C​hris had zijn sigaret al op voordat ik de mijne goed en wel had aangestoken. Hij keek me verontschuldigend aan.
'Sorry. Stress roker.' Hij trok een nieuwe uit zijn pakje en stak hem op. Ik knikte alsof ik het begreep. Zolang hij maar doorpafte en mij geen vragen stelde, vond ik alles prima. Ik had mijn ademhaling enigszins weer onder controle, maar de bubbel had ik bewust om me heen gehouden.
‘Je praat niet zoveel,’ merkte Chris na twee minuten stilte op.
‘Jij zegt anders ook niet veel.’ Ik friemelde ongemakkelijk aan mijn t-shirt en Chris lachte.
‘Dat is waar. Normaal ben ik niet zo saai en chagrijnig als nu. Dit is gewoon een uitzondering.’ Hij nam een diepe haal van zijn sigaret en keek me taxerend aan. Onder zijn blik voelde ik me extra ongemakkelijk worden. Zat m’n haar door de war? Was mijn mascara uitgelopen? Ik checkte vliegensvlug of ik mijn werkshirt niet achterstevoren had aangetrokken en mijn gulp niet open stond, maar dat bleek niet het geval te zijn.
Dus wat dan?
‘Is er iets?’ vroeg ik tenslotte na nog een minuut stilte. Chris schudde zijn hoofd.
‘Ik kijk alleen. Probeer een beetje in te schatten wat voor persoon je bent want ik heb zo’n vermoeden dat je het me niet gaat vertellen.’
‘Je hebt me er ook niet naar gevraagd.’
Hij glimlachte. ‘Goed. Wat voor soort persoon ben je?’ Ik zweeg en staarde naar de grond. Een gestoordeling, dacht ik. Iemand die zichzelf opensnijdt en op een kalender aftelt naar haar sterfdag. Oh, en die regelmatig elfjes en draken ziet vliegen.
‘Je weet wel. Gewoon,’ antwoordde ik tenslotte. Chris knikte begrijpend.
‘Ja, nu is alles me duidelijk. Jij bent gewoon Winter.’ Hij lachte weer en toen ik voorzichtig opkeek naar zijn gezicht, lag er een twinkeling in zijn ogen.
‘En wat voor persoon ben jij dan?’
‘Ik ben gewoon. Gewoon Chris.’
‘Dat is niet erg origineel.’
‘Alles wat gewoon is, hoort ook niet origineel te zijn.’ Hij knipoogde en ik glimlachte flauwtjes.
‘Juist ja.’ Ik drukte mijn sigaret uit in de asbak en gluurde door de glazen deur in de richting van de balie. ‘Moeten we niet eens naar binnen?’
‘En wat gaan we daar dan doen?’ Chris leunde op zijn gemak tegen de stenen muur en keek me geamuseerd aan.
‘Jij bent de baas. Hoor jij me dat niet te vertellen?’ Ik schrok van de felheid in mijn stem. ‘Sorry. Dat was niet zo rot bedoeld als dat het eruit kwam. Sorry.’ Ik beet hard op mijn tong en sloeg mezelf denkbeeldig hard voor mijn hoofd. Het was niet alsof ik Chris als mijn nieuwe beste vriend wilde, maar aartsvijanden was wel het laatste waar ik behoefte aan had. Maar hij grijnsde alleen maar.
‘Je hebt gelijk: ik ben de baas. En als je baas draag ik je op om nog een sigaret op te steken en van de zon te genieten.’
‘Ik weet niet of de vakbond het leuk vind om te horen hoe mijn werkgever me verplicht om te roken. Vergoeden jullie mijn ziektekosten als ik dadelijk in het ziekenhuis lig?’ vroeg ik. Ik wist niet eens waar al die tekst vandaan kwam. Tien minuten geleden dacht ik nog dat ik dood ging in zijn aanwezigheid, nu voelde ik me plotseling… Nouja, niet op m’n gemak. Maar in elk geval comfortabel genoeg om een paar zinnen uit te wisselen.
Chris blies een grote wolk rook uit. ‘Daar zal ik even voor moeten informeren. Hoewel het niet echt dwingen tot roken is als de werknemer in kwestie zelf al rookt. En gelukkig ben ik alleen je baas als de echte manager van het zwembad er niet is, en die is er toevallig bijna nooit. Ik neem aan dat jij Roderik ook bijna nooit ziet?’
‘Roderik?’ vroeg ik verward.
‘Meneer Kampenberg,’ zei Chris. ‘Ze zitten twintig procent van de tijd in hun kantoortje, tien procent lopen ze rond om bevelen uit te delen en de rest van de tijd verstoppen ze zich in de schuur die aan de andere kant van het terrein staat. In de zomer houden we daar disco’s voor de jeugd en de rest van het jaar hangen ze daar de DJ uit samen. Maar dat heb je uiteraard niet van mij.’
Ik hield mijn hoofd schuin. ‘Wat heb ik niet van jou?’
Chris legde zijn hoofd in zijn nek en lachte bulderend. Als zijn lach een superkracht was, dan kon hij waarschijnlijk aardbevingen veroorzaken. ‘Grote meid, goede instelling. Niet slecht, voor een gewone sterveling.’ Op dat moment klonken er voetstappen binnen en toen ik weer door de deur spiekte, zag ik twee ouderen vragend om zich heen kijken. Ik maakte al aanstalten om ze te woord te staan, bedacht me toen en draaide me om.
‘Wie zegt dat ik een gewone sterveling ben?’ vroeg ik met een mysterieus lachje. Toen ik naar de balie liep, voelde ik de grond bijna schudden onder Chris’ gelach.

Zodra ik het oudere echtpaar had verwelkomd en ze de weg naar de kleedkamers had gewezen -gewoon rechtdoor lopen- kon ik mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Wie zegt dat ik een gewone sterveling ben? Dat was waarschijnlijk het allerstomste wat ik ooit hardop gezegd had. Ik schaamde me dood en hoopte maar dat Chris de rest van de dag in het rookhok zou blijven staan. Helaas was hij binnen een paar seconden alweer terug. Hij knikte dat ik hem moest volgen naar de personeelsingang naar het zwembad.
‘Werk aan de winkel. We gaan er voor zorgen dat die twee niet naar de bodem zinken. Vandaag redden we levens, partner.’ Zijn gezicht stond serieus en onwillekeurig moest ik lachen. Misschien had hij me nog niet helemaal afgeschreven.
De rest van de dag bleef het rustig. Rond twaalf uur stuurde ik alvast een berichtje naar Zomer dat ik moest overwerken, inclusief heel veel “sorry’s” en “ik ben er ook niet blij mee.” Tot mijn grote verbazing werd ze niet eens heel kwaad. Ze stuurde maar twee scheldwoorden, vier berichten waarin ze jammerde dat ze niet de hele avond met haar “slaapverwekkende en dodelijk irritante” huisgenoten wilde rondhangen en tenslotte “jij kan er ook niets aan doen. Hou van jou!”
Om één uur marcheerde Kampenberg naar binnen en deelde me op luide toon mee dat ik morgen pas ‘s middags hoefde te beginnen, om vervolgens te verdwijnen voordat ik hem ook maar kon bedanken.
‘Trek je niet teveel van die man aan,’ zei Chris terwijl hij schattend naar zijn kaarten keek die hij, na een uur in het lege zwembad gestaan te hebben, tevoorschijn had getrokken. ‘Hij meent het allemaal goed, tenzij je je werk niet doet. Je moet er twee pakken trouwens.’ Hij gooide grijnzend een harten twee op een harten vrouw en met een theatrale zucht pakte ik twee kaarten van de stapel.
Na zes potjes pesten -ik kende geen ander kaartspel- vond Chris het wel weer tijd voor een sigaret. Ik volgde hem naar het rookhok en terwijl ik achter hem aan liep, liet ik voor het eerst mijn ogen over zijn lichaam glijden. Zijn spieren tekenden zich duidelijk af onder zijn shirt, op een manier die voor veel meiden waarschijnlijk sexy zou zijn. Ik was heus niet blind voor mannelijke aantrekkingskracht, maar dat afgetrainde deed me niet zoveel. Maar, dacht ik, vanuit artistiek oogpunt was hij prachtig. De scherpe jukbeenderen, het warrige blonde haar… Alsof hij regelrecht uit een film was ontsnapt.
Eenmaal buiten genoot ik dankbaar van de frisse wind na zolang binnen te hebben gezeten. Chris zag het en zei: ‘Wacht maar tot het zomer is. Dan is het binnen soms wel veertig graden en wil je het liefst iedereen z’n nek omdraaien die in dat water ligt. Je zou bijna hopen dat er iemand naar de bodem zinkt, gewoon om er zelf even in te duiken.’
‘Dat is niet echt aardig van je,’ zei ik bestraffend.
‘Ik ben ontzettend aardig,’ wierp Chris tegen. ‘Dat komt omdat ik zo Gewoon ben. Gewone mensen zijn altijd aardig.’
‘Gewone mensen zijn saai.’
Chris greep zogenaamd geschokt naar zijn borst. ‘Nee toch? Noem je me nu saai? Mijn hobby postzegels verzamelen is anders hartstikke gevaarlijk en opwindend. Laatst heb ik nog drie kelen moeten doorsnijden om m’n set compleet te maken.’
‘Verzamel jij postzegels?’ vroeg ik geïnteresseerd. Chris zuchtte.
‘Nee, het was een grap. Nu heb je hem verpest. Hoewel ik het zeer schokkend vind dat je alleen dat uit die zin haalde en mijn slachtpartij negeerde.’
‘Sorry.’
Chris trok zijn mobiel uit zijn zak en tikte iets in, zoals ik hem al vaker had zien doen vandaag. Hij tuurde even naar het scherm en draaide hem toen naar me toe. “Hoe vaak Winter al sorry heeft gezegd” stond er in grote letters op het scherm, met daarnaast het getal zestien.
‘Hou je nou bij hoe vaak ik mijn excuses aanbiedt?’ vroeg ik verbaasd.
Chris knikte. ‘Zestien keer dus, in ongeveer vier uur tijd.’ Hij liet zijn telefoon in zijn zak glijden. ‘Onder andere omdat ik tien kaarten moest pakken tijdens het pesten en toen je vertelde dat je nog nooit ook maar één aflevering van Vikings hebt gekeken. Nee, dat laatste hoort je eigenlijk wel te spijten.’
‘Sorry.’ Ik haalde mijn schouders op. Grommend trok Chris zijn telefoon weer uit zijn zak en begon weer te tikken.
‘Ik bedoel alleen maar te zeggen dat je niet zo vaak je verontschuldigingen hoeft aan te bieden.’
‘Sorry.’
Chris trok zijn wenkbrauwen op en typte zuchtend door. ‘Ik krijg nog eens een gekneusde duim van jou.’
‘Sorry.’
‘Kom op!’ Hij keek me zogenaamd kwaad aan. ‘Kan ik dit ding nog in m’n zak stoppen vandaag of zal ik hem maar aan m’n hand vast lijmen?’
‘Nee, ik denk dat je hem wel weer kan opbergen.’ Ik grijnsde onschuldig en er viel een stilte terwijl Chris een nieuwe sigaret opstak. Opeens merkte ik dat mijn bubbel een stuk minder scherp was geworden. Normaal hield ik hem wijd om me heen, alsof iedereen die in de buurt kwam onmiddellijk afgestoten werd. Nu was hij een stuk kleiner en minder massief. Ik vroeg me af of dat een goed of een slecht teken was. De angst die me enkele uren geleden nog dreigde te overwelmen, was langzaam weggeëbd en inmiddels was ik bijna ontspannen in zijn gezelschap. Het voelde bijna oncomfortabel; de manier waarop mijn spieren niet langer strak stonden en mijn lach niet een geforceerd masker was. Het was jaren geleden dat ik me zo gevoeld had. Bijna meteen werd het weer donker in mijn hoofd, toen ik aan die tijd terugdacht. Er was een reden dat ik me nooit kon ontspannen in het gezelschap van wie dan ook.
Ik ademde diep in en forceerde de bubbel om weer een stukje uit te breiden, helemaal tot aan waar Chris stond. Het was beter zo. Ik moest me niet laten meeslepen door de eerste de beste persoon die aardig deed. Vriendelijkheid was nooit gratis.
‘Maar zeg me dan op z’n minst dat je Arrow hebt gekeken,’ zei Chris.
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee. Sorry.’
Met een luide “kom op nou!” trok Chris zijn telefoon weer uit zijn zak terwijl ik schaterend dubbel sloeg van het lachen.

Reacties (2)

  • aarsvogel

    Jaaaaa go Chris! Love ya! Maak Winter beter!

    1 jaar geleden
  • AMuppetOfAWoman

    Dit hoofdstuk was weer een genot om te lezen. Dankjewel! :')

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here