Twee maanden geleden wilde ik net gemakkelijk bij het haardvuur gaan zitten na een dag hard werken, toen mijn moeder binnenkwam en me bijna meetrok naar de stallen. ‘Snel, nu je vader weg is,’ siste ze. Ik volgde haar, ongerust en nieuwsgierig. Wat was er zo belangrijk dat mijn broertjes en zusjes het niet mochten horen? We keken of de stallen echt leeg waren -op de paarden na- en toen we ervan verzekerd waren dat we alleen waren, trok ze een stuk perkament uit haar schort.
‘Ik spaar al sinds Kova geboren is,’ zei ze zachtjes. ‘Ik heb het op jouw naam laten zetten omdat je nu zeventien bent en ik weet dat jij de juiste wens zal maken.’ Ongelovig pakte ik het perkament aan. Het schreeuwde in zwierige letters:

Lang en Gelukkig Loterij
Caelan van de Zilverwouden
(Deelname is strikt persoonlijk)


‘Als papa dit hoort…’
‘Van mij hoort hij niets. En van jou ook niet,’ snauwde mijn moeder. ‘Dit is Kova’s enige kans op een normaal leven. Ik kan niet weg van de boerderij als we winnen, maar jij wel.’
‘Mam…’ Ik schudde mijn hoofd. ‘We winnen niet. En ik kan al evenmin weg. Papa heeft mijn hulp evengoed nodig.’ Mijn vingers gleden over het perkament. Het was onwerkelijk om een lot, een echt lot, in mijn handen te hebben. Het leek zo normaal en toch kon ik de magie erachter bijna voelen.
‘Het is onze enige kans.’ Mijn moeder keek me smekend aan. ‘Ik heb de Feeën geschreven, elke maand. Jarenlang. Ze antwoorden niet. En ik kan niet meer toekijken hoe mijn zoon langzaam wegkwijnt. Hoe zijn vader hem haat en zijn broers en zussen hem belachelijk maken. En ik weet dat het weggegooid geld is, maar ik wil het geprobeerd hebben.’ Haar bruine ogen vulden zich met tranen. Ik keek nogmaals naar het lot in mijn handen en knikte toen.
‘Wanneer is de trekking?’
‘Bij zonsondergang. Dat is over een paar minuten.’
‘En hoe weten we dan of we gewonnen hebben?’ De winnaar werd altijd aangekondigd in kranten en door omroepers, maar de Zilverwouden waren dunbevolkt. We zagen bijna nooit Dieren -afgezien van een oude, chagrijnige Tor- en reizigers trokken nauwelijks voorbij, omdat we te ver van de hoofdwegen lagen. Nieuws verspreidde zich hier langzaam, tenzij het lokale roddels waren.
‘Als we niet hebben gewonnen, dan verbrand het perkament zich. En als we wel winnen… Geen idee. We moeten afwachten.’ Mijn moeder staarde bijna gehypnotiseerd naar het perkament in mijn handen. Ik merkte dat ik het inmiddels krampachtig vast hield, alsof ik me vastklampte aan deze enige kans. Kova’s kans.
We wachtten. De minuten kropen traag voorbij. Met elke seconde waarbij de zon verder naar de horizon zakte, leek mijn hart sneller te kloppen. Mijn moeder hield gespannen haar adem in. En toen gebeurde er iets. Het perkament gloeide op, alsof het in brand stond, maar de vlammen deden geen pijn. Ik keek toe hoe het lot zichzelf vernietigde, tot er in mijn handen niets meer lag dan een klein hoopje as.
Ik durfde mijn moeder niet aan te kijken. Mijn vader had gelijk gehad: de loterij was geldverspilling. Kova zou nooit kunnen lopen. Ik opende mijn mond om iets te zeggen, maar mijn moeder was me voor.
‘Niet doen, Caelan. Ik wil het niet horen.’ Haar stem beefde en ik wist dat ze niet zou huilen, niet hier. Vanavond, als iedereen in bed lag, zou ze naar de keuken gaan om troost te zoeken bij het smeulende haardvuur. Nu zou ze zich sterk houden, zoals ze altijd deed. Het was een van de redenen waarom ik zoveel van haar hield.
Opeens klonk er een zachte plof achter ons en de stal baadde in een gloed van licht. Met een ruk draaide ik me om. In de opening stond een jonge vrouw. Ze droeg een korte jurk, gemaakt van bloemblaadjes, en in haar roze haren waren verschillende rozen gevlochten. Haar huid had een lichtgroene kleur, maar dat was niet het meest rare aan haar verschijning. Het meest opmerkelijk waren haar lichtgele vleugels, die op haar rug schitterden. Ze waren langwerpig en bijna groter dan de vrouw zelf. Ze wankelde even, keek gedesoriënteerd om zich heen en glimlachte toen.
‘Sorry,’ haar stem klonk hoog en bijna tinkelend. ‘Luchomatie is nooit echt mijn sterkste kant geweest. Teleporteren klinkt fantastisch, maar je wordt er vreselijk misselijk van.’ Mijn moeder en ik gaapten haar aan. De vrouw glimlachte nog breder. ‘Maar dat interesseert jullie uiteraard niets. Jij bent Caelan, neem ik aan?’ Ik knikte sprakeloos.
‘Bent u een Goede Fee?’ vroeg mijn moeder. De vrouw schudde lachend haar hoofd.
‘Hemeltje, nee. Ik werk alleen maar voor ze. Mijn naam is Sarette en ik kom jou, Caelan, feliciteren met het winnen van de Lang en Gelukkig Loterij. Je bent hierbij gerechtigd tot het vervullen van een wens, mits deze door de commissie wordt goedgekeurd. Daarnaast nodigen we je uit voor een geheel verzorgd verblijf in de hoofdstad van Gaelinor. Je bent onze gast voor zolang als je wenst te blijven.’ Sarette keek ons opgewekt aan. Ik kon alleen maar staren. Als er niet vanuit het niets een vrouw met vleugels was verschenen, had ik misschien gelooft dat het allemaal maar een misselijkmakende grap was. Maar ze stond er echt. Opeens lag alles wat ik maar kon bedenken binnen handbereik en mijn lichaam huiverde onwillekeurig bij die gedachte.
‘Wanneer wordt zijn wens vervuld?’ Kennelijk had mijn moeder haar stem teruggevonden en ze klonk koel en zakelijk, zoals mijn vader wanneer we op de markt de oogst verkochten.
‘Zoals ik al zei, moet deze eerst worden goedgekeurd door de commissie,’ zei Sarette. ‘Het komt bijna nooit voor dat wensen worden afgekeurd, maar het is een formeel dingetje. Voor de papieren, snapt u? Dan worden er afspraken gemaakt met het Wensen Nazorg-team. Een Wens kan heel ingrijpend zijn en sommige wezens vinden het moeilijk om met hun nieuwe leven om te gaan. We willen er zeker van zijn dat de Wenser weet waar hij om vraagt. Hoe sneller je in de hoofdstad bent, des te eerder we kunnen beginnen.’ Sarette glimlachte. ‘Ik kan je helaas niet meenemen met Luchomatie. Jullie lichamen zijn daar niet voor geschikt, maar meldt je in hotel De Edele Geit en dan zal iedereen weten wie je bent en wat je komt doen.’ Al die informatie duizelde me. Ik kon nog maar net verwerken dat we zojuist een Wens hadden gewonnen, de rest was bijzaak.
‘Mag mijn broertje mee?’ vroeg ik schor.
‘Natuurlijk. Je hele familie is welkom,’ antwoordde Sarette. ‘Ze mogen alleen niet mee op het moment dat de Wens in vervulling gaat. Dat is strikt persoonlijk. Zo, zijn er verder nog dringende vragen?’ Ik schudde mijn hoofd, hoewel ik er wel een miljoen had. Hoe kon het dat we de loterij hadden gewonnen? Was het puur geluk? Wat moest ik doen als mijn wens niet werd goedgekeurd?
‘Dan wil ik je nogmaals feliciteren en ontmoeten we elkaar in De Edele Geit. Veel succes op je reis en ik kijk er naar uit jou en je broertje te verwelkomen in Armaney.’ Sarette glimlachte nog een laatste keer en verdween toen in het niets. De schuur hulde zich onmiddellijk in duisternis. Ik knipperde met mijn ogen en keek verbluft naar mijn moeder.
‘Het is je gelukt,’ zei ik verbaasd. Maar ze luisterde niet en zocht verwoed in een baal stro tot ze er een reistas uittrok.
‘Haal Kova en trek jullie mantels aan. Ik heb proviand en kleding ingepakt, voor het geval we zouden winnen,’ zei ze op dezelfde zakelijk toon als tijdens het gesprek met Sarette. ‘Vertel niet aan je broertjes en zusjes waar jullie heen gaan. Liever nog: negeer ze. Jullie moeten hier weg zijn voordat je vader terugkomt van de herberg.’ Ik deed al een paar stappen in de richting van de staldeuren, en draaide me toen om.
‘Mam… Ik dacht dat je blij zou zijn.’
‘Dat ben ik ook.’ Ze trok een zadel van de muur en begon ons snelste renpaard op te zadelen. ‘Maar ik kan pas opgelucht adem halen als jullie weg zijn. Je vader zal het toch niet geloven.’ In de duisternis van de stal zag ze er niet langer uit als de breekbare vrouw die gebukt ging onder de zware lasten van een kreupele zoon. Zoals ze vaardig het paard opzadelde, leek ze daadkrachtig en sterk.
‘Hoe weet je dat ik je niet teleur zal stellen? Dat ik niet iets voor mezelf wens?’ vroeg ik. Mijn moeder stopte even en keek me recht aan.
‘Omdat je van al mijn kinderen het meest op mij lijkt,’ zei ze zacht. ‘En jij en ik doen alles voor de mensen van wie we houden. Toch?’ Ik knikte langzaam en rende toen de stal uit om Kova te halen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here