‘Wel, laten we dit feestje dan maar beginnen. Sam, jij mag je eigen districtsgenoot laten zien hoe wij feesten. Dan neem ik mijn allerliefste vriendinnetje wel.’ Mijn wenkbrauwen schieten de lucht in. Waarom lijkt hij het gevecht in tweeën te willen delen? Nu frontaal aanvallen is strategisch gezien beter, een open plek, en hij heeft in de hand wanneer hij zich in het bereik van mijn wapens brengt. Dit apart uit gaan vechten, gebeurt in de praktijk natuurlijk ook, maar zo duidelijk het afspreken? Er moet meer achter steken, maar momenteel heb ik geen idee wat.
      ‘Val dood.’ Samuels norse stem onderbreekt mijn gedachten, evenals die van Florian en Naeve, die ook verbaast in zijn richting staren. ‘Jullie allebei,’ knikt hij naar ons. Sarcastisch rol ik met mijn ogen.
      ‘Wat zijn we weer aardig vandaag.’ Mijn gezicht verzacht merkbaar als ik weer naar Florian kijk, de irritatie en het sarcasme bedoeld voor Samuel glijden bijna meteen van mijn gezicht af en de speelse grijns komt ervoor terug.
      ‘Maar prinsje van me, ga je me nou zomaar vermoorden? Dat is toch ook niet aardig.’ Quasi beledigt trek ik een sip gezicht. Even flitsen zijn ogen naar de dichte heg achter me, voordat hij in beweging komt. In een stoot van adrenaline sta ik ook meteen recht, met mijn hand losjes maar duidelijk op de knop van het gevest van mijn zwaard. In een cirkelende beweging manoeuvreert hij zichzelf tussen de bosjes en ons, ervoor zorgend dat we bijna precies tussen hem en Samuel in komen te zijn. Zijn grijns houdt hij stevig op zijn plek, als hij stilhoudt.
      ‘Zoals hij zei. Ik Sam, jij hem,’ mompelt Naeve, die nu met haar rug bijna tegen die van mij staat. Ik voel haar haar messen trekken en ze gereed houden, duidelijk gespannen.
      ‘Je wilt niet weten wat ik allemaal met je van plan ben.’ De jongen wiebelt even veelbetekenend bij zijn mislukte flirtpoging en ik moet moeite doen niet te proesten van het lachen.
      ‘Oh, ik heb er nu al zin in,’ antwoord ik luchtig, terwijl ik nog steeds zelf geen moeite doe een wapen te trekken en nog steeds mijn hand nonchalant op de knop van het gevest laat rusten. ‘Heb je een kat wel eens met een muis zien spelen?’ Pas nadat ik die woorden had gezegd, dringt het tot me door dat het vaak de kat is die verliest. In District 1 hebben we bijna tot geen muizen, of katten die de beestjes probeerden te vangen, maar ik weet het toch. De kat verliest de jacht vaker dan de muis.
      Wat wel vreemd is, is dat Florian daar niet aan lijkt te denken, terwijl het me veel logischer lijkt dat er in zijn district wel veel van die beestjes leven. Maar misschien beseft hij het wel, of wil hij er geen aandacht aan besteden, blijkt uit zijn opmerking.
      ‘Vaak zat.’ Dan weet je dus ook dat de muis de kat vaak te slim af is, lieverd. ‘Maar een kat moet eerst jagen voor hij kan spelen.’ En in plaats dat je noemt dat de kat vaak verliest, ga je voor deze opmerking. Dat is ook een optie, ja. Niet een hele goede, maar jij je zin. ‘Dus kom me maar halen!’ Zwaar grijnzend draait hij zich om en werkt zich door de bosjes heen. Vlak voordat hij helemaal uit mijn zicht is, blijft hij even uitdagend staan. Een spottende lach verlaat mijn lippen, die ergens misschien ook wel een beetje speelsheid met zich meedraagt.
      ‘Je graaft wel erg graag je eigen graf.’ Op mijn gemak loop ik richting de bosjes, zonder me ook maar één keer naar Naeve en Samuel om te draaien. Zodra ik door de bosjes heen ben, pak ik mijn wapen iets steviger vast en zet de kalme achtervolging in. De jongen lijkt zelfverzekerd op het donkere gewas af te gaan. Ik richt mijn aandacht weer op de jongen voor me, die doodkalm steeds dichter bij de dicht begroeide rand komt.
      Beiden doen we niet eens ons best om de ander voor te blijven, of in te halen.

      Hij is weg.
      Minder dan tien seconden geleden heb ik hem nog gehoord, een weg horen maken door het dichte gewas met zijn mes. Maar nu is de jongen spoorloos verdwenen. In het dichte groen kan ik hem ook nergens meer zien, nu we het open bloemenveld achter ons hebben gelaten. Samuel en Naeve waren ook het veld op gekomen, iets voordat Florian en ik onze honderd meter bereikt zouden hebben. Tot nog toe heb ik geen onzichtbare rukken gehad, waardoor je zou vermoeden dat Naeve ook in de buurt moet zijn. Maar waar weet ik niet. Misschien dat de twee ook in het olifantsgras hun gevecht zouden uitvechten. Momenteel heb ik dringender zaken aan mijn hoofd.
      Op de grond liggen een heel aantal doorgesneden stengels, de oorzaak van het hele kleine open plekje dat is ontstaan. Maar de blonde jongen, evenals het wapen dat de stengels heeft doorgesneden, is spoorloos verdwenen. Als in rook opgegaan.
      De wind ruist zacht door het groene gewas heen, wat een naargeestig geluid geeft in het grijze ochtendlicht. Maar als de wind plotseling gaat liggen, alsof het fenomeen het gevaar aanvoelt, is het stil.
      Doodstil.
      Het bloed bonst in mijn oren, terwijl ik door de stengels heen probeer te kijken. Hij moet hier zijn. Het kan niet anders. Hij kan niet wegkomen zonder geluid te maken, dus hij moet er zijn. Maar er is geen spoor van de tribuut te bekennen.
      Schuin achter me ritselt er iets.
      Heel zacht.
      Als iemand die heel erg niet gehoord wil worden.

Reacties (1)

  • Sunnyrainbow

    Spannend! Leuk dat je weer schrijft!!

    1 jaar geleden
    • ProngsPotter

      Ik ben blij dat je het leuk vindt! Heb weer twee nieuwe stukjes online gezet ;3

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here