Foto bij Hoofdstuk 2: Het telefoontje

Met mijn hoofd gebogen liep ik naar huis. Ik zag er verschrikkelijk uit, maar de mensen op straat merkten me nauwelijks op. Ik spuwde eens om het overige stof uit mijn mond te krijgen, hetgeen me een boze blik van een voorbij wandelende vrouw opleverde. In mijn hoofd speelden zich de beelden van de vorige avond zonder ophouden af. De jongen die naar me zwaaide en enkele minuten later lag te schreeuwen om zijn vriendin, de vriendin en nog zovele anderen die in lakens werden afgevoerd, de brandweer die de laatste vuurhaarden nog probeerde te blussen, het Oostelijke deel van het restaurant dat alsnog instortte. Daarna werd het zwart voor mijn ogen. Toen ik wakker werd, bevond ik me in een geïmproviseerde ziekenkamer. Alle andere ziekenkamers lagen reeds vol en uiteraard werd er voorrang gegeven aan de zwaarst gewonden. Een lichte hersenschudding was het verdict, naast een paar lichte schrammen en blauwe plekken. Niets onoverkomelijks dus. De dokter stuurde me naar huis en beval me vooral te rusten in een donkere kamer. Alsof dat de hele situatie zou oplossen.

Rustig duwde ik de hoofddeur van het appartementencomplex open. De afgenomen kracht in mijn armen maakte het moeilijker. Waarom is die klotedeur ook zo verdomd zwaar? Ik woonde slechts op de tweede verdieping maar besliste toch om de lift te nemen. Mijn benen zouden de trappen op dit moment niet overleven. De deuren van de kleine lift gingen open en ik stapte naar binnen. Zoals altijd duurde het even voordat de deuren weer dicht gingen, maar het kon me deze keer niet veel schelen.
Mijn appartement lag er nog net zo bij als ik het had achtergelaten. In de kleine inkomhal liet ik mijn schoenen en jas achter. Die laatste zou ik later wel naar de schroot brengen, een regenjas met gaten is niet bepaald handig. Mijn schoenen zou ik misschien wel nog kunnen schoonmaken. Schoenen waren tegenwoordig niet meer zo makkelijk verkrijgbaar dus kon ik me het niet veroorloven om ze zomaar weg te gooien. Net toen ik naar de radio wilde luisteren, ging de telefoon. Het was Anna. “Ja Anna? Luister, ik ben nu even heel erg moe, is het goed als ik je later terugbel?” Anna klonk ongerust en vertelde me dat er iets was gebeurd in het magazijn. Vliegensvlug rende ik terug naar de deur en deed ik mijn met gaten gevulde jas en stoffige schoenen weer aan. Ik nam de lift naar de ondergrondse garage en sprong op mijn fiets. Hopelijk viel het nog te redden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here