De tijd verstreek in Tepe Sialk. Alexander bracht zijn tijd vooral door met trainen, lezen en af en toe een uitstapje. De uitstapjes bestonden vooral uit het bevechten van losgeslagen wezens die mensen aanvielen. Maar er was ook heus wel wat tijd voor plezier en met z’n vijven konden ze een hoop lol hebben. Het begon steeds beter te gaan met Alexander en hij kon de toekomst van zijn zoon en zijn onvermogen daar iets aan te doen, beter laten rusten. Eindelijk had hij er vrede mee gevonden en kon hij zich pas echt goed richten op zijn trainingen.
Tot het nieuws kwam over de burgeroorlogen die gaande waren in zijn rijk. Hoewel hij zijn best had gedaan om een pad vrij te banen voor zijn zoon, was dit mislukt. Perdiccas, die de regent zou zijn, werd vermoord en hoewel zijn andere loyale generaals de strijd voortzetten tegen degenen die de macht probeerden te grijpen, bleef het een bloedig conflict. Slecht en hoopvol nieuws wisselden elkaar af. Hoe goed zijn best Alexander ook deed, het nieuws bleef hem beïnvloeden en hij kon zich er wekenlang slecht door voelen.
De grootste klap bleef toch de uiteindelijke dood van zijn zoon Alexander na 14 jaar. Cassander kwam als overwinnaar uit de oorlog en weigerde de heerschappij aan de jonge Alexander over te geven toen hij op de leeftijd kwam om te kunnen heersen volgens de Macedonische wetten. In plaats daarvan liet hij hem vermoorden.
Zeus had Alexander beloofd om hem op de hoogte te houden van de belangrijkste ontwikkelingen, maar dit nieuws was met enkele dagen vertraging gekomen. Achteraf vermoedde Alexander, omdat Zeus het hem op het beste moment wilde vertellen in de juiste woorden. Wat dus tijd nodig had.
Ondanks dat het nieuws op het beste moment daarvoor gebracht werd, toen Alexander weer in een goede bui was, maakte het hem kapot. Dagenlang weigerde hij te eten, kwam hij zijn kamer niet uit en wilde hij niemand spreken, hoe erg de rest hun best ook deed. Voor dat moment was Alexander zijn geloof in de mensheid volledig verloren. Mensen deden verschrikkelijke dingen voor hun eigen macht en verrijking. Niet dat hij zich daar niet schuldig aan had gemaakt, maar Cassander had zijn eigen koning verraden en laten vermoorden om zelf aan de macht te kunnen komen. Iets wat Alexander nooit gedaan zou hebben, mocht hij in Cassanders schoenen hebben gestaan. Dat eergevoel had hij tenminste nog wel.
Op een dag kwam Alexander eindelijk tevoorschijn, maar ontstoken in woede.
‘Ik ga hem vermoorden!’ riep hij. De woede had het uiteindelijk overgenomen van de onmacht en het verdriet. Hij voelde alleen al gauw dat hij vastgegrepen werd. Hij probeerde zich nog los te wrikken, maar stevige armen hielden hem op zijn plaats. Hephaistions armen natuurlijk.
‘Ik weet dat je kwaad bent. Ik ben ook kwaad. Maar ga alsjeblieft geen overhaaste beslissingen maken.’
‘Hij moet dood! Hij moet boeten voor zijn daden!’ Alexander bleef doortieren, maar Hephaistion liet hem niet los.
‘Hij zal zijn eind wel vinden. Er zullen zat mannen zijn die jouw zoon ook willen wreken. Hoe graag je het ook wilt, het is jouw taak niet meer, Alexander. Je hebt gezworen afstand te nemen van de sterfelijke wereld.’ Plots verstijfde Alexander, denkend aan de gelofte die hij aan Zeus had gedaan. De aloude had maar al te duidelijk gemaakt wat er zou gebeuren als Alexander hem niet zou gehoorzamen. De aloude begon zijn koppige gedrag zat te worden.
‘Beloof je me dat iemand anders hem zal doden?’ Alexander klonk wanhopig, zo erg verlangde hij naar rechtvaardigheid. De moord op zijn zoon kòn niet ongestraft blijven.
‘Ik kan niets beloven, maar ik ben er vrij zeker van dat iemand zal opstaan om wraak te nemen. Dit is regicide en mag niet ongestraft blijven. Helaas zijn wij alleen niet meer bij machte om iets te doen.’
‘Hij moet dood,’ mompelde Alexander nog, maar hij had toegegeven. Er was niets meer wat zij konden doen zonder Zeus kwaad te maken. Hephaistion drukte een kus op zijn wang en liep toen weg, Alexander verslagen achterlatend.
Toen Hephaistion later weer terugkwam, was Alexander nog steeds in de gang aanwezig, maar nu zittend tegen de muur. Sappho zat naast hem. Een troostende hand op zijn schouder.
‘Dood hoort helaas bij het leven. Ik heb ook vele geliefden verloren, sommigen nog veel te jong om te mogen sterven. Het leven is wreed, mensen zijn wreed. Daarom hebben we mensen zoals jij nodig. Mensen die de wereld net een beetje beter maken.’
Alexander zat daar slechts, knikte soms als antwoord op haar woorden.
‘Alexander, ik heb wat voor je. Zou je met me willen meelopen?’ vroeg Hephaistion voorzichtig. Alexander bleef zitten en staarde voor zich uit.
‘Je kan het beste met hem meegaan,’ Sappho stond op en stak haar hand naar hem uit. Na enige aarzeling pakte hij haar hand toch aan en kwam overeind. Hephaistion pakte zijn andere hand vast en voor enkele seconden stonden ze zo met z’n drieën. Een man kapot van verdriet, maar zijn geliefde en een vriendin die er waren om hem bij te staan.
Hephaistion leidde hem naar buiten, de vesting uit. Onderweg pakte hij bloemen mee die hij van tevoren had klaargelegd en drukte ze in Alexanders vrije hand. Even buiten de muren bleef hij stil staan. Voor hen stond een steen met daarin een tekst gehouwen. Alexander IV.
‘Ik weet niet wat ze met zijn lichamelijke resten hebben gedaan, maar hij verdient een graf, ook al ligt hij daar niet. En zo kan jij hem ook nog gedenken, ondanks dat zijn daadwerkelijke graf ver weg is.’ Alexander bleef stil, maar liep op de steen af en legde daar de bloemen neer. Toen overmanden de emoties hem, waardoor hij neerviel op zijn knieën en begon te huilen. Hij begon zacht snikkend, maar huilde al gauw met uithalen. Hij voelde hoe zijn hele lichaam schokte en zijn wangen nat waren van de tranen, maar hij liet het gaan. Hij liet alles eruit, liet alle emoties gaan die zo lang opgepropt in hem hadden gezeten. Het verdriet om zijn zoon die hij nooit gekend had, maar die zoveel voor hem betekende.
Hij merkte het niet dat Hephaistion naast hem kwam zitten, tot hij zijn armen om Alexander heen sloeg, hem in een stevige omhelzing nam. De woordeloze steun die Hephaistion hem gaf, maakte hem zich veiliger voelen, maar de tranen bleven komen. Meer en meer. Ze bleven zo zitten tot Alexander geen tranen meer over had. Maar zijn lichaam bleef schudden van de tranenloze snikken. Hephaistion bleef hem vasthouden. Er leken uren voorbij te zijn gegaan tot Alexander zich eindelijk weer in staat voelde tot spreken.
‘Dank je wel,’ klonk er hees uit zijn mond en Hephaistion gaf hem weeral een kus op zijn wang. Een kus op de mond leek hem te misplaatst voor de situatie.
‘Ik ben er altijd voor je. Altijd.’

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Awww, sad, maar Hephaistion, zo lief. (ik wil hem al eeuwen een bijnaam geven, maar hep klinkt... niet zo goed)

    1 jaar geleden
    • Delahaye

      Ik gebruik altijd Phais als bijnaam, haha.

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here