Foto bij H.136.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Nee. Nee, dat klopt niet.’ Het klinkt alsof hij bijna huilt en er de steen die al maanden in mijn maag ligt, wordt nog zwaarder. ‘Niet waar. Je... we hebben urenlang gepraat over wat we later wilden doen. Je... je zei dat we... dat je nooit meer bij me weg wilde. Je zei dat we altijd samen zouden zijn.’
Ik knipper nog meer tranen weg en wanneer ik zeker weet dat ik kan praten zonder te snikken, zeg ik: ‘Dan moet ik vast heel veel van je gehouden hebben.’ Ik bijt op mijn lip en dan op de binnenkant van mijn wang, tot de smaak van bloed mijn mond vult. Ik wil alles terugnemen wat ik gezegd heb, zeggen dat hij mijn hele wereld is, maar als ik dat doe, zou hij niet weggaan als hij de kans zou krijgen zonder mij te te vluchten. ‘Maar nu niet meer.’

Net wanneer ik denk dat ik van ellende uit elkaar zal vallen, gaat de deur open en komt Matthew binnen. Ik kijk hem brandend van woede aan, maar het lijkt hem niet veel te doen. Nonchalant loopt hij naar me toe, terwijl ik onbewust test hoe stevig de touwen zijn die me op mijn plaats houden.
Hij hurkt voor me neer, wat heel kleinerend voelt, en houdt zijn hoofd even schuin terwijl hij me aankijkt alsof hij de krant leest. Hij steekt zijn hand uit en draait mijn hoofd wat opzij, zodat hij de snee in mijn hals wat beter kan zien. Dan laat hij een snuivend lachje horen en wrijft hij even zijn handen tegen elkaar. 'Dus... bevalt het je hier een beetje? Je hebt Evan maandenlang moeten missen. Nu ben je eindelijk weer bij hem. Graag gedaan.'
Ik kijk hem zo koeltjes mogelijk aan, maar ik zie er volgens mij nog steeds enorm gespannen en emotioneel uit. Met een trillende stem die kalm zou moeten zijn, zeg ik: 'Ik geef niks om hem. Je kan hem maar beter laten gaan.'
Hij maakt een afkeurend geluidje. 'Je bent heel slecht in liegen, of je bent dom. Volgens mij allebei. Ik heb je maandenlang gevolgd, Gioa. Vergeet dat niet. Ik weet hoeveel pijn het je deed om Evan te moeten verlaten. Elke keer dat je huilend ineen bent gestort en James gewoon niet meer wist of je ooit weer gelukkig zou kunnen zijn, heb ik dat gezien. Elke keer dat je in je slaap zijn naam snikte, heb ik dat gehoord. Elke keer dat je hallucineerde omdat je geestelijke gezondheid de klap van alleen zijn niet aankon, heb ik dat gezien. Ik heb gezien dat je een avond dacht verlossing te vinden aan de bodem van een fles wodka en ik heb elke ochtend gezien wanneer je doelloos in de keuken stond en je afvroeg waarom je in hemelsnaam nog de moeite zou doen om te ontbijten.'
Geweldig, nu is mijn plan om Evan te laten geloven dat ik niet meer zoveel van hem houd dat het pijn doet ook gedoemd te mislukken. Net wanneer ik denk dat hij zijn punt gemaakt heeft, praat hij weer verder: 'Als je "niks om hem gaf" zou je niet zo in huilen uitgebarsten zijn toen ik je belde om te zeggen dat hij hier was. Je zou niet zo misselijk gereageerd hebben toen je die foto vond. Je zou James niet hebben aangedaan wat je hem hebt aangedaan als je niet van Evan zou houden. Dus houd op met liegen. Het misstaat je.'
Ik kijk hem woedend aan en hij kijkt uitdagend terug. Hij draait zogenaamd afwachtend zijn oor naar me toe en wanneer ik niks zegt, grinnikt hij kort. ‘Dat dacht ik al.’
Hij haalt het mes waarmee hij mij gesneden heeft uit zijn binnenzak en draait er rondjes mee in zijn palm. Mijn bloed zit er nog op. Ik weet niet of ik mijn gezicht moet laten vertrekken in afgrijzen of dat ik doodsbang moet zijn, maar het lukt me in ieder geval niet om mijn blik los te scheuren van het tollende steekwapen.
'Ik had gehoord dat je je ribben gekneusd hebt, een paar weken geleden.' Even verbaasd het me dat hij dat weet, maar dan besef ik me dat hij dat natúúrlijk weet. Hij weet alles. Waarschijnlijk heeft hij op film staan hoe ik in een paniekaanval tegen de punt van het aanrecht botste en daarna meer dan een uur lang niet eens aanspreekbaar was omdat ik zo van slag was. Misschien kijkt hij het wel eens terug, wanneer hij niets te doen heeft. Voor zo iemand zie ik hem wel aan. In mijn hoofd is hij de duivel.
Ik word pas weer uit mijn gedachten gerukt wanneer hij vraagt: 'In hoeverre is dat genezen?'
Ik trek een wenkbrauw op. Ik dacht dat hij wel subtieler zou zijn dan dat. Hij zou net zo goed kunnen zeggen: ‘Kun je me even vertellen waar je fysieke zwakke plekken liggen?’
‘Die zijn volledig genezen,’ lieg ik. De kunst van het liegen ben ik blijkbaar een klein beetje verleerd, want ik hoor meteen al dat ik te uitdagend klink, te overtuigd. Mijn moeder heeft me toch wel beter leren liegen dan dat?
Hij stopt het mes weer weg en ik maak een klein verschrikt geluidje wanneer hij mijn shirt iets omhoog trekt. Met wijd opengesperde ogen kijk ik hem aan.
‘Niet doen.’ Het was mijn bedoeling om gebiedend te klinken, maar het klinkt eerder smekend. Mijn keel voelt samengeknepen.
Hij keek al niet heel opgewekt, maar zijn mondhoeken beginnen nog verder naar beneden te zakken. De speelse glans verdwijnt uit zijn ogen. Hij kijkt ontevreden, alsof ik hem met die opmerking heb teleurgesteld. Het verbaast me dat iemand als híj daar vies van op zou kijken.
‘Dat is niet... ik ga je niet...’ Voor het eerst komt hij niet uit zijn woorden. Hij schudt nogmaals zijn hoofd en trekt het shirt nog iets verder omhoog, maar hij zorgt er duidelijk voor dat het er niet op lijkt dat hij bijbedoelingen heeft.
‘Ik dacht dat je beter was in liegen,’ zegt hij, alsof dat hele voorval van net niet bestaan heeft, en prikt tegen de gele en blauwe bloeduitstortingen die bij mijn ribben zitten, waardoor ik met een gedempte kreun ineenkrimp.
Hij trekt de stof van mijn shirt weer naar beneden en werpt me een beschuldigende blik toe, alsof ik de mood heb verpest met mijn vrij reële angsten.
‘Gioa? Wat gebeurt er?’ ratelt Evan, die ons wel kan horen, maar niet kan zien. ‘Heeft hij je pijn gedaan?’
Voordat hij nog iets kan zeggen, kapt Matthew hem gefrustreerd af.
‘Jezus Christus, Evan. Houd je bek of ik geef Eli toestemming om alles met haar te doen wat hij wil! En geloof me, hij is, in tegenstelling tot mij, wel in staat zich echt als een smeerlap te gedragen.’ Hij klinkt bijna gepikeerd, alsof hij in de war raakt van de manier waarop de dingen niet lopen zoals hij wil.
Abrupt is Evan stil en ik vraag me af of hij dezelfde misselijkmakende beelden in zijn hoofd heeft als ik. De bedreiging heeft me meer angst aangejaagd dan ik toe zou willen geven.
Matthew haalt een hand door zijn haar en pakt dan weer het mes uit zijn binnenzak. Mijn adem stokt en ik probeer me voor te bereiden op de pijn die onvermijdelijk komen gaat, al weet ik niet waar. Maar in tegenstelling tot het mes mijn huid te laten door boren, zoals ik had verwacht, snijdt hij de touwen die me op de stoel hielden door.
‘Je moet even meekomen. Ik moet je iets laten zien,’ zegt hij en hij lijkt niet onder de indruk van het feit dat ik nu bewegingsvrijheid heb.
We weten allebei dat het verschrikkelijk dom zou zijn als ik een poging zou doen om hem aan te vallen, maar helaas voor hem, ben ik in staat een heel nieuw niveau van domheid te bereiken. In een haast soepele beweging kom ik overeind en stoot ik daarbij met mijn elleboog in zijn ribben. Hij maakt een gepijnigd geluid en even ben ik van mijn stuk gebracht. Ik heb hem eigenlijk alleen meer gezien in situaties waar hij volledig de controle had. Het is vreemd om hem pijn te zien lijden.
Heel lang laat ik mezelf daar niet over nadenken, want ik weet dat hij in staat is zich verschrikkelijk snel te herstellen en een tegenaanval in te zetten. Ik pak zijn mes af, maar voordat ik hem daarmee kan steken, grijpt hij mijn pols vast. Hij duwt me achteruit en ik struikel naar achteren tot ik met mijn rug en hoofd tegen de muur klap. Ik weet niet of het zijn bedoeling was om me op een plek te krijgen waar Evan me kan zien, maar over zijn schouder zie ik vaag Evan op de houten stoel zitten.
Matthew grijpt mijn keel vast en de snee begint weer te bloeden. Ik bijt mijn tanden op elkaar en mijn blik wordt wazig van de tranen. Toch kan ik de woede in zijn blik zien.
Net voordat hij het mes weer uit mijn handen kan rukken, geef ik hem een knietje tussen zijn benen. Hij hapt naar adem, maar ik kan niet veel beginnen, omdat hij zich nog steeds stevig aan me vasthoud.
Voordat een van ons tweeën een nieuwe klap uit kan delen, wordt de deur geopend. Eli loopt naar binnen. Net even te lang raak ik afgeleid en daarbij geef ik Matthew de kans om me hard tegen mijn slaap te slaan. Nog voordat ik de pijn kan voelen, wordt het zwart voor mijn ogen.

Reacties (1)

  • Luckey

    ze is echt niet slim
    en zo brengt ze niet alleen zichzelf maar ook evan in gevaar

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen