En toen was dit alweer het laatste hoofdstuk van Lunatic. Man, it's been a hell of a ride. Ruim 40k schrijven aan hetzelfde verhaal is iets wat me tot nu toe nog nooit eerder gelukt is en er zijn ook zeker momenten geweest dat ik twijfelde of ik het wel zou redden. Maar hier staan we dan, toch aan het einde van het verhaal.
Het lijkt me vrij duidelijk, maar laat ik het voor de zekerheid toch maar even zeggen: de relatie van Sirius en Remus is absoluut niet gezond te noemen. Sirius is een jerk met veel problemen. Ik wilde ze alleen wel een happy end geven, dus dat hebben ze gekregen :')
Ik vond het in elk geval erg leuk om te schrijven (zegt dat iets over mij? :'D) en ik hoop dat jullie ook van het lezen genoten hebben. Heel erg bedankt voor het lezen en eventuele reacties in elk geval!
En voor nu rest me nog maar 1 ding te zeggen: enjoy the last chapter!

"Hoe gaat het, Sirius?"
      Dezelfde vrouw, dezelfde desinteresse. Hetzelfde clipboard waar ze aantekeningen op maakte en dezelfde klok die langzaam de seconden wegtikte. Waren het ook nog dezelfde aantekeningen? Sirius dacht van niet.
      Hij haalde zijn schouders op. "Maakt het echt uit hoe het met me gaat?" Zij gaf daar toch niet om. Zij gaf er alleen om dat ze betaald zou worden voor deze sessie, en dat was iets dat Sirius rijkelijk deed. Hij zou de gehele sessie zijn mond kunnen houden als hij dat wilde. Het zou niemand uitmaken.
      "Ik hoorde van het ongeluk."
      "Het was geen ongeluk." Waarom moest ze doen alsof ze ergens verstand van had terwijl ze dat niet had?
      "Hoe bedoel je?
      "Omdat de brand was aangestoken." Het waren dezelfde woorden als die hij gehoord had in een klein dorpje in Wales. Ditmaal ging het echter niet om een huisje waar gelach van een kind had moeten klinken. Het slachtoffer was nu een eeuwenoude boom geweest die het vuur al een keer weerstaan had. Ditmaal was hij er niet zo ongeschonden vanaf gekomen.
      De roddelbladen spraken van een ongeluk, van grote pech. Zo'n machtige boom die nu ten prooi gevallen was aan een sigaret die niet genoeg gedoofd was, of misschien de hitte niet aan had gekund. Sirius wist wel beter. Hij was immers degene die uiteindelijk de aansteker had gehanteerd.
      "Wat betekent dat voor jou?"
      Sirius antwoordde niet, maar staarde langs haar heen naar de witte muur. Het herinnerde hem aan de muren in St. Mungos, vooral van die ene kamer. Het was zo ontzettend steriel en klinisch.
      "Vrijheid," zei hij uiteindelijk. Hij had staan toekijken hoe de boom was afgebrand tot het niks meer dan een hoopje as was. Misschien had hij niet alleen de boom afgebrand, maar ook het verleden. Weg was het bewijs van de uren die hij en Reg daar gespeeld hadden, van het gelach van relatieve kinderlijke onschuld, al waren de zonen van huize Black nooit echt kind geweest. Weg was het beeld van zijn dood.
      "En nu?"
      Het was de vraag die Sirius zichzelf al vele keren gesteld had. De oorlog was afgelopen, zowel in de wereld als in zijn hoofd. Moeder veroordeelde niet langer alle stappen die hij zette. Het duister joeg hem geen vrees maar. Maar nu?
      Wat moest de man doen die slechts oorlog gekend had wanneer het vechten voorbij was? Hij was altijd een soldaat geweest en had gevochten, tegen het kwaad en tegen zichzelf. Wat kon hij verder nog nu dat niet nodig was?
      "Nu is hij er." Het was geen antwoord op haar vraag. Sirius wist het zelf ook niet.
      "Wie is hij?"
      "Hij is..." Zijn stem stierf weg. Hoe legde je uit aan iemand dat hij je reddingsboei was? Dat hij de reden was dat je niet volledig uit elkaar viel, dat je nog kon ademen? En vooral, als diegene niet wilde luisteren naar woorden. Zou je die moeite dan wel nemen?
      "Houd je van hem?"
      Het bracht hem terug naar hun vorige gesprek. 'Houd je van haar?' 'Ik ben haar bezit'. Toen had ze hem aangekeken met onbegrip in haar ogen, en dat onbegrip zag hij nu weer. Ze wilde het niet snappen en zou het daarom ook nooit doen. In haar ogen was hij nog steeds diezelfde persoon als die de vorige keer haar kantoor binnen gestapt was. Nog steeds hetzelfde monster, dezelfde krankzinnige man.
      Houd je van hem?
      "Ik geef om hem." Hij was even stil. "Dat is genoeg." Het was genoeg. Wel voor Sirius. Wel voor Remus. Houden van bestond niet en maakte alleen levens kapot. Maar Sirius kon leren om te geven om.
      "Wil je zeggen dat je jezelf hebt gevonden?"
      Hij lachte om haar vraag. Lege, loze woorden waren het.
      "Beter. Ik heb mijn gouden ogen gevonden."

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen