De woorden van mijn vader liet ik op mij inwerken, het vreselijke zicht dat Felix en Dimitri de vampier in bedwang moesten houden probeerde ik te negeren. Die man was vreselijk, hij was verkeerd, nu pas begreep ik waarom ik mee moest op missie. Waarom, Dimitri niet meteen met ons mee terug reisde, hij moest die man vinden. Hij had de val gezet.
"Jij" riep ik verhit.
Mijn ogen verkleurde en in mijn lichaam voelde ik elk soort energie zich gaan bundelen. Alsof het één moest worden, zo zou gaan ontploffen.
"Jij" riep ik opnieuw.
"Lily, jij bent de persoon die Lily wilde pijn doen, die haar ziek gemaakt heeft, nog zelfs voordat ik geboren was" riep ik geschrokken verder. Ik was altijd kwaad geweest op Jane, dat ze Lily in het vuur gedonderd had. Maar nu pas drong het tot mij door, de verhalen van Marcus, Dimitri over de immortal children die ze hebben moeten verwoesten. Soms wel hele covens, dorpen en steden. Ze waren betoverend en ieder was gelijk verkocht door ze te zien.
Mijn zusje was zo'n kind, de man had mijn zusje naar vampier laten transformeren.
Een hand voelde ik mijn schouder raken.
Verbaasd, boos draaide ik mijn hoofd, en daar was het bezorgde gezicht van mijn vader. Gelijk klaarde mijn gezicht een stukje op, waarop de man geleidelijk mijn hersenspinsels naging. Hij wist precies wat ik over het laboratorium dacht, wat ik van de mensen daarbinnen vond, van hen werk. Wat ik eigenlijk met ze wilde doen, maar het altijd heb weten weg te drukken omdat ik diep van binnen wist dat het niet oké was.
Als het moest kon ik wraak nemen, of kon het recht zetten door hem zijn leven te nemen.
Gerechtigheid, daar was ik naar op zoek!!
'Mag ik' was het enige dat ik dacht, waarop hij begon te knikken. Licht een glimlach rond zijn lippen legde en zich op zijn stoel liet zakken. Kort met zijn broeders contact maakte, waarop hij zijn hoofd draaide en begon te kijken wat ik in petto had. Wat ik precies van plan was te doen met zijn gevangene.

Zodra ik merkte wat mijn lichaam deed, zaten er al grote dikke takken met klimop rond de armen, benen, de middel en de nek van de vampier gekruld. Geschrokken, ontdaan, niet begrijpend waar de planten vandaan kwamen had de man zijn hoofd gedraaid, die hij eerder nog op Aro gevestigd had. Het volgende moment werd de vampier door de dikke takken opgetild. Bungelend aan zijn armen, benen, middel en nek hing hij in mijn macht.
"Jane" weerklonk Aro zijn vriendelijke stem.
Nu dat ik hem in een of andere greep had, kon Jane alles met de man doen wat ze wilde.
Ook ik begon meer energie te voelen, merkte dat deels werd weerspiegelt alsof de man een of andere spiegel met zich droeg of over zich heen trok. Na dat geconstateerd te hebben, gaf ik het sein aan mijn vader. Die direct zijn hand op mijn schouder plaatste en zo mijn hersenspinsels las.
"Briljante ontdekking, prinses" glimlachte de man, zijn hand van mijn schouder halend.
Stak hij zijn hand op naar Jane, "Bastian, ben jij een spiegel" was Aro zijn grijnzende vermakelijke stem. Hij had iets gevonden waarop hij de man kon pakken. De man begon mompelend te knikken, waarop ik de takken nog maar is aanspande, en de klimop strakker rond de polsen begon te kronkelen.
"Alstublieft stop" smeekte de man.
"Nee, wanneer ik smeekte om te stoppen deden jullie dat ook niet dus waarom zou ik" kwam er bitter over mijn lippen. Mijn stem was vervormd, zo erg vervormd dat ik twijfelde of die stem daadwerkelijk wel bij mij hoorde. "Smeken kom je niet ver, smeken is menselijk, ben je een mens, een lopende zak bloed" kwam er hatelijk over mijn lippen. "Nee, natuurlijk niet, ben vampier" snauwde de man.
"Vampier" snoof ik, waarna Jane direct haar gave weer op de man los liet.
"Yinxy" riep de man door zijn geschreeuw heen.
"Dat van Lily had ik nooit gewild, het was een test of ze zou groeien of niet" begon de man "je hebt haar van mij afgenomen, net zo afgenomen als mijn moeder, de vrouw die ik als baby haar leven heb ontnomen omdat ik mezelf een weg naar buiten heb moeten vreten" riep ik verhit, kwaad.
Mijn aderen spande zich aan, mijn spieren voelde ik meer druk geven.
Ijs, sneeuw, regen, wind begon zich rond mij te cirkelen, na even ook zand, lucht en vuur. Alsof ik in een of ander vreemd cycloon terecht was gekomen. Leken de elementen vuur, water, aarde en lucht zich duidelijk rond mij te krullen. Het terug mijn lichaam proberen in te trekken, voelde ik opnieuw een weerspiegeling.
Zo sterk dat ik niet anders kon dat het terug te laten klappen.
Een laatste blik zond ik naar Dimitri, die verbaasd stond te kijken.
Opdat voelde ik alles klappen, schoot ik met een macht van 1000 van de man af, een knal volgde. Nog een knal, en gedonder van kapot hout volgde. Pijn door mijn rug sidderend, voelde ik mij verder weg vliegen. Nog meer waardoor ik heen knalde, overheen gesmeten werd voelde ik mij met een doffe dreun, op iets stekend komen.
De pijn was zo hevig dat ik niet wist hoe lang ik nog had. Of dat ik er al geweest was, kon ik duidelijk zeggen van niet, want dan zou je toch geen pijn meer voelen. Dan had je rust?! Toch?!!
Waas, het enige dat nu nog rond mij was, is waas.
Schemer van een licht dat mij aanlokkelijk probeerde te lijden.
Maar ook de donkere schaduw voelde ik aan mij trekken.
"Hier is ze" was de geschrokte stem van Marcus. Meer geluid vulde mijn oren niet meer, maar ook leken mijn oogleden niet helemaal open te willen blijven. Naar adem happend probeerde ik de man wat duidelijk te maken.
Dit was verkeerd, ik had het verkeerd ingeschat.
"Yinxy" was de bezorgde warme stem van Dimitri, de man zijn prachtige rode ogen die mij bewonderend aanstaarde. De man die mijn hele wereld op z'n kop had gezet en er jaren lang van genoot. Die mij na een decade eindelijk tot zijn ware vriendin zag en waar ik graag oud mee wilde worden.
Een glimlach schonk ik de man, mijn hand bracht ik trillend naar zijn wang waarna ik mijn ogen voelde dichtzakken en mijn laatste teugen lucht voelde ontsnappen uit mijn longen. Dit was mijn moment, ik was er geweest. Voelde het, mijn energie was verdwenen, mijn kracht was mij ontnomen.
"Nee, dit doe je me niet aan" was de strenge stem van Dimitri.
Maar kracht om mij opnieuw door iets heen te vechten had ik niet. Het deed zo'n pijn, alles mijn lichaam, mijn hoofd, en ik kon duidelijk de geur van bloed, mijn bloed ruiken. Een laatste aanraking en mijn gevoel, tastbaarheid was verdwenen. Ik voelde mij mee glijden met het heldere witte licht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here