Foto bij Hoofdstuk 28

Hij had een plan.
      “Serieus?”
      “Ja.” Hij pakte haar hand en trok haar de andere kamer in. “En het lost twee van onze problemen op.” Hij dacht even na. “Drie, misschien.”
      “Wat is het?”
      “Sguaba Tuinne.”
      Ze was even stil, bang dat ze het verkeerd had verstaan.
      “Wat?”
      “Golfbreker. Het is een schip dat zelf kan navigeren.” Hij glimlacht. “Ik zou hier kunnen komen zonder Elis. We zouden elkaar hier kunnen ontmoeten!”
      “Dat klinkt goed,” zei ze, niet helemaal overtuigd. “Dat zou echt werken?”
      “Jaren geleden heb ik erover gehoord op mijn reizen. Het zou perfect zijn, Rowan. We zouden hier weg kunnen komen en het kan je naar die schat van jou leiden.”
      “Dat klinkt inderdaad perfect.”
      “Eén probleem…”
      Ah. Daar gaan we.
      “Ik weet niet zeker of het bestaat.”
      “Je…” Rowan zuchtte. “Je weet niet of het bestaat?”
      Ze had een hoop gezien op haar reis. Zeemeerminnen, geesten… En dan kwam het er nog bij dat ze zelf een selkie was. Maar toch, dit klonk te vreemd om waar te zijn.
      “Goed…” zei ze langzaam. “Stel dat we zeker weten dat dit schip, de sguada…”
      “Sguaba Tuinne.”
      “Ja. Golfbreker. Stel dat we zeker weten dat het bestaat, waar vinden we zoiets?”
      “Ik…”
      “Ja?”
      “Ik weet het niet.”
      “Oké.” Rowan haalde weer diep adem. “Oké.”
      “Dat betekent niet dat ik niet weet hoe het te vinden.”
      Het duurt even voordat ze weer kan spreken. “Wat… wat bedoel je?”
      “Het schip behoorde tot Lugh, één van de oude goden. Ik weet niet of zij nog bestaan, maar het schip zou nog steeds moeten bestaan.”
      “Hoe weet je dat?”
      “Er zijn legenden over dit schip overal. Een schip dat diegenen die het verdienen redden van nood.”
      Rowan schudde haar hoofd. “Ik weet niet of ik je geloof.” Ze begroef haar gezicht in haar hand. “Ik heb vreemde dingen gezien op mijn reis, maar dit? Hoe krijgen we ooit een schip als dat?”
“We moeten in nood zitten.”
      “We zitten in nood! We zitten zonder schip en we waren bijna allemaal dood. En geen magisch schip.”
      Hij knikte langzaam. “Ik snap het. Je wilt je leven niet op het spel zetten voor een legende.”
      “Nee.”
      “Maar we kunnen hier ook niet eeuwig blijven. Het voedsel dat ik heb raakt op, vooral nu we met z’n vijven zijn ineens.”
      Ze zweeg. “Ik denk dat je dit met de rest moet overleggen. Het is niet alleen mijn beslissing.”
      “Goed.”
      Hij draaide zich om en keek nog één keer naar Rowan. “Als ik iets beters wist, zou ik het zeggen.”
      Ze antwoordde niet.

Hij liep naar de andere kamer en Rowan liep hem twijfelend achterna. Daar was Devan ondertussen bijna helemaal kaal geschoren, en als ze het proces niet zelf had gezien, had ze haar nauwelijks herkend. Maar het stond haar goed. Het maakte haar knap op een andere manier, een unieke manier. Wat zou Finnian zeggen als ze haar nu kon zien?
      “Elis,” hij glimlachte naar haar. “Devan. Faraj. Rowan vroeg me om jullie mening te vragen.”
      “Voor wat?”
      Filip zette nog één stap voor hij begon met praten. “We weten allemaal dat we… niet op een ideale positie zitten op dit moment.”
      “Dat kun je wel zeggen, ja,” merkte Devan op.
      Hij negeert haar. “Maar er is misschien een manier om hier weg te komen. Sguaba Tuinne, golfbreker. Een schip dat zichzelf navigeert.”
      “Nee,” antwoordde Faraj. “Dat is… Hoe weet je van die legende?”
      “Wat?”
      “Mijn vader had een matroos onder hem, en hij vertelde me altijd dat toen hij overboord was gevallen, een schip hem kwam redden. Maar het schip had een opvarende.”
      “Dan was het toch gewoon een schip?”
      “Nee,” zei Faraj, lichtelijk geïrriteerd. “De man raakte ze zeilen of het roer niet aan. Hij hielp hen alleen uit water. En er was iets raars aan hem, zei hij. Alsof hij er niet helemaal was.”
      “Dat is het! Dat moet het zijn!”
      Pas toen kwam Rowan in beweging. “Maar dat neemt niet weg dat het nog steeds een legende is. Voor hetzelfde geld ijlde die man gewoon wat, en was het een gewoon schip.”
      Devan knikte langzaam. “Ik weet het niet. Wat stel je voor, Filip?”
“Ik stel voor dat we ons bootje op open zee wagen, en zien of de Sguaba ons komt redden.”
      “Zie?” zei Rowan. “Hoe gaat dat ooit werken?”
      Elis zuchtte. “Het is een plan vol risico’s. Maar wat kunnen we doen?”
      “We kunnen hier blijven!” riep Rowan uit. “Voedsel vinden, misschien met jouw hulp. “Ze gebaarde naar Elis. “Er is vis hier.”
      “Maar geen zoet water.” Filip gebaarde naar buiten. “Dat is allemaal zee.”
      “Ik denk dat we het risico’s moeten wagen.” Het was Devan. “Hoeveel legenden hebben we wel niet gezien? Elis is een zeemeermin, Rowan is een selkie…”
      “Je bent een selkie?” Filip keek om zich heen. “Ben ik de enige die dat niet wist?”
      Er klonken instemmende geluiden van alle kanten.
      “Oh god," mompelde hij. "Dat verklaart een aantal dingen…”
      “Devan,” zei Rowan, om de aandacht weer op het plan te brengen. “Ben je hier echt mee eens?”
      “Wat moeten we anders? We zitten hier vast, en Filip heeft gelijk. We hebben maar weinig keuze.”

Reacties (1)

  • Delahaye

    Ohoooh...
    Laten we dan maar hopen dat dat schip inderdaad bestaat.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here