Het kostte Alexander veel tijd om over zijn verlies heen te komen. In de eerste weken bezocht hij elke dag het plaatsvervangende graf van zijn zoon. Soms was Hephaistion bij hem, andere momenten was hij liever alleen.
Toch moest uiteindelijk het leven doorgaan. De dagen gevuld met training voelden extra lang aan vanwege zijn verdriet. Hij keek altijd heel erg uit naar de dagen dat ze op monsters konden jagen. Het gaf hem wat afleiding, maar toch bleven zijn teamgenoten extra oplettend op hem, omdat zijn verdriet hem soms wat onoplettend maakte.
Helaas kwam er nooit het nieuws dat iemand wraak had genomen voor de moord op zijn zoon. Cassander stierf dertien jaar later een natuurlijke dood. Weeral was Alexander teleurgesteld in de mensheid. Het stak ook extra dat Cassander juist vrede en welvaart had gebracht naar Macedonië en omstreken, het deel van het oude rijk waarover hij had geregeerd. De rest was uiteen gevallen in allemaal kleine koninkrijkjes, waarvan sommigen geregeerd werden door zijn oude generaals, anderen door plaatselijke heersers. Het deed hem pijn dat zijn rijk zo gauw weer uit elkaar gevallen was. Blijkbaar was niemand anders capabel genoeg om zoiets bij elkaar te houden.
Toch ging het leven door. De wereld buiten Tepe Sialk ontwikkelde zich verder. De Romeinen begonnen eerst met de verovering van Italië en waagden zich enkele tientallen jaren later buiten Italië. Alexander zag hun rijk groeien, groter en groter tot het vergelijkbaar begon te worden met de proporties van wat zijn eigen rijk ooit was.
Rome kende tijden van vrede en onrust, maar er was nooit iets waar Alexander daadwerkelijk wat mee te maken kreeg. Hij bleef zich richten op zijn trainingen en hij werd steeds beter in het beheersen van zijn aura. Toch bleef zijn zwaard zijn belangrijkste wapen en gebruikte hij de kracht van zijn aura wanneer de situatie daarom vroeg.
Daarnaast bleef hun belangrijkste bezigheid het bestrijden van monsters die de mensheid lastig vielen, maar altijd in kleine getale en de strijd bleef verborgen voor het grootste gedeelte van de mensheid.
Tot het christendom opkwam.
Eeuwenlang waren de alouden aanbeden geweest door de verschillende volkeren op aarde. Maar toen het christendom opkwam met zijn ene god en het begon de klassieke wereld over te nemen, konden niet alle alouden dit accepteren. Met in het bijzonder Isis en Osiris. Eeuwenlang hadden zij over Egypte geheerst en hoewel ze al meerdere machtsovernames van humani hadden gezien, zoals toen met Alexanders generaal Ptolemeus en de Romeinen, werden deze altijd geaccepteerd zolang de humani hen maar bleven aanbidden. Het Christendom verbood paganisme echter en dus ook de verering van Isis en Osiris.
Het maakte hen razend en al gauw kreeg Zeus verontrustende verhalen over monsters die Egyptische steden continu aanvielen. Zeus vertelde de anderen het nodige en hierdoor werd Alexander erg onrustig. Hij wilde helpen en de mensen daar beschermen tegen het kwaad. Maar het moment dat ze begonnen aan de voorbereidingen kwam maar niet. Dagen gingen voorbij zonder dat Alexander ook maar iets hoorde over het te hulp schieten van die arme burgers.
‘Hoe kan jij er zo rustig bij zitten, terwijl er daarbuiten onschuldige mensen worden vermoord door alouden?’ Op een gegeven moment verlies Alexander zijn beheersing en Scathach, die zich een kort moment had veroorloofd om van de zon te genieten op de binnenplaats, was zijn slachtoffer.
Loom opende ze haar ogen en trok ze een wenkbrauw op. ‘In al die jaren heb je nog steeds niet geleerd wat geduld is. We wachten tot we het signaal krijgen.’
‘Ja, en daarvoor moeten we wachten op Zeus en ik wil wedden dat deze mensen niet zijn prioriteit zijn.’ Alexander kreeg een vernietigende blik toegeworpen van Scathach.
‘Pas op je woorden en wees blij dat Zeus zelf hier nu niet is. Ik weet zeker dat hij iets aan het opzetten is, want dit kunnen we niet alleen. En je bondgenoten bijeen roepen kost tijd.’
‘Hmpf.’ Toch moest Alexander toegeven dat ze gelijk had, alleen deed hij dit liever niet hardop.
‘Wacht maar, straks heb je meer actie dan je eigenlijk zou willen. Dit zal een grote en hevige confrontatie woorden, let op mijn woorden.’ Na dit gezegd te hebben stond ze op en trok ze haar tweelingzwaarden.
‘Kom, een goed potje zwaardvechten kunnen we wel als training gebruiken.’ Alexander wist niet hoe gauw hij zijn eigen zwaard moest trekken, gezien Scathach al op hem afsprong. Hij was kansloos met enkel een zwaard tegenover haar en binnen de kortste keren lag hij al ontwapend op de grond.
‘Je moet jezelf wat beter wapenen, mocht je onverwacht jezelf moeten verdedigen. Zoals je ziet heb je te weinig aan enkel je zwaard.’ Ze liep weg, Alexander verbijsterd achterlatend. In vergelijking met deze krijgster was hij nog maar een jonge jongen die net was begonnen aan zijn training.
De volgende dag kregen ze bezoek van twee mannen en Alexander vroeg zich af of dit hun bondgenoten in de komende strijd waren. De ene man was een reus en Alexander had nog nooit zo’n grote man gezien. Zijn haar en baard waren vuurrood wat in scherp contrast stond met zijn felgroene ogen. Ondanks zijn uiterlijk straalde hij een zekere vriendelijkheid uit.
‘Oom!’ hoorde Alexander een vrouw uitroepen en hij zag hoe Scathach op hem afrende. De man ving haar op, maar staarde ietwat verbouwereerd voor zich uit, terwijl hij haar vasthield.
‘Moet dat nou altijd?’ zuchtte hij en de donkerharige man die met hem was meegekomen lachte zachtjes, maar leek zich hierbij ook niet volledig op z’n gemak te voelen.
Ondertussen waren de anderen ook op de binnenplaats aangekomen en ook Gilgamesj en Sappho heetten de reus welkom.
‘Welkom Prometheus en Aris,’ sprak Zeus. Alexander en Hephaistion keken elkaar aan bij de naam Prometheus die zij beiden maar al te goed kenden uit de mythologie.
‘Het is goed je weer te zien, vader,’ sprak Gilgamesj en hij gaf een lichte buiging naar Prometheus, wat deze keer ook nog de wenkbrauwen van Alexander en Hephaistion deed rijzen.
‘Misschien is wat uitleg op zijn plaats,’ merkte Zeus droogjes op en keek Prometheus aan.
‘Voor degenen die nog niet helemaal op de hoogte zijn van wie ik precies ben: mijn naam is Prometheus en ik ben een aloude. Scathach is mijn kleinnicht, zoals jullie misschien al gemerkt hadden. Daarnaast hebben de humani onder jullie je bestaan allemaal aan mij te danken. Door mijn aura werden de eerste humani tot leven gewekt uit klei, met als eersten Tsagaglalal en haar broer Gilgamesj.’ Er viel een stilte en Alexander had een hoop informatie te verwerken. Dit was een aspect van het leven achter de sterfelijke wereld waar hij nooit eerder van gehoord had.
‘Dat zijn dan lastige familieverbanden,’ wist hij uiteindelijk uit te brengen.
‘Valt mee, zolang je maar weet wie wie is,’ merkte Prometheus op en Alexander zuchtte.
‘Dat is nou juist het probleem.’
‘Maar onze andere gast kennen we nog niet,’ onderbrak Sappho de discussie. Alle ogen richten zich toen op Aris. Met zijn donkere lange haar, korte baard en licht getinte huid deed hij hem Alexander nog het meest aan een Pers denken.
‘Mijn naam is Aris en ik ben gezonden om in naam van de Medjay met jullie de tactiek voor de komende strijd te bespreken. Ik ben slechts een sterveling, maar op de hoogte van het bestaan van de Alouden.’ De Medjay zouden voor de komende slag hun leger zijn. Dit volk was ooit de kern voor de politie van de farao, maar nadat hun functie werd overgenomen door de gewone Egyptenaar, vonden ze hun nieuwe roeping: de mensheid beschermen tegen het kwaad in de vorm van monsters. Vrije monsters die ontsnapt waren uit een schaduwrijk, maar ook monsters gebonden aan een aloude. Eigenlijk deden ze hetzelfde als de groep waarin Alexander terecht was gekomen, maar dan op veel grotere schaal.
‘Laten we dan maar gauw beginnen met het maken van onze plannen,’ zei Zeus en hij leidde iedereen naar een ruimte om daar te overleggen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here