat ik moet doen.”
      “Oké.” Ze zuchtte en was even stil. “Knip dan alles er maar vanaf. Als het je werk makkelijker maakt.”
      Rowan fronste en pakte haar hand. “Weet je het zeker?”
      “Het is maar haar. Het groeit wel weer terug.”
      Rowan haalde even een hand door dat van haar. Ze wist niet zeker of ze eraan gehecht was. Het was al lang geweest toen ze voor het eerst in een mens veranderde. Zou het haar uitmaken?
      “Kom maar op met die schaar.”

Reacties (1)

  • Delahaye

    Ahw, Devan... Ik hoop dat het met haar zal goed komen.

    1 jaar geleden
    • SonOfGondor

      met haar... of met haar haar? :'P

      1 jaar geleden
    • Delahaye

      Met Devan :'P

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here