E​r was niets vreselijkers dan de woorden: “Deze opdracht werken we in groepen.” Ik verafschuwde ze en toch kwamen ze regelmatig terug. Zoals nu.
Ik keek met een ruk op van mijn schrift en probeerde de blik van mijn docent te vangen. Misschien, als ik maar smekend genoeg keek, dan zou hij zich bedenken. Maar hij keek niet en ging onverstoorbaar verder.
’Het is de bedoeling dat jullie allemaal een land vertegenwoordigen. Voor mijn vak doen jullie onderzoek naar de geografie, voor geschiedenis bekijken jullie uiteraard de historie en dan is er nog een stukje cultuur dat we van elk land willen zien. Het project duurt zes weken en wordt afgesloten met een presentatie.’ Ik kromp in elkaar. Samenwerken was al erg genoeg, maar een presentatie? Een golf misselijkheid sloeg door me heen. Jennifer, een meisje met een gezicht vol sproeten, stak haar hand op.
‘Mogen we zelf de groepen samenstellen?’ De docent knikte.
’Maximaal drie per groep. De landen waar jullie je project over gaan doen, deel ik uit zodra ik de groepen heb genoteerd.’ Er barstte onmiddellijk een luid kabaal los in de klas terwijl iedereen probeerde om in dezelfde groep te komen. Ik zat stilletjes in elkaar gedoken en keek met wanhopige ogen toe. Niemand kwam naar mij om te vragen of ik mee wilde doen en andersom iemand aanspreken zou een soort doodvonnis betekenen. Losers mag je wel zien, maar niet horen. Tenzij ze iets zeggen waarmee je ze kunt uitlachen.
Ik stond voorzichtig op en schuifelde naar het bureau van mijn leraar. ‘Meneer?’ Hij keek op en glimlachte.
’Ah, Winter. Hoe ziet jouw groepje eruit?’ Hij hield zijn pen al in de aanslag. Ik schudde mijn hoofd.
’Ik heb niemand,’ fluisterde ik. ‘Mag ik het ook alleen doen?’ Het gezicht van mijn leraar betrok.
‘Uitgesloten. Echt Winter, het project is te groot om alleen te doen en samenwerken is ook iets wat je op school moet leren.’ Hij stond op en speurde de klas door. ‘Jongens, wie heeft er nog plek voor Winter in zijn groep?’ Er volgde een akelige stilte terwijl iedereen hard zijn best deed om vooral niet naar mij of de leraar te kijken. Alleen Mitchell hield zijn ogen strak op me gericht en glimlachte vaag.
‘Nou, doe niet zo kinderachtig. Anders ga ik een groep aanwijzen,’ zei mijn leraar geïrriteerd. Nog altijd stilte. Kennelijk was iedereen bereid om de gok te wagen in plaats van zichzelf te moeten opofferen. Ik hield mijn blik strak op de grond gericht en probeerde de tranen weg te knipperen. Mijn leraar zuchtte. ‘Goed, even kijken. Sandra, jouw groep neemt Winter erbij.’
‘Maar we zijn al met drie!’ protesteerde Sandra luid. Haar vriendinnen, Madelief en Dominique, keken zowel geschokt als geïrriteerd.
‘En nu zijn jullie met vier. Ik zal het meteen noteren. Winter, ga er maar bij zitten.’ Het was maar drie meter naar hun tafel, maar bij elke stap voelde ik hun blikken branden, doordrenkt met haat. Toen ik voorzichtig op de stoel neerzakte en mezelf naar het puntje van de tafel schoof -zodat ik ze zo min mogelijk met mijn aanwezigheid zou kunnen irriteren- boog Dominique zich naar me toe en siste in mijn oor: ‘Dankje wel hé, trut.’ Ik kromp in elkaar, fluisterde een excuses en probeerde mezelf zoveel mogelijk onzichtbaar te maken. In mijn broekzak trilde mijn telefoon. De leraar deelde inmiddels de enveloppen met daarin de opdracht en de landen uit en ik nam het risico om onder de tafel te kijken wie er een berichtje had gestuurd.

“Als ze lastig doen, dan verwijs je ze maar naar mij door.”


Ik keek op, recht in Mitchells grijnzende gezicht, en lachte voorzichtig terug. Het schooljaar was pas een maand bezig en hij had zich nu al omhoog gewerkt tot een van de populairste jongens op school. Hij werd uitgenodigd voor alle feestjes, om te komen chillen in het park en in de meidenkleedkamer werd er na gym niets anders besproken dan Mitchell zelf. Het gerucht ging dat hij een sixpack had (dit werd bevestigd toen hij na het voetballen zijn shirt uittrok) en dat zijn vader hem en zijn moeder in de steek had gelaten. “Dat is zo sexy,” had Samantha gezucht, “Hij is knap, slim en komt uit een gebroken gezin, waardoor hij vast en zeker ook nog eens heel gevoelig is.” Het leek me helemaal niet zo geweldig om uit een gebroken gezin te komen, maar ik had uiteraard niets gezegd.
Mitchell appte me elke dag wel even. Soms voor een gesprek, soms alleen maar om welterusten te zeggen. Stiekem was ik enorm naar zijn berichten gaan uitkijken, maar dat hield ik voor me. Ik wist niet wat er ooit zou gebeuren als mijn gevoelens voor hem naar buiten kwamen, maar veel goeds kon het niet zijn.
‘Peru?’ Sandra’s stem schudde me in een klap wakker. ‘Peru! Ik heb nog nooit gehoord van Peru.’ Met een afkeurend gezicht keek ze naar de envelop die de leraar op onze tafel had neergelegd.
‘Is dat niet waar de Himalaya berg staat?’ vroeg Dominique.
‘Het ligt in Zuid-Amerika,’ fluisterde ik. De drie meiden draaiden hun hoofd naar me toe.
‘Wat zei je?’
‘Dat het in Zuid-Amerika ligt. Bij Colombia en Ecuador.’ Mijn stem klonk iets harder, hoewel ik ze nog steeds niet aankeek.
‘Ecuawat?’ vroeg Madelief verbaasd, maar Dominique rolde met haar ogen.
‘Ga nou niet bijdehand lopen doen,’ siste ze. Ik haalde mijn schouders op, fluisterde wederom een “sorry” en richtte mijn blik weer strak op het tafelblad. Terwijl de anderen Peru al snel lieten rusten om over te gaan op de nieuwe kleur nagellak van Madelief, pakte ik weer mijn telefoon en typte onder de tafel snel een berichtje.

“Jij weet toch wel waar Peru ligt?”


“Jup. Ergens op de wereld. Wat weet jij van Rusland?”


“Dat er Russen wonen.”


Aan de andere kant van de klas zag ik Mitchell breed grijnzend naar zijn telefoon kijken. Hij keek mijn kant op en stak zijn tong uit. Ik probeerde een zogenaamd boze blik terug te sturen.
‘Leuk shirt, Winnie,’ zei Dominique opeens. Kennelijk was de nieuwe nagellak besproken. ‘Waar heb je deze vandaan? De Zeeman of de Wibra?’
‘Weet ik niet meer,’ stamelde ik. Sandra stak haar hand uit en gaf een rukje aan mijn mouw.
‘De Zeeman, zonder twijfel. Meer kunnen mammie en pappie niet betalen.’ Ze lachte terwijl mijn wangen vuurrood kleurden. Ik had het shirt van de kledingbank gekregen. Het was niet alsof ik me daar echt voor schaamde en ik was dankbaar om überhaupt iets aan te kunnen trekken, maar op dit soort momenten wenste ik altijd vurig dat mijn ouders iets meer geld hadden gehad.
Dominique’s hand gleed nu door mijn haar. Het voelde onprettig om door haar aangeraakt te worden, maar ik zei niets. ‘Waar ga jij trouwens naar de kapper? Oh, laat me raden. Mammie knipt het zeker gewoon met de keukenschaar?’ Ze barstte in lachen uit. Ik voelde hoe mijn ogen zich wederom vulden met tranen en ik vroeg me af hoeveel ik nog kon hebben voordat ik echt in huilen uit zou barsten. Niemand zou me te hulp schieten. Ik was al te veel van streek om me terug te trekken in mijn veilige wereldje. Dominique’s lach echode door mijn hoofd, versterkt door die van Sandra en Madelief.
‘Ik snap wel waarom je geen make-up gebruikt. Het is toch verloren zaak.’
‘Niemand zal toch ooit met jou uitgaan.’
‘Moet je kijken hoe dun ze is. Wedden dat je zo’n anorexiapatiëntje bent?’
Het ging maar door. Er zat een brok in mijn keel en ik voelde de eerste traan al langs mijn wang glijden.
‘Oh, ze moet janken,’ lachte Sandra. ‘Lekker kinderachtig.’
‘Het is ook schokkend om de waarheid te moeten horen,’ zei Madelief. Dominique had haar hand weer tot mijn gezicht gebracht en kneep nu hard in mijn wang. ‘Ze is nog zo klein. Net een baby. Toch, Winter? Baby Winter. Aah koezie-koezie-koe!’ Dat laatste sprak ze uit alsof ze inderdaad tegen een klein kind sprak. Er knapte iets in me. Misschien was het omdat ze me aanraakte, misschien was het alles bij elkaar, maar ik sloeg ruw haar hand weg en brulde: ‘Hou je kop!’
Het werd doodstil in de klas. Iedereen staarde me aan en de leraar liep haastig naar ons tafeltje toe. ‘Wat is hier aan de hand?’ vroeg hij streng. Ik kon geen woord uitbrengen, zoveel moeite kostte het me om alleen maar te blijven ademen.
‘We waren net een taakverdeling aan het maken, meneer. Maar Winter wilde haar deel niet doen en toen werd ze boos,’ zei Dominique poeslief. De andere twee knikten braaf. De leraar richtte zijn blik nu op mij.
‘Het is een groepsopdracht. Jij moet er net zo hard aan meewerken als de rest van je team. Laat ik dit soort onzin niet meer horen. En pak nu maar je spullen en ga buiten maar afkoelen. Dit soort gedoe wil ik in mijn les niet hebben.’ Terwijl ik mijn tas inpakte, stroomden de tranen nu echt over mijn wangen. Het was zo oneerlijk. Waren leraren nu echt zo blind voor wat er zich werkelijk in hun eigen klas afspeelde? Waarom werden we als buitenbeentjes geforceerd om dingen te doen die we niet wilden doen? Altijd onder het mom van ‘maar later moet je dit ook op je werk doen. Daar zal je ook moeten leren hoe het is om samen te werken met iemand met wie je niet bevriend bent.’ Soms had ik het idee dat mijn klasgenoten me kapot maakten. Dat ze doelbewust al het leuks uit me sloegen, tot er niets anders overbleef dan een zielig hoopje mens. En dat was dan een oefening voor later.

Aan het eind van de dag wachtte ik tot het schoolplein leeg was, voordat ik naar het fietsenhok liep. Ik was altijd de laatste die vertrok, zodat ik niet in de buurt van de grote groepen leerlingen hoefde te komen. Mitchell had me niets meer gestuurd. Waarschijnlijk vond hij me nu ook kinderachtig. Toen ik de fietsenschuur in liep, zag ik van ver al dat er iets niet klopte. Zowel mijn voor- als achterband waren lek gestoken.
‘Nee,’ jammerde ik zachtjes, ‘Nee, nee, nee!’ Ik kon best een band plakken, maar ze waren echt helemaal vernield. Ik zou ongetwijfeld naar de fietsenmaker moeten en mijn ouders zouden geld moeten missen omdat ik zo nodig mijn grote mond open had getrokken. Ze zouden niet boos zijn, alleen heel diep zuchten en zeggen: ‘nou ja, dan eten we deze week gewoon geen vlees’ en ik zou verteerd worden door schuldgevoel.
Huilend trapte ik tegen de muur.
‘Da’s pech hebben,’ klonk een stem achter me. Ik draaide me razendsnel om en veegde de tranen uit mijn gezicht. Nu pas zag ik Dominique, verscholen achter een pilaar. Ze rookte langzaam een sigaret. Haar ogen, zwaar aangezet met mascara, boorden zich in die van mij en haar zwarte henna haar gaf haar iets kwaadaardigs in de schaduw van het fietsenhok. Ze liep langzaam naar me toe. ‘Gut, alle twee nog wel. Dat is echt dubbel pech.’
Onwillekeurig deed ik een paar stappen achteruit. Ik wilde iets zeggen, maar de woorden bleven steken. Dominique bleef vlak voor me staan, keek enkele seconden alleen maar en haalde toen met haar vlakke hand uit. De klap echode door de schuur en mijn wang begon te branden. Ik huilde niet. Ik schreeuwde niet.
‘Je trekt nooit meer op die manier je bek open tegen me, begrepen?’ Dominique’s stem klonk kil. Ik knikte en staarde haar als versteend aan. ‘Mooi. Dan kan ik nu eindelijk naar huis.’ Zonder me nog een blik waardig te keuren, draaide ze zich om en liep heupwiegend naar buiten. Zodra ze weg was, zakte ik huilend in elkaar op de grond.

Reacties (2)

  • Teal

    Ik vind deze terugblikken heel fijn om te lezen! Zo weet je toch wat er allemaal in Winters leven heeft gespeeld

    1 jaar geleden
  • AMuppetOfAWoman

    Voorheen was ik altijd een 'stille' lezer, een lezer die alleen de verhalen las en kudo's uitdeelde, ik plaatste voorheen nooit reacties, maar nu ik jouw verhaal lees en naarmate dit verhaal vordert, heb ik steeds vaker de drang om een reactie te plaatsen. Simpelweg omdat jouw verhaal fantastisch is! Jeetje. Ik lees dit verhaal met zo veel plezier. Het verhaal is écht heel goed. Het maakt mij ook enorm blij wanneer er een nieuw hoofdstuk wordt geplaatst.
    Dankjewel voor dit fantastische verhaal, dankjewel voor dit fantastische nieuwe hoofdstuk. Mijn dank is enorm groot.
    Liefs x

    1 jaar geleden
    • Rozenthee

      Dankjewel (: Ik vind het fijn dat je het leuk vind om te lezen! Al ga ik de komende weken misschien wel spammen qua hoofdstukken, dus sorry alvast :')

      1 jaar geleden
    • AMuppetOfAWoman

      YES ! :') Looking forward to it!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here