Pff, mijn excuses voor de lange break. Ondertussen heb ik dit verhaal afgerond, dus met een beetje geluk kan ik eindelijk het hele verhaal online zetten. Hieronder even een opfrissertje:

We zeggen niets meer tegen elkaar, als we onze zoektocht voortzetten. In dit donker is het moeilijk om anderen te kunnen vinden, als de twee jongens zich doodstil houden, zouden we zelfs op maar vijftig centimeter afstand straal langs hen heen lopen. Bovendien zouden ze maar twee goede klappen uit te delen, en ik ben al niets meer waard. Zelfs de wind kan me ongeveer van mijn sokken blazen. De paniekaanval was dan wel weer voorbij, de effecten ervan niet.
      Naeve lijkt het niet te begrijpen, dat jagen als een roedel moordlustige wolven alleen werkt als je ook daadwerkelijk in de meerderheid bent en iedereen wel zo ongeveer in topvorm. Met zijn tweeën is het bijna onbegonnen, en vooral levensgevaarlijk werk.

Maar wonder boven wonder zijn we allebei nog springlevend als de groene stengels dan toch hun einde kennen. Even koester ik de vage hoop dat we een rondje hebben gelopen en weer bij de gang uitgekomen zijn, maar de kansen zijn niet in mijn voordeel vandaag. De haast eindeloze zee van groen heeft plaatsgemaakt voor een idyllisch weiland vol boterbloemen.
Great. Ik vraag me af hoeveel van deze bloemen giftig zijn, maar Naeve huppelt duidelijk opgewekt en zonder zorgen het veld op.
      Goddank komt mijn energie in stukjes en beetjes weer langzaam terug en ben ik er ondertussen redelijk zeker van dat ik zonder te trillen op mijn benen kan staan. Dat neemt echter niet weg dat ik me een stuk prettiger zou voelen als Naeve en ik ons voor een tijdje weer in een grot zouden kunnen verschansen.
      ‘Naeve, wacht.’ Het meisje draait zich verrast om, duidelijk verbaasd dat ik het veld nog niet opgestapt ben. Wantrouwig laat ik mijn ogen over de rand van de groene zee dwalen, met een hand op het heft van mijn zwaard.
      ‘Wat? Waarom?’ Met opgetrokken wenkbrauwen laat ik mijn blik naar Neave glijden.
      ‘Serieus? We hebben geen idee waar Florian en Samuel zijn gebleven en jij vindt het prima om gewoon honderd meter onbeschermd terrein over te steken?’ Ik zet een hand in mijn zij en kijk haar vragend aan. Naeve rolt met haar ogen en steekt vervolgens haar armen in de lucht.
      ‘Ik zie niemand. Kom op!’ Voordat ik kan tegensputteren heeft ze zich al omgedraaid en loopt ze verder, zich duidelijk niets van mijn wantrouwigheid aantrekkend. Ik slaak een zucht en werp een laatste blik op de groene stengels, voordat ik met tegenzin de achtervolging inzet.
      Nadat we ons een weg hebben gebaand door een heg dichte bosjes heen, komen we uit in een graslandschap. In het midden staat een enorme boom, die als enige voor wat schaduw zorgt. Dan knijp ik plotseling mijn ogen samen en trek Naeve met een grijns aan haar shirt terug. In de schaduw van de boom zitten twee figuurtjes tegen de stam aangeleund. Afgaand op de verschrikkelijke kleur van hun T-shirts, hebben Naeve en ik de jongens gevonden.
      ‘Kijk eens wie we daar hebben.’ Luid schalt mijn stem over de open plek als ik grijnzend het andere team op onze aanwezigheid attendeer. Mijn blik glijdt van Samuel naar Florian, die me recht aanstaart. De uitdrukking op zijn gezicht houdt midden tussen verrassing en een glimlach, die ik niet helemaal begrijp. Wat hij ook gedaan heeft tijdens het bloedbad, Florian is de reden dat de vriendschap tussen Cabe en mij binnen enkele seconden aan diggelen is geslagen. Zijn verraad ben ik nog niet vergeten, mocht hij dat soms denken.       Zijn glimlach herinnert me echter wel aan het spel dat we moeten spelen, en weerhoud me ervan een giftige blik in zijn richting te gooien. In plaats daarvan lach ik suikerzoet en loop zichtbaar tevreden verder het grasveld op en houd pas halverwege weer stil. Mijn zwaard, dat ik nog altijd getrokken en wel in mijn rechterhand heb, plaats ik nonchalant met de punt in het gras en leun dan zelfverzekerd op het gevest. Het lichte trillen van mijn lichaam is nog steeds niet helemaal gestopt en ik hoop maar dat ze het niet kunnen zien.
      ‘Absoluut niet.’ Het antwoord komt veel te laat om nog als een antwoord te kunnen dienen, maar het maakt me weinig uit. ‘Weet je, mijn Suikerprinsje, ik had gewoon heimwee naar het plezier van je gezelschap.’ Volgens mij meen ik een glimlach op Florians gezicht te ontwaren, maar ik ben er niet zeker van. Naast hem pakt Samuel op zijn hoede zijn zwaard vast. Florian kijkt me recht aan en mompelt iets, maar niet hard genoeg zodat ik de woorden ook werkelijk kan verstaan.
      Samuel heeft dat voorrecht wel, want de jongen kijkt me een ruk naar zijn teamgenoot op, schijnbaar verbaast. Vervolgens wendt de zwartharige jongen zijn blik naar mij en begint me vasthoudend aan te staren. Mijn enige reactie is een korte, verachtende blik in zijn richting, voordat ik me weer op zijn teamgenoot richt, die even vastberaden zijn hoofd schudt.
      ‘Ietsje harder, Schat,’ merk ik op, terwijl ik Samuels indringende blik negeer. Florian trekt zijn gezicht in een grijns. Hij recht zijn schouders en het is haast merkbaar hoe hij in ons spel glijdt, nonchalant en zelfverzekerd.
      ‘Dat ik jou ook gemist heb, Honingbijtje,’ noemt hij me weer bij zijn zelfbedachte koosnaampje. Onwillekeurig verschijnt er een kleine glimlach rond mijn lippen. ‘Het was lang niet zo gezellig zonder jou.’
      ‘Nee, dat zal wel niet. Ik ben dan ook zo geweldig,’ reageer ik meteen, zonder dat ik na hoef te denken over een opmerking terug. De woorden komen als vanzelf, hoewel de ene keer beter dan de andere. Florian komt kalm overeind. Met zijn ene hand trekt hij zijn dolk tevoorschijn, met zijn andere trekt hij Samuel overeind. Naast me zie ik Naeve ook haar spieren spannen, klaar voor een mogelijke dreiging. Zelf ga ik alleen maar iets rechter staan, volkomen van het feit overtuigt dat ik deze situatie zonder problemen in de hand heb.
      Dit wordt een gevecht, zonder twijfel. De dreiging ervan hangt in de lucht, je kan het bijna proeven. Het leuke is wel dat iedereen erop voorbereid is. Geen verrassingselementen, geen onverwachte adrenaline-shocks. Iedereen in zijn meest opperste staat van paraatheid. Zo moest een gevecht zijn, hier willen de inwoners van het Capitool naar kijken. Maar jij bent er niet klaar voor, Aderyn. Dit gevecht zal je nog wel eens heel duur kunnen komen te staan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here