Mijn excuus voor dit extreem lange hoofdstuk. De volgende keer zal ik het weer netjes opdelen in twee delen.
Ik wil ook even melden dat ik extreem stuck zit in m'n verhaal. Misschien is het mijn eigen onzekerheid, maar ik ben bang dat het gewoon saai begint te worden om steeds hetzelfde te lezen voor jullie. Ervaren jullie dit ook zo?


H​et enige wat ik op mijn vrije dag wilde doen, was slapen. Als ik sliep, hoefde ik niets te voelen. Niet te praten. Slapend draaide de wereld even goed verder zonder mij erin en dat beviel me prima.
Maar ik kon nu eenmaal niet de hele dag in bed blijven liggen. Ik wilde niet als lui worden gezien en bovendien wilde ik normaal overkomen op mijn collega’s. Een vrije dag had wel als voordeel dat ik de caravan heel even voor mezelf had. In elk geval tot de lunchpauze en daarna tot het avondeten. Die paar uurtjes omhelsde ik met beide armen en ik gebruikte de vrije uren doorgaans om te tekenen of Lord of The Rings voor de veertiende keer te herlezen.
De zomer ploeg was nu twee weken aan het werk. Ik had Kampenbergs advies geprobeerd op te volgen door socialer te zijn en me meer in gesprekken te mengen. Dat kwam er in de praktijk op neer dat ik elke avond minstens een half uur bij de groep zat en weinig tot niets zei, tenzij me iets werd gevraagd. Ik probeerde wel te praten, maar mijn stem leek vaak verloren te gaan of er werd door me heen gepraat. Na twee keer proberen gaf ik het meestal gewoon op. Het had toch geen zin.

De ochtend vulde ik met wat schetsen te maken. Ik had de caravan denkbeeldig versierd met rondvliegende elfjes, die ik omstebeurt model liet staan voor mijn tekeningen. Zoals ik daar zat, helemaal alleen, voelde ik me voor het eerst sinds het vertrek van de winter ploeg weer prettig. Ik kende genoeg mensen die zichzelf nog voor geen seconde bezig konden houden -Zomer was daar een fantastisch voorbeeld van- maar van dat probleem had ik nooit last gehad. Het grootste gedeelte van mijn jeugd was ik enig kind geweest, met twee ouders die altijd aan het werk leken te zijn. De buurvrouw had regelmatig opgepast, maar zij had ook geen kinderen en was al aardig op leeftijd. Ik kon mezelf best vermaken, zolang mijn fantasie maar draaiend bleef.
Het contact met Zomer was de afgelopen weken uitsluitend via de telefoon gegaan. Ze schold me bijna dagelijks uit, verweet me een slechte vriendin te zijn, maar ik had gewoon geen mogelijkheid om zomaar weg te glippen. Langskomen in de caravan wilde ze niet, nu ik huisgenoten had. Vanavond hadden we afgesproken samen te picknicken in het bos. Ik wilde eerst voorstellen om samen ergens te gaan eten, als onderdeel van mijn ik-word-sociaal plan, maar zag er toch vanaf. De laatste tijd had ik al zoveel nieuwe dingen geprobeerd, dit kon nog even worden uitgesteld. Daarnaast was Zomer ongetwijfeld kwaad en een publieke scène was iets waar ik niet op zat te wachten. Ze had er geen problemen mee om gerust een heel restaurant te laten meegenieten in haar ellende, of die van een ander. Wel streepte ik elke dag trouw de dagen af naar mijn laatste. Nu mijn hoofd weer donkerder stond, ging dat met meer enthousiasme dan in het begin. De kalender had ik versierd met tekeningen van draken en verstopt onder mijn matras.
Rond het middaguur kwamen Lotte en Fleur vermoeid caravan binnen gevallen.
‘Wees maar blij dat je vrij bent,’ kreunde Fleur. ‘Kampenberg laat ons alle ramen in het zwembad wassen.’
‘Dat zijn er overigens drieënveertig,’ voegde Lotte eraan toe, ‘en we zijn nog niet eens klaar.’ Ik stond op om iets te eten voor ze te maken. Dat was wel het minste wat ik kon doen en tevens liet het -hopelijk- zien dat ik bereid was om een goede huisgenoot te zijn.
‘Jeetje, heb jij dit gemaakt?’ vroeg Lotte. Ze stond over mijn schetsen gebogen en keek er bewonderend naar.
‘Het zijn maar wat krabbels,’ fluisterde ik. Ik liep al terug naar de tafel om het op te ruimen, maar Fleur had mijn schetsblok te pakken en bladerde er langzaam doorheen.
‘Echt gaaf. Moet je iets mee doen. Kinderboeken illustreren of zoiets.’ Mijn wangen kleurden spontaan rood. Meende ze dat nou of was ze sarcastisch?
‘Inderdaad,’ viel Lotte haar bij, ‘moet je die kabouters zien. Alsof je ze gewoon zo voor je ziet.’ Ze gooide haar pakje sigaretten op tafel en graaide er één uit. ‘Ik ben jaloers. Mijn talent is de wekker dertig keer snoozen en er vervolgens nog steeds doorheen slapen. Niet echt iets om trots op te zijn.’ Ik besprenkelde Lotte’s boterham rijkelijk met hagelslag (er gingen ongeveer vier pakken doorheen in een week. Ze at het zelfs als tussendoortje) en belegde die van Fleur met kaas. Toen ik de borden onder hun neus schoof, bedankten ze me vriendelijk en vielen vrijwel meteen aan.
‘Hoe is het verder?’ vroeg ik. Veilige vraag. Liet ruimte over voor de ander om te praten.
‘A’mon ‘s verschrikkelijk,’ zei Lotte met haar mondvol. Ik keek haar verward aan.
‘Wat?’
‘Manon is verschrikkelijk,’ vertaalde Fleur. ‘Kind hoort vandaag in de fietsverhuur te staan, maar heeft het zo weten te praten dat ze met Thomas heeft geruild voor een zwembad dienst. Stel je voor dat er een nagel breekt bij het uitlenen van een fiets. En ze steekt geen poot uit om ons even te helpen, al staan ze met drie man in het zwembad en is er niemand om op te letten.’
‘Se ‘s een slek,’ riep Lotte. Er vlogen kleine korreltjes hagelslag door de ruimte.
‘Ze is een slet,’ zei Fleur nogal overbodig.
‘Hoezo?’ Geïnteresseerd stak ik zelf ook een sigaret op. Manon was vanaf het eerste moment dat ik haar hand had geschud niet mijn favoriete persoon op de aardbol en dat gevoel was ongetwijfeld wederzijds. Ze leek zo weggelopen te zijn als de ‘mean girl’ uit een tienerfilm en voelde zich in die rol waarschijnlijk ook het meeste thuis.
Fleur kauwde even op haar boterham, slikte toen door en zei: ‘Ze hangt constant rond bij de jongens. Kennelijk heeft ze zich voorgenomen om er minimaal één te versieren want als Kampenberg of Van der Rijk er niet is, knoopt ze haar shirt op zodat haar buik bloot is. Ik weet niet hoe ze van een t-shirt met een walvis iets kan maken wat er nog sexy uit ziet, maar ze doet het en ze komt er nog mee weg ook. Heel irritant.’ Van der Rijk was de leidinggevende van het zwembad, die ik in totaal drie keer gezien had. Logisch dat Manon de regels naar haar eigen hand kon zetten.
‘Arme jongens,’ zei ik meelevend. Ik tikte de as van mijn sigaret in de asbak. ‘Wie staan er vandaag?’
‘Nick, Robert en Chris,’ antwoordde Lotte. Haar bord was leeg, kennelijk had ze haar eten bijna in één keer naar binnen gepropt. Bij het horen van Chris’ naam, keek ik met een ruk op. Het was niet alsof ik ook maar iets van verliefde gevoelens voor hem had, maar het idee dat Manon hem om haar vinger zou winden, stond me tegen. Het was oneerlijk, egoïstisch en bevooroordeeld van me om zo negatief te staan tegenover iemand met wie ik amper drie woorden had gewisseld. Want qua uiterlijk waren ze natuurlijk een perfecte match. Knap hoort nu eenmaal bij knap, lelijk bij lelijk. Wie was ik om tussen ware liefde te komen?
‘Ik loop straks wel even mee,’ zei ik plotseling, geheel tegen mijn natuur in. ‘Om het met eigen ogen te kunnen zien.’

Kennelijk was er niemand aan het zwemmen, want het groepje hing rond bij de balie. Het was daar iets koeler dan in het zwembad zelf en, naast het rookhok, de favoriete hangplek van werknemers als het rustig was. Manon stond in het midden van de groep, stootte hoog gekir uit wanneer ze lachte en draaide met haar heupen op een manier die ongetwijfeld voor sexy moest doorgaan, maar me eerder deed denken aan een uitgehongerde trol. Robert en Nick hingen aan haar lippen, maar tot mijn vreugde zag ik dat Chris voornamelijk naar zijn telefoon tuurde.
‘We moeten snel met z’n allen wat drankjes gaan doen,’ hoorde ik haar zeggen toen we binnenkwamen. Fleur en Lotte rolden bijna synchroon met hun ogen.
‘Helemaal mee eens,’ knikte Nick tevreden. De puisterige jongen liet zijn ogen verlekkerd over Manon’s lichaam glijden. Ze zag het, glimlachte poeslief en streek quasi-nonchalant haar lange, geblondeerde haar naar achter. Het was walgelijk, het was misselijkmakend, het was geweldig effectief. De jongens sloegen zowat achterover van opwinding.
Met gemengde gevoelens keek ik toe. Waarom had ik dit soort tactieken nooit ontwikkeld? Was verleiding een aangeboren gave of kon je het ergens leren?
Vanavond, nam ik me voor, zou ik Zomer overhalen om eens kennis te maken met Manon. Bij het vooruitzicht van twee Queen Bee’s waar maar één bijenkorf was, voelde ik me bijna boosaardig vrolijk worden. Er bestond geen twijfel over dat Zomer het gevecht zou winnen. Daar durfde ik mijn hele bankrekening op in te zetten.
‘Daar zijn we weer hoor,’ zei Lotte. Haar stem kon de irritatie nauwelijks verhullen. Iedereen keek op. Manon keek alsof ze ons het liefst weer meteen zag vertrekken, maar dat was maar voor een seconde. Er verscheen een gemaakte glimlach op haar gezicht.
‘Lekker gegeten, dames?’
Fleur knikte. ‘Winter was zo lief om lunch voor ons te maken.’ Chris stond nog steeds in diepe concentratie over zijn telefoon gebogen en had niet eens opgekeken.
‘Wat ontzettend lief,’ kirde Manon tegen mij. ‘En wat een ontzettend schattig t-shirt.’ Gegeneerd keek ik omlaag naar mijn shirt. Het was mijn lievelings, met de tekst ‘I’m not small. I’m a hobbit.’ Hij was verwassen en uitgelubberd, en over het algemeen droeg ik hem met trots, maar onder Manons kritische blik kleurden mijn wangen rood.
‘Dank je.’ Mijn stem was niet meer dan een fluistering geweest, maar Chris had me gehoord. Hij keek met een ruk op en een jongensachtige grijns verscheen op zijn gezicht. Hij knikte met zijn hoofd naar het rookhok.
‘Ben zo terug,’ zei hij, terwijl ik aanstalten maakte om hem te volgen. Manon leek volkomen in de war te zijn.
‘Wacht even, ik ga wel mee,’ zei ze snel. Chris draaide zich meteen om en glimlachte.
‘Niet nodig. Winter en ik moeten even praten.’
Heel even wilde ik aanstalten maken om weer om te draaien. Ik zou willen dat ik niet meteen aan slecht nieuws dacht, elke keer als iemand aangaf even met me te moeten praten. De afgelopen weken had ik slechts één dienst met Chris gedraaid en het was eigenlijk best gezellig geweest. We hadden drie uur gediscussieerd wie de werkelijke held van Lord of the Rings was: Frodo, Sam, Gandalf of het magnifieke haar van Legolas. Ik had tot het einde voor Sam gepleit, Chris voor de glanzende lokken van de elf.
De deur was nog niet dicht gevallen of Chris liet een luide kreun horen.
‘Ik heb een plan,’ zei hij. ‘Jij doet straks alsof je ziek en misselijk bent en ik bied aan om je naar je caravan te brengen en je te ondersteunen tijdens je ziekbed.’
Ik luisterde niet eens. ‘Waar wilde je met me over praten?’ De zenuwen klonken hoorbaar in mijn stem. Chris keek me niet-begrijpend aan en schudde toen zijn hoofd.
‘Hierover. Over ons plan om me weg te krijgen van dat ding daarbinnen.’
‘Dat ding?’
Hij rolde met zijn ogen. ‘Manon. Duh.’
Ik onderdrukte een glimlach. Kennelijk was hij toch niet zo gecharmeerd van haar.
‘Ze zal vast aardig zijn,’ zei ik.
‘Hagrid vond Pluisje ook een lief beest,’ snoof Chris, ‘maar je ziet mij ook niet een hond met drie koppen aaien.’ Dit was precies waarom ik zo op hem gesteld was geraakt. Ten eerste koste een gesprek met Chris me bijna geen moeite. Het ging inmiddels bijna natuurlijk, alsof ik met mijn ouders of Zomer praatte. Ten tweede sprak hij een taal die ik kon begrijpen. Het was bijna alsof hij de Winter die ik aan de buitenwereld liet zien niet zomaar afwees. Natuurlijk zou hij lang niet zo vriendelijk zijn als hij wist hoe ik echt in elkaar stak. Als hij mijn littekens zou zien of wist dat ik op een kalender langzaam de dagen tot mijn laatste afstreepte. Die versie van mezelf werd door niemand geaccepteerd, behalve door Zomer.
Omdat ik geen antwoord had, vouwde Chris zijn handen samen en keek me smekend aan.
‘Alsjeblieft?’
‘Wat?’
Zijn ogen stonden groot. Er lag een zweem van groen in al dat blauw. Mijn handen jeukten om een potlood en papier, om ze uit vergroot na te tekenen.
‘Wil je alsjeblieft doen alsof je ziek bent zodat ik hier weg kan? Ik ben zelfs bereid om een week lang te doen alsof Sam inderdaad de grote held is waar je hem voor aanziet.’
‘Voor altijd.’ Met gespeelde hooghartigheid sloeg ik mijn armen over elkaar. Chris schudde zijn hoofd.
‘Een maand.’
‘Tot je tachtigste.’
‘Een half jaar, hoger ga ik niet.’
‘Prima.’ Ik draaide me om en deed alsof ik de deur wilde openen. ‘Manon? Chris gaat graag een drankje met je doen!’ Hij stoof naar de deur en spreidde zijn armen.
‘Ssh! Kom op, een half jaar. Dat is schappelijk zat. Legolas had een heel leger van orcs kunnen verblinden door met zijn haar te zwiepen.’
‘Hij wil wel dat de rest niet meegaat!’ riep ik nu over zijn schouder tegen een dichte deur. Chris reageerde door panisch met zijn armen te zwaaien.
‘Tot m’n veertigste. Daarna mag ik het gooien op een midlife crisis.’
Ik grijnsde zelfvoldaan. ‘Tot je veertigste. Pinky promise?’
Chris zuchtte en keek alsof hij me net zijn ziel en eerstgeborene had verkocht. Toen haakte hij zijn pink in de mijne.
‘Je bent een monster.’
‘Je hebt geen idee.’

‘Dus eigenlijk wil je zeggen dat die Manon een slechte kopie van mij is?’ Zomer propte met een peinzend gezicht een aardbei in haar mond. We lagen languit op een deken dat ik van thuis had meegenomen, een stuk van het bospad af. Inmiddels hadden we zoveel wandelingen gemaakt, dat ik de weg zelfs in het donker nog had kunnen terugvinden. De geluiden van de camping leken heel ver weg en ik genoot van het stukje natuur, de rust en het gezelschap van mijn beste vriendin.
‘Ze is gewoon vervelend. Je had moeten zien hoe ze naar mijn shirt keek.’
‘Het is ook niet bepaald je beste outfit. Eet je dat nog op?’ Zomer wees naar mijn bakje fruitsalade. Ik schudde mijn hoofd en enthousiast pakte ze het op en begon de stukjes fruit naar binnen te lepelen. ‘Heb je je kalender nog bij gehouden?’ vroeg ze tenslotte, toen ze uitgegeten was. Ik knikte braaf en Zomer glimlachte goedkeurend.
‘Goed zo. Hoe zit het nu met het sparen?’
‘Gaat de goede kant op,’ zei ik, ‘Ik geef niet zoveel uit aan boodschappen en verder ga ik toch nooit naar de stad, dus winkelen doe ik ook niet.’
‘En heb je al nagedacht over je begrafenis?’ Zomer rolde op haar rug en strekte zich lui uit. Er schoot een huivering langs mijn ruggengraat.
‘Niet echt.’
‘Moet je wel doen. Wat voor muziek je wil, en zo. Wat we allemaal aan moeten trekken. Heb je nog leuke neven die komen?’ Ze knipoogde.
‘Wat? Nee.’ Ik kon de afschuw in mijn stem maar nauwelijks verhullen.
‘Geintje. Rustig maar,’ zei Zomer snel. ‘Maar ik meen het wel. Ik moet wel van tevoren weten wat ik voor kleding moet kopen.’
Ik pakte een overgebleven croissantje en begon het tussen mijn vingers te verkruimelen. Zoals altijd wist Zomer mijn goede humeur in een mum van tijd te bederven.
De middag met Chris was heerlijk geweest. Ik had gelachen tot ik buikpijn had en zelfs mijn gezichtsspieren voelden vreemd aan nadat ik ze zo lang niet intensief gebruikt had. We hadden voornamelijk gerookt en een nieuwe discussie opgestart (Was Jar Jar Binks wel of niet een schande voor het Star Wars Franchise?) en pas om half zes was Chris terug richting het zwembad vertrokken. Ik had moeten rennen om nog boodschappen te kunnen doen in de kleine supermarkt op het park, voordat deze zou sluiten. Er had een glimlach op mijn gezicht geplakt gezeten, totdat Zomer het onderwerp dood weer had opbracht.
‘Als ik erover nagedacht heb, laat ik het je wel weten,’ fluisterde ik. Zomer schoot met een ruk overeind. Haar gezicht stond nijdig.
‘Je hebt er toch nog wel over nagedacht?’ vroeg ze scherp.
‘Natuurlijk wel,’ zei ik zacht. Alleen niet doorlopend, voegde ik er in gedachten aan toe. Zomer schudde nijdig haar hoofd.
‘Ik dacht dat we een doel hadden toen we hier naartoe kwamen,’ snauwde ze. ‘Maar kennelijk ben je van gedachten veranderd. Je bent liever voor de rest van je leven een loser, dan er iets aan te doen.’
‘Ik heb iemand ontmoet,’ flapte ik eruit. Ze trok haar perfect geëpileerde wenkbrauwen op en haar blik moedigde me aan om door te gaan. ‘Een jongen. Chris. Ik ben niet verliefd op hem, maar hij is zo aardig. We praten veel en hij vind me niet raar om de dingen die ik zeg.’
‘Nee, hij doet alsof hij je niet raar vind,’ verbeterde Zomer me. ‘Iedereen vind dat. Waarom zou hij een uitzondering zijn?’
‘Jij gaat toch ook met me om,’ kaatste ik terug.
‘En ik heb er ook nooit een geheim van gemaakt dat ik je niet enorm apart in elkaar vind steken, of wel dan?’
‘Hij kan me toch ook apart vinden en nog steeds aardig?’
Zomer slaakte een diepe zucht, alsof ze iets simpels probeerde uit te leggen aan een kleuter die het maar niet wilde begrijpen. Waarom kon ze niet gewoon blij voor me zijn? Waarom moest ze alles altijd zo negatief uitleggen?
‘Nou, vertel maar. Wat is dit voor iemand? Hoe ziet hij eruit, wat zijn z’n hobby’s? De hele zooi.’ Zomer klonk oprecht geïnteresseerd. Verbaasd om deze omslag begon ik aan mijn verhaal. Ik legde extra veel nadruk op zijn gespierde uiterlijk, omdat ik wist dat ze dat waarschijnlijk het meest interessant zou vinden, en vertelde alles wat ik in korte tijd van hem te weten was gekomen. Dat hij van sporten hield, een indrukwekkende kennis had van films en tv-series en in het weekend graag naar de kroeg ging met zijn vrienden. Toen ik klaar was, had Zomer een trieste glimlach op haar gezicht.
‘Ach, lieverd toch.’ Ze schudde vol medelijden haar hoofd.
‘Wat?’ vroeg ik niet-begrijpend.
‘Een knappe, populaire, sociale jongen. En jij denkt dat zo iemand echt vrijwillig met jou omgaat?’ Wederom had ze het voor elkaar. Mijn binnenste veranderde langzaam in ijs. Ik kon haar niet eens meer aankijken en gooide de overgebleven kruimels van de croissant terug in de broodzak.
‘Waarom niet?’ fluisterde ik.
‘Omdat Chris waarschijnlijk een aardige jongen is en je niet al te hard wil afwijzen,’ zei Zomer. ‘Het is best lief wat hij doet, al helpt het jou natuurlijk niet. Jij krijgt onterecht het idee dat jullie vrienden kunnen zijn, maar de waarheid is dat hij niet kan wachten tot je gewoon oprot.’
‘Dat geloof ik niet. Zo is hij niet.’ Mijn stem trilde en de eerste tranen prikten achter mijn ogen.
‘Jawel, zo is iedereen. Dat weet je.’ Wanneer het op mijn gevoelens aankwam, had Zomer geen medelijden. Er waren momenten dat ik dat prettig vond, maar ook dagen waarop ik haar harde kritiek gewoon niet aankon. Omdat ik haar niet de voldoening wilde geven van mijn verdriet veegde ik snel de tranen uit mijn ogen en haalde mijn neus op. Zoals altijd zat er een punt van waarheid in wat ze zei. Chris zou heus niet de eerste zijn die maar gewoon deed alsof en waarschijnlijk ook niet de laatste.
Maar praten met hem voelde zo goed. Was ik echt zo naïef?
Zomer had mijn rugzak te pakken gekregen en graaide in het rond. ‘Zit hier nog eten in?’ Ik schudde mijn hoofd. Gefrustreerd smeet ze de rugzak weg. Het ding belandde met een zachte plof in het gras, een paar meter verderop.
Ik beet op mijn lip en keek er verslagen naar. Soms wilde ik met haar praten. Zeggen dat ze niet altijd van het ergste uit hoefde te gaan. Dat ze me ook eens kon laten genieten en me kon aanmoedigen. Dat ze niet zo met mijn spullen om hoefde te gaan. Maar Zomer kon zo overheersend zijn. Eén blik met die ijzige kleur ogen van haar en ik wist dat ik mijn mond moest houden. Ze was mijn beste vriendin en ze had het beste met me voor. Daar moest ik het maar mee doen.

‘Heb je nog gesneden?’ vroeg Zomer. Het klonk luchtig, alsof ze naar het weer informeerde.
‘Ja.’
‘Wanneer voor het laatst?’
‘Ongeveer twee weken geleden,’ gaf ik toe. Zomer trok haar wenkbrauw op.
‘Geen wonder dat je je van die rare ideeën in je hoofd haalt,' zei ze kribbig. Ik schoof ongemakkelijk heen en weer op de zachte bosgrond.
'Ja, nou. Er zijn nu constant andere mensen in de buurt. Ik heb de caravan niet meer voor mezelf, zoals je misschien weet.'
Zomer zwiepte haar blonde haar naar achter, krabbelde overeind en fatsoeneerde haar kleding. 'Dat zijn smoesjes, lieverd. Als je het echt had gewilt, dan had je het wel gedaan.'
'Wat ga je doen?' vroeg ik verbaasd.
'Naar huis,' zei Zomer, terwijl ze een blaadje uit haar perfecte kapsel trok. 'Bel me maar als je je weer herinnert wie het beste met je voor heeft.' Ik kreunde. Zomer had geen carriére in de uiterlijke verzoring moeten kiezen, in de showbizz zou ze het waarschijnlijk fantasisch hebben gedaan zonder ook maar moeite te doen. Ze was van zichzelf al één en al drama.
'Kom op,' ik dwong mezelf op te staan, 'Je weet dat ik het niet zo bedoel.' Maar Zomer schudde resoluut haar hoofd. Er was geen enkele emotie van haar gezicht af te lezen.
'Laat maar zitten, schat. Ik hoef maar met m'n vingers te knippen en ik heb iemand die zich wel volledig wil inzetten voor een vriendschap. Jij kan dat overduidelijk niet.' Ze had me nog beter een klap in mijn gezicht kunnen geven. Zelfs het schreeuwen en de ijskoude 'Zomer-blik' was me liever dan de afstand die er opeens tussen ons leek te zijn. Wederom had ik laten zien dat ik een vriendschap niet waard was, als ik haar zo makkelijk kon inruilen voor een jongen die niet eens oprechte bedoelingen had.
Ik greep haar bij haar arm. 'Sorry,' stotterde ik, 'niet weggaan. Alsjeblieft. Ik zal het beter doen.' Zomer schudde me achteloos van zich af, alsof ik een lastig vliegje was dat het in zijn hoofd had gehaald op haar lichaam te landen. Op haar hakken, die totaal niet voor deze omgeving gemaakt waren, zwalkte ze richting het bospad.
'Dat heb ik wel vaker gehoord,' riep ze over haar schouder, 'en kijk wat voor vooruitgang je boekt.' Mijn maag had zich inmiddels omgedraaid, mijn hart bonsde zo luid dat het de vogels weg had kunnen jagen. Was dit hoe ik mijn beste vriendin, mijn enige vriendin, verloor? Zou ik hierna weer helemaal alleen zijn? De gedachte was zo overweldigend dat ik kokhalsde.
'Ik doe het!' schreeuwde ik. Zomer bleef stokstijf staan en draaide zich langzaam om. Haar gezicht was nog altijd even expressieloos.
'Je doet wat?'
Ik plukte ongemakkelijk aan mijn t-shirt. 'Je weet wel. Wat je wilt. Snijden. Straks, als ik terug in de caravan ben.'
Zomer schudde haar hoofd. 'Dat is te laat. Je doet het nu.'
'Ik heb niets bij me.' Met een schok ging het door me heen dat ik inderdaad het blauwe boekje niet bij me had. Normaal sleepte ik het overal met me mee naartoe. Dit moest de eerste keer in jaren zijn dat ik het thuis had laten liggen.
Zomer zuchtte diep, graaide toen in haar zak en haalde er een aansteker uit.
'Er zijn meer manieren om jezelf pijn te doen,' zei ze triomfantelijk. Ik keek er twijfelend naar. Mijn maag draaide zich weer om, maar welke angst was groter? Een paar seconden van fysieke pijn van een brandwond, of de verlammende eenzaamheid als ik het niet deed?
Zomer zag mijn aarzeling en rolde met haar ogen. Ze liep naar me toe en trok haar mouw op.
'Het is niet eng,' zei ze vriendelijk, 'maar ik snap dat je moet wennen, omdat het de eerste keer is, dus ik zal het voor doen. Zie het maar als een teken van hoeveel ik van je hou.' Ze klikte met de aansteker, een hoge vlam schoot omhoog. Zonder ook maar te twijfelen hield ze het vuur onder haar onderarm. Ze schreeuwde niet, huilde niet, knipperde zelfs niet met haar ogen. Emotieloos keek ze toe hoe de vlam haar huid verschroeide. In de lucht hing de vage geur van verbrand vlees.
Vol afgrijzen keek ik ernaar.
'Stop!' jammerde ik. Zomer luisterde niet, ze leek wel in trance. Het was ondertussen gaan schemeren en het vuur leek extra op te lichten. Mijn borst ging hevig op en neer en ik hapte naar lucht. 'Hou op!' schreeuwde ik.
Zomer knipperde met haar ogen en klikte de aansteker uit. Ze keek gefascineerd naar de wond, die donkerrood zag en ongetwijfeld zou opzwellen tot een pijnlijke blaar. Maar als ze al iets van pijn voelde, dan liet ze dat niet merken. Sterker nog; ze glimlachte en bungelde de aansteker voor mijn gezicht.
'Jouw beurt.'
Ik haalde diep adem, pakte de aansteker aan en stroopte mijn mouw op, tot alles bereid om nooit meer alleen te zijn.


Reacties (5)

  • IrisThePiris

    Saai is het zeker niet... En lang is nooit verkeerd!
    En trouwens de karakters zijn ontzettend goed uitgewerkt... Zo goed, dat ik nu gewoon een hekel aan Zomer heb;)

    2 jaar geleden
  • aarsvogel

    Het verhaal is zeler niet saai, als lezer is het juist fijn om de voortgang zo te lezen.
    En alsjeblieft, laat Winter de volgende keer haar blauwe boekje met messen weer meenemen en die gebruiken om Zomer dood te steken. Alsjeblieft.

    2 jaar geleden
  • AMuppetOfAWoman

    Winter mag Zomer best eens een schop onder haar kont geven.
    Wat mij betreft mag ze Chris aanstellen als haar nieuwe beste vriend. Chris is leuk. Winter en Chris zijn leuk.

    En jij mag niet stoppen met jouw verhaal hoor! Alsjeblieft? Ik vind het zo'n tof verhaal en ik vind het zo ontzettend leuk wanneer je een nieuw hoofdstuk hebt geschreven.

    Liefs.

    2 jaar geleden
  • Teal

    Oh wauw, dat einde.... ik blijf vinden dat Zomer niet echt klinkt.. wie zou er zo in elkaar zitten om een te helpen zichzelf zo te verwoesten...

    Ik vind het juist wel fijn als de stukken wat langer zijn, heb je lekker veel te lezen:D

    2 jaar geleden
  • Frodo

    Jeeeezus wat een hoofdstuk. Ik haat Zomer, for real deze keer.
    En please ga verder met dit verhaal, ik word altijd blij als ik zie dat er een nieuw hoofdstukje is! Het is nog geen enkel moment saai geweest.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen