D​e dag na mijn werkdag in het zwembad was ik voor het eerst wakker geworden zonder ‘oh nee’ gevoel. Eigenlijk had ik heerlijk geslapen. Mijn vrije ochtend besteedde ik door neuriënd in mijn schetsboek te tekenen, terwijl er ingebeelde kaboutertjes over het papier liepen. Ze struikelden over potloden, gaven elkaar de schuld en keken geboeid toe hoe mijn pols over het blad flitste. Soms mompelde ik dat ze stil moesten staan, zodat ik ze beter kon bestuderen en natekenen.

Toen de meivakantie aanbrak, was het euforische gevoel van die ochtend allang verdwenen en dacht ik ten onder te gaan in de mensenmassa die, met het heerlijke weer, hadden besloten om een weekje weg te gaan. De camping stond afgeladen met tenten, de huisjes zaten overvol en overal liepen mensen. Kinderen krijsten, volwassenen dumpten ze zoveel mogelijk bij de activiteiten, om vervolgens zelf languit bij het meer te gaan liggen. Iedereen rende zich suf. Het zwembad zat zo vol dat je niet meer kon doen dan op je plek te watertrappelen, bij de fietsverhuur waren alle skelters en fietsen verhuurd, de midgetgolfbaan was druk bezet en bij de activiteiten was het opeens zo druk dat iedereen van het animatieteam aan het eind van de vakantie compleet schor was van het schreeuwen. Iedereen, behalve ik. Toen ik bij het voetballen riep dat de kinderen op een rij moesten gaan staan zodat we teams konden maken, zei Fatima alleen maar dat ik toch echt zou moeten schreeuwen en dat zelfs zij me niet kon verstaan. Als het mijn beurt was om de mini-disco te dansen, verschool ik me steevast in het kostuum van Wallie en zelfs dan trilde ik nog wanneer ik de mensen zag die naar het podium keken. Ik maakte fout op fout, liet van alles uit mijn handen vallen en vergat telkens namen van kinderen, die dat op hun beurt hilarisch vonden.
‘Peter, was het toch?’ vroeg ik dan, als een kind vroeg welke activiteit we het komende uur gingen doen.
‘Matthijs. Mat-thijs. Je lijkt wel die vis uit Finding Nemo. Die met dat slechte geheugen.’ Waarop hij en zijn vriendjes in lachen uitbarstten en ik binnen de kortste keren bekend stond als Dory, al waren ze oud genoeg om mijn naamplaatje te lezen.

Maar de week ging voorbij. Ik wist niet hoe, maar er kwam een einde aan. Op zondagavond sleepte ik mezelf naar mijn caravan en liet mezelf uitgeput op bed vallen. Ik was kapot. Er was geen enkele kans dat ik de zomer zou overleven, zelfs niet als ik mijn ziel aan de duivel verkocht. Ondanks het zonnige weer, was het alleen maar donker in mijn hoofd en ik vervloekte mezelf opnieuw en opnieuw dat ik deze baan ooit genomen had. Ik verlangde naar weken van stilte en rust. Ik wilde in bed liggen en er nooit, maar dan ook nooit meer uitkomen.
Nog geen minuut later zwaaide de deur van mijn caravan open en klonk Tess’s stem door de kleine ruimte: ‘Ik. Ben. Kapot.’ Vermoeid kwam ik weer overeind en liep naar het stukje dat voor woonkamer en keuken moest doorgaan. Tess had haar sigaret al opgestoken, deed het raam open en plofte op de bank. ‘Mijn God, ik ben zo blij dat het erop zit. Morgen ga ik eindelijk naar huis!’ Dat was waar ook. Het hele animatieteam, ikzelf natuurlijk uitgezonderd, had vandaag zijn laatste werkdag. Morgen stonden er geen activiteiten gepland omdat het maandag was en iedereen weer op school zou zitten. In alle drukte was ik me zelfs vergeten druk te maken om de komst van de zomerploeg.
‘Jij blij,’ mompelde ik. Tess knikte stralend.
‘Ik kan eindelijk weer naar mijn lieve vriendje toe,’ zei ze opgewekt. ‘Maar daar kwam ik niet voor. De jongens gaan zo drank halen. Wat wil jij hebben?’
‘Waarvoor?’ vroeg ik verbaasd. Tess trok een wenkbrauw op.
‘Het feestje vanavond?’
‘Welk feestje?’
‘Oh.’ Tess was even stil en beet op haar lip. ‘Heeft Roy niet…’ Ik schudde mijn hoofd en probeerde het ongemakkelijke gevoel van me af te schudden. ‘Ik weet zeker dat hij het vergeten is. Maar je komt toch wel?’ Het was pijnlijk, zoals ze de situatie probeerde te redden.
‘Ik ben niet uitgenodigd.’ Ik trok een sigaret uit mijn pakje en probeerde een nonchalante houding aan te nemen. Het lukte maar half. Mijn handen trilden toen ik hem probeerde aan te steken.
‘Onzin. Ik nodig je uit. Bij deze,’ zei Tess. Toen ze zag dat ik met mijn hoofd schudde, zette ze haar grote ogen op en keek me smekend aan. ‘Ah, toe nou. We feesten gewoon hier, niemand heeft zin om naar de kroeg te gaan. Als-je-blieft?’
‘Ik ben niet uitgenodigd,’ herhaalde ik. Snapte ze me niet? Hoe kon ik gezellig op een feestje zitten met het idee dat niemand me daar echt wilde hebben? Ik maakte me nog liever onmiddellijk van kant. ‘En ik moet de caravan nog opruimen want vanaf morgen trekken hier andere mensen in en ik ben echt kapot, dus het komt me wel goed uit. Echt, ik vind het prima. Jullie gaan vast veel plezier hebben en morgen nemen we wel afscheid.’ Ik was geen leugenaar, maar liegen kon ik als de beste. Tess keek me twijfelend aan en stond zuchtend op. Vlak voordat ze naar buiten ging, draaide ze zich nog om.
‘Winter…’ ze aarzelde.
‘Ja?’
Ze zuchtte. ‘Ik zou gewoon willen dat ik je het gevoel kon geven dat je erbij hoort. Maar ik weet niet wat ik verder nog kan doen.’ Toen was ze weg. Een hoopje as viel op mijn schoen, de sigaret brandde terwijl ik nog geen enkele hijs had genomen.
Niet huilen.
Niet huilen.
Ga verdomme niet huilen.
De tranen weg knipperend nam ik plaats op de plek waar Tess net nog had gezeten. Er klonk gefladder en ik wist dat het elfje ergens rondhing maar ik wilde haar niet zien. In plaats daarvan trok ik mijn telefoon uit mijn zak en toetste het nummer van Zomer in. Na één keer overgaan werd er al opgenomen.
‘Hé hé!’ tetterde Zomer, ‘Jij belt mij om je excuses aan te bieden omdat ik zo weinig van je gehoord heb en je al een week niet heb gezien en om me te vertellen dat we vanavond iets leuks gaan doen.’ Ik negeerde haar.
‘Ze houden een feestje vanavond. Ik ben niet uitgenodigd.’ Ik hoefde niet uit te leggen wie ‘ze’ waren. Zomer begreep het meteen.
‘Ik zei het toch!’ riep ze triomfantelijk. ‘Ik zei toch dat ze je niet echt mochten. Dat ze alleen maar medelijden met je hadden. Zei ik het niet?’ Ik zuchtte.
‘Je had gelijk. Nu blij?’
‘Heel blij. Zomer heeft altijd gelijk. Herhaal dat eens.’
‘Zomer heeft altijd gelijk.’ Ik tikte agressief de as van mijn sigaret. Maar soms, dacht ik er achteraan, wou ik dat het niet zo was.
‘Brave meid. Maar je mist niets, want we hebben elkaar. Boswandeling dan maar doen? Ik kan wel wat van die chips meejatten van Moni- Jezus, wat is dat voor kabaal?’ Buiten klonk er inderdaad geschreeuw. De caravans waren gehorig en door het open raam kon ik het extra goed verstaan. Het was zonder twijfel Tess.
‘HOE BEDOEL JE: HET IS NIET LEUK MET WINTER ERBIJ? ZE HOORT BIJ HET TEAM, STUK VERDRIET DAT JE BENT!’ Ik kromp in elkaar. Het was lief van Tess om voor me op te komen, al snapte ik niet waarom, maar ik was het simpelweg niet waard. Roy’s stem klonk zachter, maar even duidelijk.
‘Kom op, ze gaat nooit mee. Als ze er al is, dan zegt ze niks. Ze zit alleen maar psychotisch voor zich uit te staren.’
‘DAT ZE GEEN STRIPTEASE OP DE TAFEL STAAT TE DANSEN, WIL VERDOMME NIET ZEGGEN DAT JE HAAR NIET MOET UITNODIGEN!’
‘Striptease?’ Dat was Bastiaan.
‘Jezus Tess, overdrijf niet zo. Hoe vaak heb je haar mee gevraagd en ze zegt altijd nee. Dat was deze keer heus niet anders geweest.’
‘DAN IS HET NOG WEL ZO BELEEFD OM HET EVEN TE VRAGEN. JE STAAT VERDOMME NU OP EN JE LOOPT HEEL SNEL NAAR DIE CARAVAN OM HAAR UIT TE NODIGEN, LAMLENDELING!’
Dit ging helemaal fout. Het laatste wat ik wilde was Roy die me niet zou uitnodigen omdat hij dat wilde, maar omdat Tess ongetwijfeld bijna een mes tegen z’n strot duwde.
‘Ik hoef haar er ook niet per se bij te hebben,’ zei Olivia.
‘Mij maakt het niet uit,’ hoorde ik Fatima zeggen. Uit de telefoon hoorde ik Zomer “joehoe” roepen en ik sprong overeind. Greep mijn tas, gooide mijn portemonee en sigaretten erin en liep naar buiten. Voordat Roy inderdaad voor mijn deur zou staan. Voordat ik nog een keer Tess onder ogen moest komen.
‘Eh, Zomer? Die boswandeling klinkt goed. Ik wacht op je bij de bushalte.’ En zonder ook maar om te kijken, rende ik het pad af. Weg van de caravans. Weg van de pijn en teleurstelling. Doorrennen en kijk nooit terug, wat er ook gebeurd.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here