Foto bij Hoofdstuk 34

Ze dacht dat het een droom was toen ze het schip voor de eerste keer zag. Eén van de vele dromen die gewoon niet eindigde toen ze haar ogen opendeed. Het leek ineens zo onlogisch niet meer. Pas toen ze de rest ook zag opkijken, veranderde dat.
      “Sguaba Tuinne…” fluisterde Filip. “Het is gelukt!”
      “Ik ben gek,” Devan sprak hardop. “Echt gek. Zo gek dat ik denk dat jullie gek zijn.”
      Misschien had Devan gelijk en was ze gek. Misschien waren ze allemaal gek. En toch, er was een boot. Iets wat echt op een boot leek, en het verdween niet toen ze er langer naar staarde, en het verdween niet toen ze inademde en in haar huid kneep om te bevestigde dat ze echt niet droomde. Het deed pijn.
Het schip leek reusachtig, en hoe dichter het bij kwam, hoe banger Rowan werd dat ze overvaren zou worden. Maar de boot minderde vaart en vlak voor hen stopte het, en een ladder werd uitgerold.
      “Sguaba Tuinne…” Filip bleef fluisteren. “Voelt als thuis.”
      Ze zou zuchten als er niet iets beters te doen was. Langzaam stak ze haar hand uit, een trillende hand, merkte ze. Een hand zo zwak als in haar dromen waar ze weg probeerde te rennen en haar ledematen niet werkten. Maar een hand die uiteindelijk de touwladder vond, die haar lichaam omhoog trok en het ruwe touw voelde.
      “Weten we dit zeker?” vroeg Faraj.
      “Wat voor keuze hebben we?”
      Rowan was waarschijnlijk degene die gek was geworden, concludeerde ze. Een onbekend schip opstappen, wetend dat het of een betoverend schip was of zelfs piraten. Maar het zou niet het eerste schip zijn dat ze deelde met een piraat. Ze stapte op de touwladder, en haar trillende handen maakten omhoog klimmen nog lastiger dan zonder. Elke stap voelde als het beklimmen van een berg, en de wereld tolde. Maar de wereld veranderde van lucht en touw in sterke armen van een vrouw, en toen veranderde het in zwart.
      Water op haar lippen. Rowan opende haar mond en dronk gulzig, maar voordat haar dorst werkelijk gelest kon worden, werd het water weggenomen.
      “Ho,” klonk de stem van een vrouw. “Rustig aan.”
      “Hmm?” Haar keel voelde rauw.
      “Hoe lang ben je op het water geweest?”
      “Lang,” zei ze, en haar stem klonk als zand. “Te lang.”
      “Dat kun je wel zeggen.”
      Pas toen opende ze haar ogen en zag ze een oudere vrouw met lang rood haar en een stuk stof om haar hoofd. Ondanks haar donkere ogen was haar blik zacht en vriendelijk. Dat veranderde toen de vrouw zich omdraaide.
      “Filip,” zei ze, en hoewel ze het niet tegen Rowan had, gaf haar stem haar de rillingen. “Wat denk je dat je in godsnaam aan het doen bent?”
      “Sorry, Grainne.”
      “Eerst steel je mijn reddingsboot en dan moet ik je redden uit die reddingsboot?”
      Hij antwoordde niet.
      “En waar heb je dit zooitje nou weer opgepikt?”
      Rowan was te moe om zich beledigd te voelen.
      “Ik heb ze gered!”
      “Om ze vlak daarna hun dood mee in te nemen?” Ze zuchtte luid en ijsbeerde over het dek. “Ik zou je aan de vissen moeten voeren, Filip.”
      “Ik dacht dat ik de Sguaba Tuinne kon oproepen…”
      Het was zo lang stil dat ze de spanning die in de lucht hing zou kunnen inademen. Het leek al te knetteren toen Grainne sprak:
      “Filip, je bent de grootste idioot die ik ooit gezien heb. Eerst zeg je dat je met een zeemeermin gaat trouwen, dan ga je op zoek naar een magische boot, en wat hebben we hier? Laat me raden, een elfje, een geest uit een lamp en een selkie?”
      Rowans hart stond even stil, maar ze realiseerde al gauw dat ze een grapje maakte. Een doodeng, veel te juist grapje.
      Filip zweeg.
      “Juist, ja. Idioot.”
Naast haar begonnen ook Devan en Faraj wakker te worden. Devan keek verstrooid om haar heen, maar Faraj ging al snel rechtop zitten.
      “Wat is hier aan de hand?”
      Grainne grijnsde. “Welkom op de Saving Grace.”
      “De Saving Grace?”
      “Mijn schip. Mijn naam is Grainne Ni Mhaille, maar die idiote Engelsmannen noemen me Grace. Mag ik vragen hoe jullie in deze ellende terecht zijn gekomen?”
      Faraj knipperde met zijn ogen. “Filip. Hij…”
      Ze zuchtte opnieuw. “Moet je nu echt onschuldige mensen meetrekken in die rare plannetjes van je?”
      “Saving Grace...” Faraj keek om zich heen. “Jullie zijn piraten!”
      Hij greep zijn rapier en richtte het op Grainne. De vrouw reageerde nauwelijks en Faraj zweeg. Pas na een paar seconden duwde ze zorgeloos het wapen weg.
      “Ja, we zijn piraten. En jullie zijn in de minderheid.”
      Koppig richtte hij nog een keer het blad op haar.
      “Piraten hebben mijn vader gedood.”
      “Ah.” Ze knikte. “Piraten. En zoals je ziet ben ik alle piraten, toch?”
      “Nee?”
      “Wie was het? Vast geen vrouw.”
      “Nee.” Langzaam liet hij zijn rapier weer zakken. “Het was Cowell.”

Reacties (1)

  • Delahaye

    Ohooooooh.
    Nu hoop ik dat Grainne ook een hekel heeft aan Cowell.
    En ik vraag me af in hoeverre ze gelijk heeft, hmmmm.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen