‘Ik wist wel dat je voor me viel.’ Bijna kon ik de grijns op zijn gezicht in zijn stem horen. De jongen helpt we overeind en zorgt ervoor dat ik weer enigszins normaal op mijn voeten terecht kom. Ik krijg echt geen hoogte van die jongen.       Zijn blik houdt me vast en even ben ik de weg kwijt in zijn azuurblauwe ogen. Het duurt even voordat ik mezelf weer tot reden heb gebracht en ik mijn blik los kan scheuren. Vlug stap ik naar achteren en pak mijn andere zwaard van mijn rug tevoorschijn. Het zinderende geluid trekt als een trilling door de lucht als ik het wapen uit haar schede trek. Het veilige gewicht tussen mij en de jongen, geeft me weer genoeg moed om mijn blik weer op hem te richten.
      De dreiging die er van het wapen uitging was misschien niet helemaal mijn bedoeling, bedenk ik me, of misschien ook wel, als ik een korte glimp van angst op Florians gezicht denk te zien. Maar het is zo snel weer verdwenen dat ik vermoed dat ik het mezelf heb ingebeeld. Bijna om die gedachte kracht bij te zetten haalt Florian nonchalant zijn schouders op. Zonder verder ook maar enige aandacht aan het vervaarlijke wapen te schenken, begint de tribuut zijn wond te inspecteren dat mijn mes achter heeft gelaten.
      ‘Wel, ik was vergeten dat katten venijnig kunnen krabben.’ Helemaal op zijn gemak reikt hij naar zijn dolk, om het onderste deel van zijn shirt eraf te snijden, zodat hij de blauwgroene stof kan gebruiken om zijn wonde te verbinden. Argwanend zie ik het toe, als hij met zijn vinger even langs de lange snede glijdt. De siddering van pijn die door zijn lichaam trekt, geeft me een ietwat schuldig gevoel.
      ‘Ja, nu voel ik me héél slecht. Boe-hoe, stoute Adey,’ val ik terug op mijn verdediging van sarcasme. Heel even kijkt hij naar me, met een licht verbaasde blik.
      ‘Doe dat zwaard weg, lekkerding.’ Kalmpjes wuift hij met zijn hand naar het zwaard, voordat hij een stuk stof afscheurt met behulp van zijn dolk. Bijna gebiologeerd kijk ik toe terwijl hij de stof om zijn middel bindt, voordat ik mezelf wakker schud. Doe normaal, Aderyn. Dit slaat nergens op.
      ‘Vriendelijk bedankt. Ik geloof dat ik hem liever vast blijf houden.’ Na mijn woorden flitsen mijn ogen heel even naar mijn tweede zwaard, dat nog steeds vergeten op de grond ligt. Ik kan het niet helpen.
      ‘Adey, voor je me vermoordt. Er is iets wat ik je moet vertellen.’ Een onzekere houding neemt zijn nonchalante over, nadat hij die woorden uitgesproken heeft. Een zenuwachtig maar sarcastisch gelach ontsnapt aan mijn lippen.
      ‘Maak het nog iets zoetsappiger.’ Wat wil hij zeggen? Überhaupt, waar is hij helemaal mee bezig? Florian rolt met zijn ogen en onbewust moet ik glimlachen. Menig ander zou in de stress schieten, maar hij neemt simpelweg mijn sarcastische beweging over. Met al het gemak. Maar zijn gezicht verstrakt, en als hij me weer aankijkt, staat zijn blik serieus.
      ‘Adey ik…’ stotterend breekt hij zijn eigen zin af. Stiekem moet ik om hem lachen, om zijn overduidelijke nervositeit. Vastberaden schudt de jongen zijn hoofd en zet hij een stap dichterbij, hoewel toch nog ver weg genoeg om zich op een veilige afstand van mijn nog steeds uitgestrekte zwaard te bevinden. Het zwaard waarvan ik eigenlijk alweer vergeten was dat ik het nog steeds vast heb.
      ‘Weet je…’ Alweer stopt hij zijn zin. Nieuwsgierig staar ik hem aan, hem toch bemoedigend om verder te gaan. Florian krabt even achterop zijn hoofd, alsof hij hoopt dat de woorden die hij zoekt uit de lucht komen vallen. Even lijkt hij voor een derde keer te willen proberen het te zeggen, als de blonde jongen opeens met een ongecoördineerde ruk naar voren wankelt. Recht naar de punt van mijn zwaard. In een reflex zwaai ik het zwaard met een felle ruk een andere kant uit, maar kan daarbij niet voorkomen dat het wapen ook mijn hand verlaat.
      Op een haartje na is Florian gered van het scherpe ijzer, terwijl de jongen nu nog verder over zijn eigen voeten mijn richting in struikelt. Half en half doe ik een stap achteruit, maar ik kan niet voorkomen dat Florian tegen me opbotst, en we nu allebei naar de grond vallen. Trachtend mezelf nog enigszins op te vangen en tegelijkertijd opzij te bewegen zodat Florian niet bovenop me zou vallen, probeer ik zodra ik de grond ongenadig hard raak, naar links te rollen. Een klein, piepend geluidje ontsnapt uit mijn keel, als gevolg door het tintelende gevoel dat zich door mijn schouder heen verspreidt.
      Wonder boven wonder weet ik te voorkomen dat de jongen met zijn volle gewicht boven op me terecht komt. Een zachte ‘oef’ verlaat zijn mond als ook hij de grond raakt, hoewel hij geprobeerd heeft zich op zijn ellebogen op te vangen. Aan zijn verwarde en gespannen blik te zien, kwam zijn plotselinge actie niet door hem. Samuel en Naeve. Samuel moet de honderd meter bereikt hebben. Heel even blijft hij zo op zijn ellebogen hangen, terwijl zijn gezicht kort vertrekt van pijn. Door de wond die ik hem heb toegebracht, besef ik. Hij laat zijn hoofd hangen en mompelt iets onverstaanbaars, alvorens hij zich net als ik op zijn rug rolt.
      Heel even bewegen we allebei niet en kijken we naar de steeds lichter wordende lucht. De ochtendschemer zet al in, waardoor Florians omtrekken steeds duidelijker worden in het grijze licht. De tweede dag in de Arena. Geweldig. Ik heb mijn teamgenote in de handen van een moordlustige creep achtergelaten, heb mijn beste vriend vermoord, en heb meerdere uren in een ijzig koude plek doorgebracht. Dit gaat uitzonderlijk goed.
      Als Florian zijn hoofd opzij draait, besef ik me ineens dat ik naar hem aan het staren was. Hij lijkt het niet gemerkt te hebben en grijnst naar me.
      ‘Zie je wel! Zo moeilijk was het niet dat zwaard weg te gooien.’ Ik trek mijn gezicht in een kwade frons, maar de jongen trekt zich er niets van aan en lacht alleen maar een heel klein beetje. Geïrriteerd doe ik een poging overeind te komen en datzelfde ‘’weggegooide’’ zwaard weer op te pakken. Echter kom ik niet zo ver.
      Sneller dan ik voor mogelijk had gehouden, zeker met zijn wonde, heeft de jongen zich omgedraaid en me aan mijn middel terug het gras in getrokken. Vlak boven me blijft hij zweven, zodat hij me recht aan kan kijken, en ik de verschillende kleuren blauw in zijn ogen kan onderscheiden.
      ‘En nu gaan wij praten,’ zegt hij direct, met een serieuze blik in zijn ogen.

Reacties (1)

  • Slughorn

    Leuk Froukje ^^

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here