Foto bij H.145.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Zodra ze weggaat en de deur achter zich sluit, komt er een vermoeide zucht over mijn lippen. Ik bijt op mijn lip om niet te huilen, al voel ik de tranen in mijn ogen prikken. De vorige keer was het alleen ik die in het ziekenhuis belande, maar dit keer ook Evan. Hij is bijna doodgegaan, alleen omdat hij mij kende. Waar houdt het in hemelsnaam op?

James Grint POV


Ik zit al een paar uur op Gioa te wachten. Een dokter kwam naar me toe om me te vertellen dat ze nu moest rusten en dat ik haar over een paar uur mag zien, nadat ze mag gaan. Ik had boos gevraagd waarom ze haar in hemelsnaam zo vroeg zouden laten gaan. Ze hadden toch gezien hoe erg ze bloedde? Hoe erg haar handen trilden? De vrouw antwoordde dat ze plaatsen te kort kwamen en dat ze het naar omstandigheden goed maakte.
Ik heb al een uur of vier gewacht wanneer ik voor de zoveelste keer een zoekende blik door de ruimte laat glijden. Mijn aandacht blijft hangen bij een koppel van ongeveer dertig wat een uur of twee geleden binnen is gekomen. Ze hadden een zoontje van ongeveer vijf bij zich dat was aangereden door een auto en met spoed geholpen moest worden. Er komt net een arts naar hen toe om te vertellen hoe de operatie is verlopen. Ik kan niet horen wat er gezegd wordt, maar dat de vrouw met een schreeuw van pijn voorover klapt, niet in staat haar verdriet te verwerken, zegt genoeg. Haar man begint verward dingen te ratelen terwijl zijn ogen overlopen van de tranen, alsof hij het niet kan begrijpen, alsof hij niet weet hoe hij ooit in een wereld gaat moeten leven waarin dit gebeurd is. Ik wend mijn blik weer af. Het voelt alsof ik zit te kijken naar levens die verwoest worden alsof het een soapserie is, alsof ik me bemoei met iets wat mijn zaken niet zijn.
Nog geen enkele dokter heb ik gevraagd hoe het met Evan gaat. Waarschijnlijk zou ik dat wel moeten doen, maar ik wil Gioa gewoon niet mislopen. Zijn welzijn kan me meer schelen dan ik zou willen toegeven, maar straks mag Gioa gaan en ziet ze dat ik weg ben en dat wil ik niet. Dan besef ik me dat als ze zometeen ontslagen wordt, ze meteen aan me zal vragen of ik iets van Evan gehoord heb en als ik dan moet toegeven dat het me gewoon net niet genoeg uitmaakt, zal haar dat waarschijnlijk niet bevallen. Dus met een zucht kom ik overeind om tenminste een poging te doen iets over zijn toestand te weten te komen.
Net wanneer ik de wachtruimte uit wil lopen, zie ik opeens een wel heel bekend iemand in mijn ooghoek. Gioa. Haar kleren zijn schoon en ze heeft het bloed en vuil van zich afgewassen. Ik zie dat ze kippenvel op haar blote armen heeft, dus terwijl ik haar tegemoetkom wanneer ze snel naar me toe begint te lopen, trek ik mijn jas alvast uit om die aan haar te geven. Maar tegen de tijd dat ik eenmaal bij het ben, werpt ze zich meteen in mijn armen. Even verstijf ik, maar dan ga ik mee in de omhelzing en ik wrijf zachtjes over haar rug. Huilend verbergt ze haar gezicht in mijn shirt en met trillende handen klemt ze zich aan me vast.
'Ik heb vier mensen vermoord,' komt er als een snik over haar lippen.
Ik zou niet weten hoe ik haar ooit zou moeten helpen daarover heen te komen. Zij wordt geteisterd door elke keer dat ze haar veiligheid met iemands anders leven heeft moeten bekopen en ik heb al zoveel doden op mijn geweten dat ik in staat ben om het mes in iemand schreeuwende lichaam om te draaien, het bloed van me af te wassen en te gaan lunchen.
En dan, nog meer dan anders, ben ik me er sterk van bewust dat ze nog maar een kind is. Ze is nog maar zeventien en ze leeft met een druk op haar schouders waar de meeste volwassenen onder zouden breken. Hoe kan ik haar ooit beschermen? Hoe kan ik haar ooit vertellen dat ze nooit meer zo bang hoeft te zijn als ze was toen ze 's nachts met Ammay in haar armen in bed lag terwijl ze naar haar moeders voetstappen op de gang luisterde en haar me laten geloven?
De meeste mensen die een tijdje met haar om zouden gaan, zouden haar stoer vinden zodra ze zien hoe ze op momenten dat ze zich klein en ellendig voelt in staat is haar kin in de lucht te steken en te doen wat gedaan moet worden, maar zouden ze er even licht over denken wanneer ze erachter zouden komen wat haar allemaal overkomen is wat ertoe heeft geleid dat ze zo sterk is geworden? De afgelopen maanden heeft ze me zo nu en dan iets verteld over hoe verschrikkelijk haar leven is geweest, ook al was het maar in kleine beetjes en af en toe misschien wel onbewust. Maar dat ze het misschien niet helemaal bewust vertelde, betekent niet dat ik er niet weer elke dag aan denk.
Haar moeder heeft haar laten denken dat ze gevaarlijk was, dat ze een bedreiging vormde voor de mensen om haar heen, zonder dat ze ooit verteld heeft waarom. Omdat haar moeder dat zo vaak tegen haar zei, vertelde Gioa, geloofde ze toen ze tien was voor een tijdje dat ze misschien wel superkrachten had en ze zich verborgen moest houden voordat iemand erachter kwam, net zoals in de films altijd bleek. Ze vertelde het met een schampere lach, maar ik zag dat het haar pijn deed.
Toen ze twaalf was, heeft ze een keer een glas op de grond laten vallen en toen heeft haar moeder haar helemaal in elkaar geslagen. 'Ik werd wakker in een plas van mijn eigen bloed. Ammay zat naast me op de grond te huilen omdat ik urenlang maar niet wakker werd. Mijn moeder zat aan tafel te drinken een deed alsof we er niet waren,' zei ze een paar weken geleden tegen me.
Het enige waar ik aan kan denken, terwijl we midden in een ziekenhuis staan en ik zoek naar woorden om haar pijn te verlichten, is hoe iemand zo gebroken en egoïstisch als ik in hemelsnaam iemand zo getraumatiseerd als zij gerust kan stellen.
Ze heeft korter de tijd nodig om zichzelf bijeen te rapen dan ik nodig heb om iets te bedenken om te zeggen en na een paar minuten maakt ze zichzelf los uit mijn omhelzing. Ze veegt de tranen uit haar ogen en kan zich er niet toe brengen om überhaupt in mijn richting te kijken wanneer ze me met schorre stem vraagt: 'Heb... heb je iets van Evan gehoord? Gaat het goed met hem?'
Zodra ze zijn naam noemt, moet ik er weer aan denken hoe ze een paar dagen geleden niet eens aan hem kon denken zonder in huilen uit te barsten. Ook moet ik er gelijk weer aan denken dat ze vier mensen om het leven heeft moeten brengen. En Evan? Het is niet eerlijk om het hem kwalijk te nemen dat hij dat heeft laten gebeuren, omdat hij zelf maar een paar maanden ouder is dan Gioa, maar ik kan niet anders dan toch een beetje ergernis voelen over de hele situatie.
Omdat ik zo in gedachten verzonken ben, moet ze de vraag herhalen voordat ik antwoord. Automatisch bren ik een hand naar mijn achterhoofd.
'Ik... ehm... ik heb zeg maar een soort van niet echt gevraagd hoe het met hem ging,' zeg ik schuldbewust.
Nu kijkt ze me wel aan en voor het eerst in tijden zie ik iets van verveling en irritatie in haar blik. Ze lijkt niet eens echt verbaasd te zijn over de situatie. Misschien ben ik een tikkeltje voorspelbaarder dan ik had gedacht.
Ze kijkt om zich heen met een blik die haar eruit laat zien alsof ze de hele wereld om zich heen aan het uitdagen is. Dan kijkt ze me op dezelfde manier aan en vraagt ze: 'Waar is de receptie?'
'Wat wil je doen bij de receptie?'
'Gezien jij te lui was om het te doen ga ik zelf wel vragen hoe het met hem gaat,' antwoordt ze fel.
Ik kijk haar even onderzoeken aan. Ze staat niet helemaal stevig op haar benen. Bijna ziet het eruit alsof ze om zal vallen als ik tegen haar aan blaas. Maar haar blik zegt genoeg. Ze heeft pijn en ze is moe en ze is bang, maar dat krijgt haar niet klein. Als ik haar om zou laten vallen, zou ze me met zich mee trekken de diepte in.
'Aan de linkerkant van die gang met die ramen. Tegenover de hoofdingang.'
Ze is sneller dan ik dacht en het duurt even voordat ik doorheb dat ze al lang op weg is. Ik loop vlug achter haar aan en wanneer ze bij de receptie aangekomen is, leunt ze er met haar hele gewicht tegenaan. Het komt geïrriteerd en misschien wel intimiderend over voor de receptionist, maar ik zie aan haar houding dat ze het doet om te verbergen hoe moe ze is.
'Waar kan ik u mee helpen?' vraagt de man achter de balie met een erg neppe glimlach die hij hopelijk alleen heeft als hij aan het werk is.
'Evan Maxwell is ongeveer vier en een half uur geleden hier aangekomen bij de spoedeisende hulp. Ik wil weten hoe het met hem gaat.'
'Ik zoek het even voor je op,' zegt hij met een stem waarmee hij duidelijk een poging doet Gioa te kalmeren, maar haar kennende, zal het wel het tegenovergestelde effect hebben. Ondanks dat ik haar ergernis kan zien, wint het blijkbaar niet van haar bezorgdheid over Evan.
De vingers van de receptionist razen over het toetsenbord en even later belt hij iemand, waarschijnlijk een dokter of verpleegkundige die Evan behandeld heeft. Ineens, in de paar seconden voordat hij Gioa vertelt hoe het volgens de doktoren met hem gaat, schiet de verschrikkelijke gedachte door me heen dat ze er meer dan kapot van zal zijn als nu zou blijken dat hij dood is gegaan. Ik vraag me af waarom ik me daar opeens zorgen over maak, want ik heb hem gezien en hij was duidelijk niet stervende, maar het idee van haar schreeuw van onverwerkbare pijn maakt me bijna misselijk.
'Meneer Maxwell maakt het goed. Zijn verwondingen zijn behandeld en de doktoren zijn ervan overtuigd dat hij volledig zal herstellen.'
Er gaat een zucht van opluchting door Gioa heen en voor het eerst lijken ze haar schouders wat te ontspannen. Smekend vraagt ze: 'Mag ik hem zien?'
'Hij is momenteel niet bij bewustzijn omdat ze hem een kalmeringsmiddel gegeven hebben. En zolang hij geen toestemming heeft gegeven, kunnen we u niet bij hem laten. U kunt daar rechts in de wachtruimte blijven en dan zullen we het u zo snel mogelijk laten weten wanneer hij weer wakker is,' antwoordt hij en wijst naar een kleine wachthal aan de overkant van de gang, naast de hoofdingang. Er staat een bank in de hoek, met daarvoor een houten salontafel met een plastic plant erop. Eromheen staan grote stoelen.
Ik zie dat Gioa er iets tegenin wil brengen, maar omdat ik weet dat dat niet gaat werken, pak ik voorzichtig haar hand vast en zeg ik: 'Kom. Dan wachten we gewoon.'
Even kijkt ze me ontevreden aan, maar dan knikt ze en wendt ze haar blik af.
We lopen naar de aangewezen plek toe. Ik geef haar mijn jas, die ze dankaar aantrekt, waarna ik haar op de bank laat zitten. Ik zak naast haar neer en sla een arm om haar heen. En we wachten. Het duurt even voordat ik doorheb dat ze weer is gaan huilen en als ik even naar haar kijk, zie ik dat ze verwoed de tranen binnen probeert te houden.
'Sorry,' fluistert ze verontschuldigend. 'Ik... ik weet niet wat het is. Sorry.'
Ik sla mijn arm iets dichter om haar heen en met een verwrongen snik kruipt ze dichter tegen me aan. Met mijn vrije hand aai ik zachtjes over haar haar.
'Het is oké,' beloof ik haar. 'Het komt allemaal wel goed.'

Reacties (1)

  • Luckey

    Heb het zo met der te doen

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen