||Diana Cassandra Volturi

Met een verlangende zucht kijk ik naar Paul en de manier waarop zijn lichaam geweldig in elkaar zit. Hij lijkt wel een Griekse god uit de mythische verhalen waar ik vroeger, en nu nog, zo geobsedeerd mee was. Zo, van de Olympus afgekomen, om mij en mij alleen te beminnen. Eerder zou ik inprenten als iets onnatuurlijks beschreven hebben, iets tegen de natuur in zelfs. Iets dat niet zou mogen gebeuren en onschuldige levenswil op stelten zet, maar nu dat ik het zelf ervaar, kan ik niet anders zeggen dan scratch that. De inprent is het beste wat me overkomen is.
      Mijn mondhoeken krullen in een glimlach en ik kom automatisch zelf van het strandlaken, om naar Paul te kunnen rennen. Op de achtergrond hoor ik Thorn iets zeggen als 'daar gaan we weer', maar mijn hersenen registeren de woorden amper, totaal in de ban van de gedaante voor me. Ik ben geobsedeerd met de manier waarop Pauls spieren onder zijn roestbruine huid bewegen en ik kan wel kwijlen van zijn ontzettend knappe gezicht. Ik heb lang op deze aarde gewalst en ik heb veel schoonheden mogen aanschouwen, maar Paul is veruit de meest adembenemende wezen op aarde, ooit. En ik zou verbannen moeten worden voor deze kinderachtige gedachten alleen al.
      'Ik durf te wedden dat ik sneller bij die rots ben dan jij,' schreeuw ik naar Paul, een speelse glimlach rond mijn lippen. Mijn stem klinkt al ademloos en sinds mijn wisseling van compleet vampier naar deels menselijk heb ik Paul nog geen een keer serieus verslagen met renwedstrijdjes, maar dat betekent niet dat ik ooit ga stoppen met proberen.
      'Je zou denken dat je van al je nederlagen zou leren,' hapt Paul meteen toe, niet in staat om ooit ook maar een uitdaging af te wijzen. Zijn ogen scannen mijn lichaam en als iemand anders me op die manier zou bekijken, zou ik me ongemakkelijk en bekeken voelen, maar als Paul het doet, zorgt het ervoor dat mijn hart een slag overslaat.
      'Ik blijf strijden voor die ene overwinning,' grijns ik, terwijl ik Paul voorbij ren. Ik ren vlak langs hem en voor een fractie van een seconde voel ik de hitte die zijn lichaam in stralen uitzendt. Lachend kijk ik over mijn schouder naar de jongen die mijn vriendje is en hoe hij langzaam ontwaakt met de realisatie dat ik hem zojuist voorbij heb gesprint. Hij komt ook in beweging en ik zet een tandje bij.
      Laat de rots die ik vol enthousiasme aangewezen heb nou net er eentje zijn die ver van de groep vandaan ligt en totaal uit hun zicht. Een geniale strategische zet, al zeg ik het zelf.
      'Wat is de reden dat je me zo ver van de groep hebt verleid?' vraagt Paul ineens, zijn stem verraderlijk dichtbij mijn oor. Zijn armen omsluiten mijn middel en lichten me van de grond alsof ik niets weeg. Ik voel me warm worden van binnen en ik weet dat ik glunder van plezier. Ik voel me zeventien. Niet achtenveertig, niet driehonderdvijfenzestig, zelfs niet elfhonderdentwee, maar zeventien en als een tienermeisje.
      'Je zou het toch niet over je hart kunnen verkrijgen om me te misbruiken? Een onschuldige en weerloze jongen zoals ik?' fluistert Paul in mijn andere oor en een laagje kippenvel bezet mijn huid. Oh, de effecten die Pauls stem alleen al kan hebben. Zo ruw en diep.
      'Oh nee, ik zou niet durven,' lach ik met rollende ogen. Ik wurm me uit zijn armen en draai me op de tippen van mijn tenen om zodat ik Paul in zijn ogen aan kan kijken. Je zou denken dat op een gegeven moment die donkere poelen hun magische effecten zouden verliezen, maar een paar maanden verder en ik verdrink nog steeds.
      'Uiteraard,' glimlacht Paul quasi-sarcastisch. Hij rolt met zijn ogen en zwaait nog net niet mijn zijn hand. Die gedachten alleen al, zorgen ervoor dat ik een veel te grote glimlach op mijn gezicht krijg. Paul lijkt er echter verward van te raken. 'Wat?'
      'Niks,' antwoord ik, schouderophalend. Ik richt mijn blik op de zon, achter Paul, die langzaam maar zeker achter de zee verdwijnt, om plaats te maken voor de maan. Iedereen zegt altijd dat de maan zich opoffert voor de zon, maar wie zegt dat het niet andersom is?
      Mijn blik glijdt weer terug naar Paul en ik glimlach oprecht en gelukkig, terwijl mijn handen die van hem vinden. 'Ik wilde je gewoon even vertellen dat ik heel veel van je houd, zonder het gejoel van de rest.'
      Pauls glimlach lijkt immens groot te worden, alsof hij leeft voor die woorden. Hij verstrengelt onze vingers en buigt zich voorover om zijn zachte lippen tegen mijn voorhoofd te drukken. 'Ik ook van jou. Meer dan je ooit zult begrijpen.'

Reacties (2)

  • LarryNiam

    Ahhhh zo schattig<3

    1 jaar geleden
  • VampireMouse

    Aaaaaaaah zo romantisch zo leuk!!❤️❤️❤️❤️❤️

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here