Zo’n dertig kilometer bij San Quentin vandaan was nog iemand voor wie de twaalfde van december een belangrijke dag was. In tegenstelling tot haar vader, had Maddox zichzelf niet op een gebakje getrakteerd. In plaats daarvan beende hij door het huis, van boven naar beneden, van de voorkant naar de achterkant, rusteloos, zoekend naar iets waarvan hij wist dat hij het niet zou vinden. Het ging niet goed met hem. Er was een soort onderhuidse jeuk aanwezig die hem tot waanzin dreef. Hij wist niet wat hij ertegen moest doen en hij was continu bezig zijn woedeaanvallen en de snerende opmerkingen naar zijn klanten te bedwingen. Zijn gemoed kwam de zaken absoluut niet ten goede en het hield al veel te lang aan. Ze was al meer dan een half jaar weg.
      Een half jaar. Het voelde al zo veel langer. Soms zocht hij oude foto’s van haar op omdat hij zich niet meer ieder detail van haar kon herinneren. Bij de goden, wat miste hij haar. Hij had niet geweten dat zijn gevoelens zo diep gingen. Natuurlijk, hij was in alle staten geweest toen ze was weggegaan, en toen ze had gezegd niet meer van hem te houden. Hij was woedend, maar nu was de pijn dieper.
      Hij hield van haar.
      Hij had haar nodig.
      Dat zag hij nu pas in – en hij had zo’n spijt van de manier waarop hij haar behandeld had. Als hij het over kon doen, dan zou hij het heel anders aanpakken. Lang had hij haar beschouwd als zijn bezit en hij schaamde zich daar nu voor. Dat was niet hoe een vrouw als zij behandeld diende te worden.
      Hij moest het goedmaken. Hij zóú het goedmaken.
      Zodra ze terug was.
      Want haar opgeven, dat kon hij niet. Haar afwezigheid sloopte hem, hield hem ’s nachts uit zijn slaap en nam overdag zijn gedachten in beslag. Ze was als een verslaving waar hij niet langer vanaf kon blijven, maar met geen mogelijkheid aan kon komen. En de gedachte dat er iemand anders was die wél toegang tot haar had, die haar wel aanraakte, haar wel kuste, haar bezoedelde met zijn smerige lippen en vingers… dat liet zijn bloed borrelen.
      Steeds opnieuw doken dezelfde woorden op, van haar bikervriend die zijn mannen had neergeschoten. “Ze is gelukkig. En dat lichaam dat jij zo begeert, bevindt zich op dit moment onder de lippen en handen van iemand anders.”
      Ook nu balde Maddox zijn vuisten. Hij kneep zijn vingers stevig samen om te voorkomen dat hij weer de tafel omver zou gooien, dat hij weer alles op de grond zou smijten. Hij moest zichzelf onder controle krijgen. Als zijn klanten hem zo zagen, dachten ze dat hij zijn verstand was verloren. Dan trokken ze zich terug, gingen ze op zoek naar iemand anders.
      Dana moest terugkomen. En die flikker die hem zo door de telefoon toegesproken had, moest dood. Het vervelende was dat hij niet precies wist wie het was geweest. Zijn mannen hadden over twee mensen gesproken; een man met een litteken in de vorm van een grijns en iemand met blond haar. Veel was het niet, maar het was genoeg. Hij zou gewoon de opdracht geven om elke blonde biker neer te knallen. Hij was het wachten spuugzat. Hij had zo lang mogelijk gewacht, haar de kans gegeven om naar hem terug te komen. Maar blijkbaar hield ze stiekem van zijn donkere kant en wilde ze zien hoe ver hij bereid was te gaan, net zoals hij had willen zien hoe ver zij had willen gaan. Ze pasten beter bij elkaar dan ze wilde toegeven, maar diep vanbinnen had hij al die tijd geweten dat zij voor elkaar gemaakt waren.
      Maddox slaakte een diepe zucht en zakte op de bank neer. Een bank waar ze nooit op had gezeten. Niets in dit huis had ze aangeraakt, en hij betreurde het feit dat hij het andere huis verkocht had. Hij had gedacht dat ze tegen deze tijd allang bij hem terug zou zijn. Hoe had hij ooit kunnen denken dat ze spoorloos zou verdwijnen? Hij vervloekte zichzelf omdat hij het zo ver had laten komen. Die spelletjes die hem eerst hadden opgewonden, hadden hem uiteindelijk in zijn eigen vingers laten snijden. Hij gleed met een hand door zijn haar en sloot zijn ogen, zich inbeeldend dat het haar vingertoppen waren die langs zijn hoofdhuid schraapte. Het was moeilijk om zich haar aanraking te herinneren. Het waren andere beelden die door zijn hoofd schoten. Haar tranen, de haat die haar ogen spuwden, haar gesnik als hij van haar nam wat hij vond dat hem toekwam.
      ‘Het spijt me,’ fluisterde hij. ‘Ik ga het goed maken. Ik ga het allemaal met je goed maken.’
      Hij haalde diep adem.
      ‘Maar dan moet ik nog een laatste onvergefelijke daad doen.’


Reacties (4)

  • Trager

    Maddox is gewoon een fucking narcist ofzo :/

    1 jaar geleden
  • NicoleStyles

    Oh oh die laatste zin bevalt me helemaal niet!!(N)

    1 jaar geleden
  • FireBrick6

    Ja hoor, want ze zal het je echt vergeven dat je mensen die haar veel waard zijn vermoord -.-

    1 jaar geleden
    • Croweater

      Ik denk dat vergeving sowieso geen woord is waarvan hij de betekenis kent :')

      1 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Maddox leeft zo in zijn eigen realiteit. Het is echt creepy. Waarschijnlijk is dat “goedmaken” niet echt goedmaken. Als hij nu al de hele tijd woedeaanvallen heeft, denk ik echt niet dat hij zich zal kunnen bedwingen als ze eenmaal terug is.

    1 jaar geleden
    • Croweater

      Ik denk dat jij zijn therapeut zou moeten worden.

      1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik denk dat ik voor mijn eigen veiligheid zo ver mogelijk bij hem uit de buurt zou moeten blijven.

      1 jaar geleden
    • Croweater

      Daar heb je ook een punt.

      1 jaar geleden
    • VampireMouse

      AmeranthaGaia
      Ik denk dat ik voor mijn eigen veiligheid zo ver mogelijk bij hem uit de buurt zou moeten blijven.

      Iedereen wel denk ik...
      Wel weer super geschreven!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen