Foto bij Hoofdstuk 3: Het magazijn

Anna en ik hadden samen op school gezeten. Nadien gingen we samen naar de universiteit rechten studeren. In ons tweede jaar werd duidelijk dat er iets mis ging: na de brexit werd Engeland steeds individualistischer. Een Engelse extreem rechtse politicus werd alsmaar machtiger en weigerde handel te drijven met de nog overgebleven Europese lidstaten. Vooral Duitse en Franse bedrijven gingen failliet. Andere bedrijven haalden hun vestigingen er nog zo snel mogelijk weg. Begin 2030 kwamen de werknemers van diezelfde bedrijven in opstand. De Engelse Staat had al hun rechten afgenomen, maar ze konden ook niet terugreizen naar Europa aangezien hun identiteit ongeldig werd verklaard. Ze leefden als zwervers in een land waar ze jarenlang een leven hadden opgebouwd. De opstand liep uit de hand en er vielen verschillende doden en ontelbaar veel gewonden. Frankrijk eiste tevergeefs dat de werknemers werden vergoed en teruggestuurd op kosten van Engeland. Frankrijk en Duitsland stuurden troepen naar Engeland om de werknemers op te halen. Dit mislukte en vanaf dat moment verklaarde Engeland de oorlog aan Europa. Het was nu al 3 jaar bezig. In het begin bleef het leven onveranderd. Na een tijdje kwamen de Engelse bezetters echter steeds dichter naar het binnenland toe. Sinds een paar maanden vielen er regelmatig bommen.

De veranderingen kwamen geleidelijk aan. In het begin werd er aanbevolen om niet na het donker buiten te komen. Nadien kwam er een avondklok. Elke inwoner moest om 21u stipt binnen zijn. De subtiele veranderingen werden zonder gezeur nageleefd. Anna en ik hadden er niet echt problemen mee. Tot op een bepaald moment. In september 2031 kwam er een zwarte lijst voor boeken. Boeken die het Engelse regime in vraag stelden werden reeds vanaf een aantal maanden na de brexit verspreid. De zwarte lijst bevatte al deze boeken, alsook andere boeken die een regime aan de kaak stelden. Ze werden verbrand of bewaard in een kluis. Niet zo belangrijk, zou je denken. Op dat moment voelde het nochtans wel zo aan. Het was de druppel die de emmer deed overlopen. Anna kwam op het idee om de boeken te bewaren. We huurden een klein kamertje in een motel en kochten de boeken op via de zwarte markt. Na een tijdje werd het kamertje te klein voor onze verzameling. Daarenboven werden de controles van de Staat opgedreven en werd het risico te groot. Ik kende een professor die reeds voor de oorlog zijn afkeuring van de Staat had laten blijken. Aan hem legde ik ons probleem voor, en hij stelde voor om de boekenverzameling naar ergens anders te verhuizen. Hij stelde zijn kelder ter beschikking en sindsdien werden de boeken daar verzameld. We noemden het ‘ons magazijn’. Een aantal weken later sprak Anna haar mond voorbij tegen een medestudent, Bart. Bart wilde ook deelnemen aan ons initiatief, maar hij wilde het ook uitbreiden. Hij kwam op het idee om de boeken uit te lenen aan studenten. Zeer voorzichtig namen we enkele andere studenten in vertrouwen en zo gezegd zo gedaan: de boeken werden uitgeleend. Er waren strenge voorwaarden verbonden aan het lenen van een boek, maar het was altijd al goed gegaan. Tot nu.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here