Oké, natuurlijk had ik kunnen verwachten dat hij me uiteindelijk zou aanvallen. Ik vond het alleen niet leuk. Na de tweede aanval, stond hij me berekend aan te kijken. Zijn nogal zielige pogingen om me neer te steken. Hij kwam letterlijk op me af stieren met een staak in zijn hand. Natuurlijk ga ik die dan ontwijken, ik verkeer misschien niet in top conditie zoals sommige vampiers vast wel doen – zie ik hou niet van trainen. En ben geen bodybuilder, drink niet heel veel mensen bloed.
Nadat hij me aanviel, kon ik het niet laten om dat spottende lachje even over mijn lippen te laten glijden. Als Kai hier was, zou hij alleen daardoor al uit zijn vel springen. Maar, deze jongen was Kai niet. Nee, deze jongen zou me zomaar kunnen vermoordden. En aangezien ik op dit moment het liefst mijn verzameling bloed wilde opbergen was het geen goed plan hier rond te blijven hangen.
Ook al, moet ik toegeven dat ik hem nog steeds wil bijten. Hij ruikt gewoon lekker. Hij trekt me met elke vezel uit zijn lichaam aan.
Het enige wat ik nu kon bedenken was vluchtten, dus dat deed ik.
Oké, ik was hier niet trots op. Vampiers staan niet bekend om hun vlucht gedrag.
Maar, dit leek me nou eenmaal het beste. En ik zou later het gevecht met me ego wel aangaan.
Ik had al snel een voorsprong omdat hij de omgeving niet kende en voor ik de 5e steeg ik sprintte. Wist ik zeker dat ik de jonge jager kwijt was geraakt en mijn bloed en ik in veiligheid waren. Oké vat me niet verkeerd op, bloed is heel belangrijk voor me. En na zo’n succesvolle jat prestatie,- het gaat niet altijd zo soepel, was ik veel te blij met mijn vangst en behandelde ik het als mijn kindje.
Mijn eigendom, mijn bloed. Ik kan soms heel hebberig zijn.
Ik rende nog steeds voort zodat ik zeker weten wist dat ik geen gestoorde vampier jager zou tegenkomen. En ook al was het nog lang donker was ik toch van plan om richting mijn appartement te gaan. Bloed in veiligheid, ik in veiligheid. Dat waren toch nog eens prioriteiten die ik niet verwacht had die nog eens te moeten stellen. Maar helaas, niet alles kan mee zitten.
Maar, na 426 jaar blijkt het leven toch nog eens te gaan tegenzitten. Jammer voor mij. Zou mijn rustige vampier leventje door een bruinharige aantrekkelijke jongen zomaar even op zijn kop gezet kunnen worden. Had ik hem nou maar gebeten op het strand. Dan was dit alles niet z’n dilemma geworden.
Had ik een lekker hapje gehad en had ik nu geen jager achter me aan gehad. Maar mijn ziel had dat zo ie zo niet aan gekund . Ik had er waarschijnlijk een rot jaar aan over gehouden. Al was er dan wel weer één jager minder geweest. Want dit werd wel echt een probleem en ze moest het wel snel oplossen.

Eenmaal veilig thuis met het bloed in de koelkast kon in eindelijk de spanning die al een tijdje in mijn spieren zat loslaten. Het had me veel energie gekost, de hele avond. Maar ik had het overleefd en ik had een koelkast vol bloed.
Die energie die ik kwijt was, had vooral te maken met mezelf onder controle houden.
Na mijn kleine gevecht met de jager had ik eindelijk ontdekt bij welke clan hij hoorden. Tenminste, Kai had alleen een foto gestuurd en een naam. De clan genaamd the Gotha, na even gegoogled te hebben kwam ik erachter dat deze familie vroeger in de middeleeuwen bij de hogere rang adel hoorde. Verschillende verre familie leden hadden nu belangrijke taken binnen Europa.
Maar, geschiedenis had me nog nooit geboeid dus toen ik niks kon vinden over iets wat op jagers of gewelddadig duiden sluiten ik mijn macbook al snel af.
Ik kreeg hoofdpijn van al die dingen over het verleden, over mijn eigen verleden nog maar te zwijgen. Ik had behoefte aan Kai, een levend wezen om tegen te klagen. Dus ik had al snel mijn Iphone uit mijn tas gevist toen ik het nummer opzocht in mijn contactpersonen lijst. Handig die hoge technologische snufjes.
Kai nam na de tweede keer overgaan op.
“Stoeipoes, nog problemen gehad met je knappe krijgen.” Kai klonk opgewekt, hij was beduidend in een betere stemming dan de nacht ervoor. Hij noemde mij zelfs bij zijn favoriete koosnaampje, Kai en ik zijn niet altijd alleen vrienden geweest.
“Laat je liefkozing maar achterwegen. Maar ik heb die jager inderdaad nog een keer ontmoet. Tristan, is zijn naam. En ik ben er achter bij welke clan hij hoort. Heb jij ooit over the Gotha gehoord.”
Ik liet me heerlijk uitgerekt op de bank vallen. Toen ik Kai even een pauze hoorde nemen. Zijn ademhaling was een klein beetje gehaperd, wat bij mijn beste vriend niet echt een goed teken is.
“Jezz,” hij maakte opnieuw rare ademgeluidjes. “Hoe snel kan je daar weg wezen?” Zijn vrolijkheid was totaal omgeslagen.
“Hoezo?” Ik snapte er werkelijk niks van, dit ging mijn blondheid te boven.
“Weet je zeker dat hij bij die clan hoort?” Kai was opgestaan en ik hoorde hem ijsberen aan de andere kant van de wereld.
“Ja, heel zeker. Ik heb extra goed opgelet aangezien jij had gezegd dat ze meestal een ring of zo iets droegen.” Ik werd lichtelijk geïrriteerd door de onwetendheid en door het feit dat Kai aan mij twijfelde.
“Als je zeker bent dat jou jongen een the Gotha is. Dan is hij niet alleen Jezz. The Gotha heeft de afgelopen eeuw tot halvering van ons soort geleid.” Hij twijfelde even om verder te gaan maar sprak toen weer.
“Zij zijn van het ergste soort, ze hebben gaven. Ze zijn moordlustig. Hebben geen genaden en bijten zich vast in het slachtoffer. Als ze eenmaal een prooi in beeld hebben dan laten ze die niet meer los ook al moeten ze de hele wereld over. Zij zijn de Crème de la Crème bij de jagers.” Kai was opnieuw even stil.
Ik slikte even en likte mijn lippen af.

“Maak dat je wegkomt Jezz, nu het nog kan. Misschien ben je al te laat.” Hij klonk bezorgd zelfs voor een vampier. En ik ken Kai al lang, hij was nooit bezorgd.
“Jezz, ik moet hangen. Maak dat je wegkomt uit Spanje. En zorg ervoor dat je niet gepakt wordt. Ga nu het nog kan. Doe niet eigenwijs en bel me als je daar weg bent niet eerder begrepen!” Het laatste was Kai zei was meer gegrom dan dat het echt woorden waren. Hij probeerde me te imponeren maar dit werkte altijd averechts bij mij.
“Ik doe me best Kai.” Ik zei het niet overtuigend maar ik hing snel op. Hij zou niet terug bellen. En hij zou weten wat ik al tijdens het gesprek besloten had. Ik was nieuwsgierig . Één van mijn slechtste eigenschappen. Maar zoals Kai the Gotha’s beschreef. Zo was hij niet. Tristan had me al twee keer laten ontsnappen. Hij was sterk geweest. Maar niet dodelijk. Ergens hoorde ik Kai nog grommen, maak dat je wegkomt nu het nog kan. Maar, was ik daartoe in staat.
Ik had geen idee. En mocht het echt zo zijn dat The Gotha’s zich vastbeten in hun prooi dan was ik er toch al geweest.
Hij wist wat ik was, hij wist wie ik was. Het enige wat ik hem nog niet gegeven had was een naam.
Een naam die voor mij niets meer betekende omdat ik er al vele had aangenomen. Maar, een naam die voor hem een hele wereld laat opengaan.

Reacties (1)

  • Luckey

    Oh boy
    Das niet goed

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here