1 week later....



||Aro Volturi.


Met een bedenkelijke frons bekeek ik de o zo witte ronde troonzaal, een week geleden was het een totale ravage door een energie bom was afgegaan. Een van mijn gevangene is daarbij op brute wijze om het leven gekomen. Felix had een hand gevonden, terwijl Jane met een oog aan kwam zetten.
Na vier dagen, aan het bed van Yinxy gezeten te hebben. De hoop hebben gehad dat ze zou ontwaken, dat we er op tijd bij waren geweest. Heb ik gevraagd of ze me op de hoogte konden houden.
Mocht het meisje ontwaken zou ik daar zijn waar nodig was.
Nu zat Dimitri al de gehele week aan het bed van Yinxy, zijn hand om die van haar gesloten en zijn ogen starend, turend op het gezicht van zijn zangeres. Hij kon het niet geloven dat ze er niet meer was. Hij bleef volhouden dat ze op tijd waren geweest, dat ze gewoon langer nodig had.
Maar in die afgelopen vier dagen heb ik tergend lang naar haar hartslag dat zo onregelmatig was, zo gevaarlijk langzaam ging zitten luisteren. Haar ademhaling, dat zo rochelend was, alsof het soms leek dat ze aan het stikken was. In de avond na het eten terug aan haar bed, stopte haar hart er ineens mee, net zoals haar ademhaling.
Maar ontwaken deed ze niet.
Marcus, mijn broeder was zo geirriteerd geraakt dat hij Malieson, de zoon van Melissa, zijn hoofd van zijn lichaam trok. Dat heeft Melissa gelijk zo emotioneel gemaakt dat ze Marcus te lijf ging met een schaar die ze op dat moment in haar handen had.
Een simpele klap en het meisje lag buiten westen.
Olivia die later het meisje beneden in de vertrekken had opgesloten zodat ze tot bedaren kon komen. Ze wist hoe gevaarlijk het leven was tussen de vampieren en vooral nu dat er binnenkort wellicht een nieuw lid was. Mocht de jongedame bereid zijn wakker te worden.
Maar die hoop had ik allang niet meer. Ze had al lang en breed wakker moeten wezen.
"Alec, laat Dimitri afscheid nemen van Yinxy, het heeft lang genoeg geduurd, ze gaat naar de tombe" sprak ik fronsend.
"Jane, zorg dat we van dat menselijke schepsel afraken, wil je" vroeg ik zo verveeld mogelijk.
Beide schoten ze de troonzaal uit, waarop ik kort een blik met Caius en Marcus wisselde.
"We waren gewoon te laat, niets aan te doen, zo'n zonde." Sprak ik knikkend. "Ja, zeker, zeer zonde" was Caius grijnzende stem. Hij was niet gek van het meisje, nooit geweest. Maar zeer zeker wel onder de indruk van haar gave.
"Wat doen we met de jongeheer" Marcus legde zijn arm op mijn schouder.
"Geef hem tijd broeder, hij is nog geen verloren zaak, zijn band met ons is sterk, zeer sterk maak je maar geen zorgen" sprak mijn broer, wijs. Hij kende de jongeheer het best, hij had hem benaderd na dat hij Amun was tegen gekomen.
"Tijd," sprak ik knikkend.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here