Foto bij [56] What?! I'm the little sister of one of those gays?! Please kill me...

Ik moet echt minder gaan computeren Ö

Bedankt voor jullie reacties <3


Buiten begint het al te schemeren. Veel zin om nog te blijven zitten, heb ik niet. Ik schiet in een dik vest en loop stilletjes de trap af. Ik merk wel dat Georg heeft schoongemaakt. Ik bijt op mijn lip om niet te lachen. Georg de schoonmaakster, geweldig! Zachtjes open ik de voordeur en glip naar buiten. Het regent niet meer en de lucht ruikt lekker fris. Even een wandelingetje maken. Even helemaal alleen zonder zorgen.

Verveeld schop ik tegen een leeg colablikje. Het is alweer pikkedonker en koud. Veel zin om terug naar huis te gaan, heb ik niet. Dan krijg je het gezeur van Georg weer en mijn moeder zal dan ook wel boos op me zijn. Een zucht ontsnapt uit mijn mond. Het is eigenlijk wel mijn eigen schuld. Ik had dingen echt anders moeten doen, maar nu is het daar te laat voor. Ik mis de jongens, ik mis Marleen, ik mis zelfs Sylvia. Ik mis mijn oude leventje in Amsterdam. Het leventje waarbij het niets uitmaakte wat ik deed. Waarbij ik gewoon lol kon maken zonder dat er zoveel ophef over werd gemaakt. Oké, de politie had me een paar keer opgepakt, maar dat doet me niks. Het doet me meer als mensen waar ik nu toch wel een beetje om geen, me haten. Als ik ze teleurstel.
Op dit moment vind ik mezelf echt zielig. Maar niet dat ik medelijden met mezelf heb, eerder dat ik een hekel aan mezelf heb. Ik haat mezelf. Ik ben een vreselijk mens, maar zo wil ik eigenlijk ook zijn. Ik kwets iedereen, zelfs als ik het niet wil. Volgens mij is de wereld veel beter af zonder mij.
Luid geschreeuw haalt me uit mijn gedachten. Verward kijk ik om me heen, maar ik kan niet zien waar het vandaan komt. Ik schiet over verschillende paadjes door het park en zie dan uiteindelijk in de verte een groepje jongens onder een lantaarnpaal staan. Ze zijn duidelijk met zijn zessen iemand in elkaar aan het trappen. Ik krijg een glimlach op mijn gezicht. Misschien mag ik wel helpen! Ik heb genoeg frustratie die ik eruit wil hebben.
“Hé!” roep ik vrolijk. De zes jongens kijken me aan. Eigenlijk zijn ze al volwassen. “Mag ik helpen,” grijns ik. Ze moeten lachen.
“Natuurlijk, verdient homo zijn lesje door getrapt te worden door een meisje.” Dit menen ze toch niet serieus? Ik kijk naar de jongen die op de grond ligt en herken Bills smekende ogen. Ik vloek binnensmonds. Ik kan hem hier toch zeker niet aan zijn lot overlaten? Dat betekent zeker mijn ondergang! En al helemaal omdat ik nu heel wat goed te maken heb. Ik draai me weer om naar de jongens.
“Oké, ik heb een voorstel. Jullie gaan nu gewoon weg en laten Bill in het vervolg met rust, of anders dwing ik jullie gewoon.” Ik zet mijn handen in mijn zij om dreigender over te komen. De jongens lachen.
“Wat wil je eraan doen dan?” lacht de lelijkste van het stil.
“Oh… dit!” Ik haal uit en raak hem recht op zijn kaak. Hij vloekt. Meteen schieten de andere jongens op me af. Ik voel een vuist in mijn maag en klap dubbel. Lang ben ik niet uit het veld geslagen. Ik spring op en trap iemand in zijn gezicht. Een ander grijp ik vast in zijn kruis. Hij slaakt een hoog piepje.
“Laat me los,” zegt hij met een hoog stemmetje.
“Als jij en je vrienden nu weggaan. Anders garandeer ik je dat je nooit meer kinderen zult krijgen.” Er gebeurt niks, dus ik versterk mijn greep.
“Oké, we gaan al,” piept de jongen met grote ogen. Ik kijk de anderen dreigend aan. Vlug doen ze een stapje achteruit. Ik verslap mijn greep en duw hem op de grond.
“Weg!” roep ik en kijk ze arrogant aan. Zo snel als ze kunnen, rennen ze ervandoor. Een stel net volwassen mensen verjaagd door een zestienjarig meisje. Zwak hoor. Ik draai me om naar Bill, die nog steeds kreunend op de grond ligt. Zijn gezicht zit onder het bloed en zijn oog is net als zijn kaak blauw en opgezwollen. De rest van zijn lichaam zal er niet zoveel beter uitzien. Ik pak hem voorzichtig vast en trek hem overeind.
“Bedankt,” komt er zwakjes uit zijn mond, dan zakt hij door zijn benen. Ik weet nog net mijn grip op hem te versterken en houd hem stevig vast.
“Kun je lopen?” Hij twijfelt. “Ik help je wel. We gaan wel even naar mijn huis toe.” Hij glimlacht naar me. Iets wat hij waarschijnlijk nooit zou doen. We zijn er duidelijk allebei verbaasd over.
“Dat was eng,” mompelt hij grinnikend. Ik knik instemmend en loop voorzichtig met zijn hele gewicht op mijn schouders steunend terug naar mijn huis.

Reacties?(A)

Reacties (35)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen