Sirius lag languit op het gras en had zijn ogen gesloten. Verderop hoorde hij Harry een gilletje van plezier slaken, gevolgd door de diepere lach van Remus. Het was een geluid dat nog steeds wat onzeker klonk, maar wel een die Sirius de afgelopen tijd steeds vaker had mogen horen. Het was bijna alsof de man niet geloofde dat ook hij hardop kon lachen.
      Lily's stem die de groep bij elkaar riep voor de lunch doorbrak de betrekkelijke rust, en Sirius hoorde hoe Harry en Remus kwamen aangestampt. Aan de plotselinge uitroep van Harry te horen had James hem opgetild en hield hij de jongen nu op de kop.
      "James, zet hem toch neer," zei Lily lachend. "We gaan eten."
      Pas toen Sirius beweging naast zich hoorde opende hij zijn ogen en hij glimlachte licht naar Remus. De jongeman glimlachte voorzichtig terug. Sirius bewoog wel, maar ging niet overeind zitten. In plaats daarvan nestelde hij zijn hoofd in de schoot van Remus, die haast automatisch met zijn haren begon te spelen.
      Met zijn ogen nam hij Remus in hem op. Remus leek wat vermoeid. Zijn huid was iets bleker dan echt gezond was. De maan had haar vat gehad op de gezondheid van de jongeman en de wallen waren duidelijk zichtbaar. Het gaf hem een wat ziekelijke uitstraling, vooral in combinatie met de dunne schram die over zijn wang liep. Toch had Sirius zich geen mooier beeld kunnen voorstellen.
      "Wat is er?" Remus keek niet eens naar Sirius terwijl hij dit vroeg. In zijn vrije hand hield hij een broodje dat hij net van Lily in ontvangst genomen had.
      "Gewoon... Dit." Met een handbeweging gaf Sirius 'dit' aan. Wie had ooit verwacht dat hij hier zou zijn met Remus, en James en zijn gezin. Dat ze samen broodjes zouden eten en zouden lachen om Harry die heel verontwaardigd was toen hij een groen bordje in plaats van een blauwe kreeg.
      Het ging niet van een leien dakje, dat wist Sirius ook. Hij schreeuwde tegen Remus of zei helemaal niks. Hij sloot zich af of wilde Remus juist te veel. Soms zei hij iets en zag hij James en Lily elkaar betekenisvol aankijken. Soms hoorde hij Moeder terug in zijn woorden en wilde hij alleen maar zijn hart uit zijn borst scheuren. Andere keren gooide hij het gehele servies op de grond. De nachten waren nog het ergste. Hij hoorde stemmen tegen hem fluisteren en urenlang lag hij te woelen alleen in bed, tot hij keer op keer Remus' gezelschap opzocht. Hoewel het niet alles oploste, hadden de sterke armen van Remus om hem heen toch een kalmerend effect. Soms sliep hij dan zelfs een paar uur.
      De dag nadat Remus hem op dat veld had aangetroffen hadden ze naar James gemoeten. Remus had James willen vertellen dat hij niet langer bij ze zou verblijven, maar naar Sirius zou gaan. De gedachte alleen al om James onder ogen te komen had bij Sirius een knoop in de ingewanden veroorzaakt.
      Het was ook geen fijn gesprek geweest. James had hem amper aan willen kijken, en de momenten dat hij dat wel deed had er woede in zijn ogen gestaan. Het had Remus heel wat moeite gekost om James ervan te overtuigen dat het zijn keuze was en dat Sirius hem niet gedwongen had. Uiteindelijk was James achteruit gestapt met een gebaar alsof hij zijn handen ervan af trok en de woorden dat Sirius maar beter goed voor Remus kon zijn, omdat hij anders aan James mocht gaan antwoorden.
      En nu? Nu probeerden ze langzaam maar zeker de stukjes aan elkaar te lijmen. Het ging moeizaam en ondanks dat Sirius en Remus regelmatig bij James en Lily waren, wist Sirius dat James hem nog niet vertrouwde. Elke keer bekeek hij Remus met argusogen, zich afvragend of Sirius alweer geknapt was. Of de kleding de sporen verborg.
      Sirius sloot zijn ogen weer. Remus' hand bleef met zijn haren spelen. Het was niet goed, nog niet. En misschien zou het ook nooit meer goed komen. Misschien was zelfs lijm niet sterk genoeg om deze puinhoop nog te repareren. Misschien zouden ze er ooit wel komen, misschien niet.
      Maar Sirius wist één ding wel: hij zou Remus niet meer laten gaan. Hij was niet perfect, of heel, of zelfs maar een klein beetje gebroken, maar met Remus zo aan zijn zijde deed het minder pijn. Remus zorgde ervoor dat hij kon blijven ademen, door kon gaan. Dat was genoeg op dit moment.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen