Image and video hosting by TinyPic" alt="Foto bij Chapter 12: Faciam Quodlibet Quod Necesse Est" style="max-width:100%; display:inline;" />

Vandaag is het honderd jaar geleden dat de eerste wereld oorlog voorbij is.
En om te voorkomen dat we een derde wereldoorlog hier ontketenen; Een nieuw hoofdstuk!

8:26 AM 24 March, Florida, Central North East Missouri, MO, U.S.A.

Langzaam open ik mijn ogen. Het duurt even voordat ik realiseer waar ik mij bevind, namelijk in mijn kamer op de boerderij. Als ik om mij heen kijk zie ik ditmaal geen spinnen in mijn kamer. Vluchtig werp ik een blik op de wekker op het kastje.

“08:26 AM”

‘Veel te vroeg voor een mens als mij om wakker te zijn.’ Zucht ik mompelend. Uit bed klimmend slenter ik naar mijn kast en pak het eerste en beste wat ik kan pakken. In dit geval is dat een zwart T-shirt met een paars symbool erop. De broek is een broek van de tijd dat ik nog wel eens in een spijkerbroek liep in verband met een missie of omdat het gewoon kon. Later ben ik toch maar overgestapt op broeken die beter samengaan met mijn werk. Het is namelijk niet zo comfortabel om in een spijkerbroek een parcours af te moeten leggen of om te vechten met een spijkerbroek aan. Vertrouw me, ik spreek uit ervaring.

Wanneer ik beneden kom geeft mijn mobiel aan dat het 8:31 is. In de woonkamer is niemand te bekennen. Ook in de keuken is mijn favoriete detective niet. In de woonkamer staan nog wel allemaal spullen van hem, dus vertrokken terug naar London is hij niet. Schouderophalend loop ik de keuken in om voor mijzelf een kop koffie te zetten. Naast het koffiezetapparaat staat een pot thee, die nog voor ongeveer een derde vol is. Glimlachend maak ik mijn pot thee en loop ik naar buiten. Met een zucht plof ik neer op een van de stoelen en geniet van het uitzicht. Uit mijn ooghoek zie ik plotseling de handdoek bewegen. Snel draai ik me in de richting van waar iets bewoog. Oftewel de hangmat en zie tot mijn verbazing Sherlock daar liggen.
‘Dit is een aanblik dat ik nooit dacht te zullen zien.’ Constateer ik terwijl ik naast de hangmat op de grond ga zitten. Als antwoord klinkt er door de stilte zachtjes gelach van Sherlock.

4:53 PM 27 September, Florida, Central North East Missouri, MO, U.S.A.

De maanden waren voorbijgevlogen. Sherlock was meerdere keren teruggegaan naar London en had twee keer John mee terug genomen. De laatste keer dat Sherlock vertrok, in verband met familieomstandigheden, bleef John hierachter. Waarom hij achter bleef weet ik niet. Misschien dat het kwam omdat ik nog steeds een emotioneel wrak ben en ze bang zijn dat ik, de dagen dat zij weg zijn, non-stop jankt. Wat by the way niet het geval is, voor hen die dachten van wel. Ik had ook totaal niet vlak daarvoor iemand in de supermarkt aangezien voor Clint, of een kloon van Clint. En een hele scene getrapt waarbij ik de gast, die ik voor Clint aanzag, van bovenaf had aangevallen en een mes op zijn keel gedouwd. Het duurde ook even voordat ik dan ook weg mocht, en het heeft John aardig wat gediscussieer opgeleverd met de werknemers van Walmart. Hij was uiteindelijk maar gegaan met dat ik PTSD heb na een lange uitzending naar het buitenland. Wat niet eens zo onjuist is.
In ieder geval lieten die twee mij liever niet meer alleen achter op plaatsen dat niet onderdeel was van het gebied bij mijn huis. Hun geluk dan ook dat ik redelijk ver van de bewoonde wereld zat. Toch leek het ze blijkbaar verstandiger dat een van hen hier zou blijven. Uiteindelijk was John toch ook vertrokken naar London. Iets in verband met een East Wind die er aan kwam. Geen idee wat daar mee bedoeld werd.

Maar om een lang verhaal kort te maken. Momenteel is het september, de boys zitten weer in London en ik zit hier, in de hangmat, met al mijn koeien op een boerderij te genieten van de stilte. Iets wat in mijn geval best wel makkelijk te regelen is. Simpelweg door een gehoorapparaat uitzetten.

6:27 PM 27 September, Stark Tower, 200 Park Avenue, New York City, NY, , U.S.A.

Ik loop een van de laboratoria binnen opzoek naar Tony. Bucky heeft de laatste tijd nogal wat problemen met zijn arm en het zou enorm helpen als Tony er iets aan kan doen. Tot nu toe heeft de zoektocht nog niks opgeleverd, maar ik heb hoop dat ik Tony in deze ruimte aan zal treffen. Dit lab zit verder weg van al het andere. Zelfs mensen als Stark hebben hun rust soms nodig. Mijn gevoel blijkt juist te zijn wanneer ik door het raam kijk en Tony gebogen over een van de tafels zie hangen. In een paar grote stappen ben ik bij de deur van het lab en open die.
‘Stark.’
‘Capsicle.’
‘Ik heb je hulp nodig.’ Stark kijkt niet op van waar hij mee bezig is.
‘Wist jij dit?’ vraagt Tony ineens. Verbaasd kijk ik hem aan.
‘Wist ik wat?’ Vraag ik hem verwart.
‘Dit.’ Hij projecteert iets op het scherm naast hem. Snel loop ik naar het scherm en lees wat er op staat. Wanneer ik klaar ben met lezen kijk ik Tony verbaast aan.
‘Dit is niet waar. Je zit me te grappen.’ Het blik in Tony zijn ogen vertelt mij wat anders.

7:18 PM 27 September, Florida, Central North East Missouri, MO, U.S.A.

Helaas is de stilte maar van korte duur, want voor ik het weet rijd er een zwarte SUV op volle sneltreinvaart mijn oprit op. Daar moet wel bij vermeld worden dat de oprit bijna een kilometer lang is, dus je ziet mensen al van verre aankomen. De auto komt alleen wel steeds dichterbij dus veel tijd om iets te doen heb ik niet. Zo snel als ik kan, want niet echt supersnel is momenteel, ren ik van de hangmat naar het opberghok op het terras. Ik draai het slot open en trek aan het deksel. Twee seconden later heb ik een boog in mijn hand en gooi ik de pijlenkoker en een rugzak over mijn schouder heen.

Vluchtig kijk ik om me heen en weeg mijn opties af. Ik heb de SUV aan zien komen, maar hebben zij míj gezien? Als dat niet het geval is dan is het nogal idioot om mezelf te laten zien aan ze. Maar anders kan het wat brokstukken voorkomen. Zoals een kapotgeschoten huis of in ieder geval overhoopgehaalde kamers.
Uiteindelijk kies ik ervoor om het zekere voor het onzekere te nemen en neem een aanloop naar de muur. Ik probeer tegen de muur op te rennen, maar aangezien ik al een jaar of wat geen missies meer heb uitgevoerd zijn mijn freestyle skills een beetje verslechterd. Oftewel ik val met een plof weer op de grond. Snel sta ik op en gooi de boog op het dak. Vervolgens neem ik nog een keer een aanloop en ren tegen de muur op. Terwijl ik ertegen opren grijp ik met mijn handen naar de rand. Vlak voordat ik mijn hoogtepunt bereik en weer val, voel ik mijn handen de rand vastgrijpen. Vlug klauter ik omhoog tot ik op de railling sta en pak de boog op. Voetje voor voetje verschuif ik me opzij, de boog gebruikend voor mijn evenwicht, tot ik aan de zijkant kom en klauter dan verder omhoog tot ik de bovenste verdieping van het huis ben gepasseerd en op het hoogste gedeelte van het dak ben. In de tussentijd is de SUV bijna voor het huis. Snel duik ik achter de schoorsteen en pak een pijl uit de koker en span deze op de boog. Voorzichtig beweeg ik mij een stukje om de schoorsteen heen om te zien wat er gebeurd.

De SUV stopt met piepende remmen voor het huis. Het duurt een paar seconden voor er iets gebeurd. Dankzij de geblindeerde ramen is er niet veel te zien van wat er in de auto gebeurt.
Totdat plotseling een van de deuren opengaat. Uit de auto stapt een persoon met iets wat er uit ziet als een automatisch geweer. Zeker weet ik het niet, maar kijkend naar de grote van dat ding is het in ieder geval een wapen dat veel in een korte tijd kan doen. De man verschuilt zich achter de deur, maar richt het geweer op het dak.
Aan de andere kant van de auto gaat ook een deur open. Ook hier komt een man tevoorschijn. Beide mannen dragen dezelfde kleding. Ik probeer het logo te zien dat ze op hun kleding dragen te zien, maar de klap van 2 jaar geleden zorgt er nog steeds voor dat ik niet altijd goed zie. Uit mijn ooghoek zie ik een van de mannen zich terug in de auto bewegen. Niet veel later komt hij weer tevoorschijn, met een megafoon? Wie komt er nou met zowel een geweer als een megafoon naar een, wat dit ook mag zijn? Door de megafoon vragen ze of ik naar beneden zou willen komen omdat ze met me willen praten.

‘Als jullie mij eerst vertellen wie jullie zijn.’ roep ik terug. ‘En als het antwoord mij niet aanstaat.’ Dreig ik er achteraan. Om mijn dreigement kracht bij te zetten richt ik een pijl die voor de auto land.
Het blijft stil.
‘Nou, komt er nog wat van?’ Zucht ik ongeduldig. Wachtend op een antwoord leg ik een nieuwe pijl aan.
‘S.H.I.E.L.D.’ Verschrikt kijk ik op. ‘Wij zijn agenten van S.H.I.E.L.D.’
‘Nee! Nee dat kan niet.’ De mannen kijken mij aan met een blik waar naast verwarring geen emotie in is te zien. ‘S.H.I.E.L.D. bestaat niet meer. S.H.I.E.L.D. is overgenomen door HYDRA. Iets wat jullie dus agenten van HYDRA maakt.’ Al schreeuwend druk ik een van de knoppen op mijn boog in met als gevolg dat de pijl explodeert. Niet zo’n grote, dramatische filmexplosie. Gewoon een kleintje. Langzaam verandert de rook van de explosie in een steeds grotere grijze dikke wolk. Deze verspreidt zich rond de auto.
Het enige geluid dat nu nog klinkt, naast de koeien en de wind, is het gehoest van de mannen. Maar ik schenk er geen aandacht aan. Rennend naar de rand van het dak schiet ik nog een pijl of om vervolgens van het dak naar de grond te sliden. Achter mij hoor ik piepende banden en voor één seconde kijk ik om en zie ik de SUV om het huis heen rijden. Ik probeer nog sneller te rennen dan ik al deed. Ik glimlach wanneer ik zie dat ik een raam open heb laten staan. Met een mooie duik, al zeg ik het zelf, duik ik door het raam. Na een rol te maken om mijn val te breken, krabbel ik overeind en sluit ik het raam. Ongeveer 5 seconden later hoor ik een dreun en gevloek. Dat zal de SUV zijn geweest die dacht dat de schuur van hout was en ze zo eventjes door de deur konden rijden. Zoals dat altijd in films is te zien. Maar ik reageer niet op het gevloek. Nee in plaats daarvan ren ik richting mijn motor die even verderop in de schuur staat gestald. Steve zou zo jaloers zijn op deze motor, denk ik glimlachend in mezelf.

Terwijl ik de motor start kijk ik nog eens naar de deur, maar daar is nog geen beweging te zien. Geluid klinkt er wel achter de deur. Voornamelijk gehoest en gevloek. Voordat ik mezelf overhaal om nog een keer achterom te kijken trap ik het gas in. Wat ik niet had moeten doen. Althans niet moeten doen als ik de andere deur, aan de andere kant van de schuur, nog dicht heb zitten. Gauw rem ik en kom gelukkig voor de deur tot stilstand. Snel open ik de deur en stap weer op de motor, maar het verrassingseffect is weg. De SUV klinkt namelijk alsof hij weer op gestart wordt. Terwijl ik weg rij kijk ik achterom en zie dat ik inderdaad weer achtervolgd word. Ditmaal door een iet wat meer gehavende auto met overduidelijk mensen die een iets slechter zicht hebben. Meer tijd besteed ik niet aan achterom kijken. Al rijdend bedenk ik hoe ik ga rijden. Uiteindelijk kiezend voor het weiland in de hoop dat de SUV daar meer moeite mee heeft om te rijden dan over de weg. Wat mijn achtervolgers, hopelijk, niet weten is dat er even verderop een rivier ligt en als je die volgt je in een zeer korte tijd in een dicht bos bevindt. Mijn plan is om daar heen te gaan en te hopen dat ze mij met de SUV niet meer kunnen achtervolgen.
Plotseling voel ik iets langs mij schieten. Snel kijk ik achterom en zie ik een van de mannen half uit de auto hangen. In zijn hand zit, overduidelijk, een geweer.
‘Fantastisch.’ Mompel ik sarcastisch tegen mezelf. ‘We hadden het nog niet moeilijk genoeg.’ Om te voorkomen dat ik neergeschoten ga worden begin ik zigzaggend richting het bos te racen.
Er begint iets te trillen in mijn broekzak. Met mijn rechterhand laat ik het stuur los en haal mijn mobiel uit mijn broekzak. Op het scherm staat een falende foto van niemand minder Agent Phil Coulson

7:57 PM 27 September, Florida, Central North East Missouri, MO, U.S.A.

‘Neem op verdomme.’ Vloekend kijk ik naar mijn mobiel. Waarom nemen mensen altijd niet op wanneer het nodig. Het lijkt er wel op alsof elk belangrijk telefoontje dat in verbandstaat met leven en dood automatisch niet opgenomen wordt.
‘Celeste speaking leave a message after the beep. if this is you Tony fuck off, I’m not joining you. No Clint, I’m not gonna help you get away with whatever crap you just pulled. Yes Nat, I’m still on for drinks Friday. ‘Klinkt de stem van Celeste door mijn crappy telefoonluidspreker. Met een lage piep hang ik de telefoon op. Eventjes slik ik. Celeste had in de afgelopen jaren geen een keer haar voicemail veranderd. Wat resulteerde in een confrontatie met het verleden. Ik haal diep adem en bel Celeste opnieuw. In stilte wacht ik af.

8:01 PM 27 September, Florida, Central North East Missouri, MO, U.S.A.

Opnieuw trilt mijn mobiel, weer kijk ik in stilte naar het scherm. Niet dat stilte het goede woord is wanneer je op een motor aan het vluchten bent voor SUV’s.
Ik weeg mijn opties af. Als ik opneem kan Coulson mij tracken en heb ik binnen no-time SHIELD voor mijn neus staan. Iets waar ik geen behoefte aan heb. Anderzijds kan het zijn dat Coulson nuttige informatie heeft. Ik schud mijn hoofd. ‘Nee dat kan niet. Waar zou hij überhaupt informatie over kunnen hebben waar ik geïnteresseerd in ben.’ Vraag ik aan mezelf. ‘Fuck it.’ Mompel ik zachtjes terwijl ik mijn vinger over het scherm veeg en opneem.
‘Wat moet je Coulson? Het is verdomme mijn rust dag. Ik werk niet.’ Vraag ik ongeduldig terwijl ik harder op het pedaal trap van de motor. ‘Want ik kan geen reden bedenken waarom je me na een paar jaar ineens gaat bellen.’ Vloek ik door de telefoon.
Aan de andere kant van de lijn klinkt een zucht. Ik grijns voor een paar seconde, maar mijn gezicht veranderd snel weer terug.
‘Komt er nog wat van Coulson? Want ik ben nogal druk en als je niks te zeggen heb kan ik mijn hand wel voor wat nuttigere dingen gebruiken dan een mobieltje vast te houden.’ Ik kijk achter mij en zie dat de SUV niet dichter bij is gekomen, maar ook niet meer afstand heeft. ‘Shit.’ Ik kijk naar de rivier, waar ik nu parallel langs rij. In de verte kan ik het bos al zien liggen. Mijn geduld begint kwijt te raken wanneer er nog een zucht klink. Net als ik wil ophangen hoor ik Coulson wat zeggen. Nu ben ik degene die zucht. Waarom gaan mensen altijd praten wanneer je er klaar mee bent.

‘We hebben Clint gevonden.’ Van verbazing vergeet ik vooruit te kijken en weet mij zelf in de rivier te lanceren. Op wonderbaarlijke wijze weet ik het mobieltje uit het water te houden. Mijzelf helaas niet. Vloekend ren ik naar mijn motor, die iets verder in de rivier ligt. Overeind krijgen lukt niet, het voorwiel heeft zich diep in de grond vast geboord ‘Alsof mijn dag nog erger kon worden.’ Ik kijk naar de SUV die nu wel een stuk dichter bij is gekomen. Al rennend breng ik mijn telefoon weer naar mijn oor.

‘Shut the hell your mouth!’ scheld ik. ‘Waar is hij? Hoe lang is het al bekend bij jullie? Wat is er met hem gebeurt? Hoe heeft hij het overleeft?’ Al rennend blijf ik vragen.
‘Ik leg het je allemaal zo uit. Als je nou even stil blijft staan zodat ik je kan verstaan.’ Vraagt Coulson, niet begrijpend welke situatie ik mij in bevind.
‘Hoe graag ik dat ook voor je zou doen Coulson, kan ik dat momenteel niet doen. Ik word namelijk achterna gezeten door een stelletje apen met geweren.’ Schreeuw ik in de telefoon. Als hij mij nu nog niet kan verstaan. ‘Ze zeggen van SHIELD te zijn.’
Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn.
‘Dat zeggen ze omdat ze dat zijn Celeste.’ Coulson zijn stem klinkt plotseling erg moe. ‘Hoe kan ik dat zeker weten?’ Vraag ik hem met wantrouwen.
‘OMDAT IK IN DE SUV ZIT. VERDOMME. Kan je nu eindelijk stoppen met wegrennen?’
‘Oh.’

Ik stop met rennen en wordt al snel ingehaald door de SUV, die met piepende remmen voor mij stopt. Een van de deuren van de SUV gaat open en eruit stapt niemand minder dan Phil Coulson.
Hij kijkt even in het rond en werpt dan zijn blik naar mij. Zijn gezicht spreekt boekdelen. Iemand is niet helemaal blij met mij. Ik geef hem een awkward glimlach en wijs naar de motor.
‘Enige kans dat iemand mij wilt helpen met die motor terug te krijgen.’ Coulson kijkt me kwaad aan. Ik steek mijn handen in de lucht alsof ik mij overgeef en loop richting Coulson. Voorzichtig steek ik mijn hand uit, niet wetend of hij hem aanneemt of hem eraf hakt uit woede. Tot mijn opluchting pakt hij mijn hand vast. Tot mijn verbazing trekt hij mij naar zich toe en geeft mij een knuffel.
Wanneer hij na twee minuten nog niet loslaat begin ik langzaam Coulson een duwtje te geven, maar er is geen beweging in de man te krijgen.
‘Ehm, Coulson? Ik denk dat dit wel lang genoeg is.’ Ik krijg geen antwoord van hem. Zuchtend kijk ik naar een van de mannen die bij de auto staat. De man haalt zijn schouders op. Nuttig groepje mensen denk ik in mezelf. Kunnen hun mond niet eens opentrekken.
‘Okay Coulson let me go now or I’ll hit you.’ Dat blijkt door te komen tot Coulson zijn versnipperde hersenen, want hij laat los en neemt een stap naar achteren. Met een doordringend blik blijft hij mij aanstaren.

‘En jij vraagt je af waarom je nog single bent.’ Zeg ik lachend om de spanning een beetje af te laten nemen. Voorzichtig gaan de hoeken van Coulson zijn mond een klein beetje omhoog. Er moet goed gekeken worden om het te zien. Als je hem niet kent zou het je niet opvallen, maar Coulson glimlacht lichtelijk.
‘Maar terugkomend op waar we het op de telefoon over hadden.’ Begin ik. ‘Waar is die stubborn pain in the ass?’
‘Op een veilige locatie.’
‘Veilige locatie?’
‘Ja.’
‘Coulson wanneer is iets ooit een veilige locatie geweest wanneer Clint er aanwezig is?’
Als antwoord krijg ik een diepe zucht.
‘Waarom word ik altijd opgezadeld met jullie twee?’ zucht hij tegen niemand in het bijzonder.

8:34 AM 29 September, Morgantown, WV, U.S.A.

Er schijnt iets in mijn ogen. Voorzichtig open ik ze en knipper een paar keer. Ik voel iets in mijn nek steken. Blijkbaar was ik in slaapgevallen in de SUV waar we mee vertrokken waren uit Missouri.
Achter het stuur zit Coulson, zonnebril op en zijn blik op de weg gericht. Ik probeer wat te zegen, maar uit mijn keel komt een geluid dat meer op een stervende walvis lijkt.
‘Good morning sunshine.’
Ik grom iets terug naar hem in de trant van dat het zo jammer is dat de assassin’s weer gefaalt hebben.
‘Nou jij bent ook weer te genieten.’ Grinnikt Coulson naar me.
‘Hoe lang moet je wakker zijn om je eerste nap te nemen?’ Vraag ik terwijl ik de slaap uit mijn ogen aan het wrijven ben.
Terwijl we rijden zie ik een bord met Starbucks verschijnen. Snel tik ik Coulson aan en wijs naar het bord.
‘We zijn er bijna, kan je niet even wachten met je koffie?’
‘Als jij levend aan wilt komen dan geef je mij koffie.’ Met een diepe zucht zet Coulson het knipperlicht aan en neemt de afrit. Ik geef hem een glimlach.

-Eventjes Later-

‘Clint en jij hebben echt een probleem met cafeïne.’ Slaakt Coulson met een diepe zucht terwijl we beide met een beker koffie naar de SUV lopen.
‘Ik heb geen probleem met cafeïne, Coulson. Ik heb problemen zonder cafeïne.’
Zonder Coulson aan te kijken weet ik dat hij met zijn ogen draait.
‘Eigenlijk heb ik gewoon een OCD.’ Coulson trekt een wenkbrauw op terwijl we de SUV instappen.
‘Obsessive Coffee Disorder.’ Hij kijkt mij aan alsof hij hoopt dat ik ter plekke door een meteoriet geraakt ga worden. Grijnzend neem ik een slok van de koffie, genietend van de kwaliteit ervan.

11:18 AM 29 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Het is bijna drie uur later wanneer we bij de plaats van bestemming aankomen. Mede dankzij Coulson die zo stronteigenwijs was om via Columbus te rijden in plaats van een meer zuidelijke route. Dit had als resultaat dat we minstens een uur in de file daar hebben gestaan.

Het eerste wat mij opvalt aan het huis waar we zijn is dat het er doodnormaal uitziet. Als in niks valt op. Geen opvallend kleur gebruik, geen bijzondere voertuigen op de oprit. Het enige wat wel opvalt is de muziek die uit het huis komt.
Coulson loopt voor mij uit richting de deur. Bij de deur aangekomen haalt hij een sleutel uit een van de zakken van zijn jack en steekt deze in het slot. Voordat hij de sleutel omdraait kijkt hij me aan.
‘Oké Celeste, je moet weten dat Clint door heel wat heen is gegaan. Geef hem tijd met vertellen. Dring niet aan als het duidelijk is dat hij er niet goed op reageert.’ Ik knik donders goed wetend wat hij bedoeld. Hij draait de sleutel om en de deur gaat met een beetje gekraak open. Hij gebaart naar me om eerst naar binnen te gaan.
‘Ik volg je zo meteen, moet eerst nog een telefoontje plegen.’ Stilletjes loop ik door de hal, alles wat ik tegenkom in mij opnemend. Het lijkt echt op een verblijf waar Clint in woont. Overal liggen spullen en op de randomste plekken liggen pijlen. Er is een deur naar een slaapkamer, een trap naar boven en een deur die waarschijnlijk naar een woonkamer leidt. Voorzichtig loop ik verder, richting de muziek die steeds harder klinkt. Ik betrap mijzelf op het mee neuriën van het liedje en ik realiseer mij dat ik het lied ken. Fall Out Boy’s ‘The kids aren’t alright’.

Geruisloos open ik de deur. Het eerste wat ik zie is een bank met een tv. Niets bijzonders. Links zit een boog, dienend als doorgang naar de keuken. In de keuken staat een tafel en op het aanrecht staat een koffiezetapparaat. Clint is nergens te bekennen. Ik loop terug naar de woonkamer en neem de deur die zich daar bevindt. De deur leidt naar een hal. In de hal lijkt de muziek van links te komen, dus ik open voorzichtig de deur. In de kamer zie ik een kast met daaraan een hangmat vastgemaakt. Maar wat meer opvalt is de man die er iets voorstaat en hard mee blèrt. Ik glimlach, want voor mij staat niemand minder dan Clint Francis Barton, birdboy. Mijn glimlach vervaagt snel wanneer ik zie hoe mager en bleek hij er vanaf hier uitziet.
Hij lijkt mij niet door te hebben aangezien hij door blijft darten en mee blijft zingen met de muziek.

And in the end
I'd do it all again
I think you're my best friend
Don't you know that the kids aren't all, kids aren't alright
I'll be yours
When it rains it pours
Stay thirsty like before
Don't you know that the kids aren't all, kids aren't alright


‘Have we ever been?’ vraag ik Clint. Nog voordat ik iets kan doen vliegt er een dartpijl vlak langs mijn gezicht.
‘Jeez thanks bro.’ Ook een manier om begroet te worden.
‘Celeste?’ Klinkt zijn stem twijfelend. ‘Ben jij dat?’ Hij draait zich om en ik schrik van wat ik zie.
Hij is niet alleen heel bleek en mager, maar zijn gezicht zit onder de blauwe plekken en wonden. Zijn linkeroog zit gedeeltelijk dicht. Langs zijn nek loopt een diepe, gehechte snee. En dan spreken we nog niet over de rest van hem.
‘Ja, ik ben het Clint.’ Sein ik naar hem. Voorzichtig zet ik een paar stappen zijn richting op. Hij kijkt mij aan met een angstig blik, maar doet niks om mij tegen te houden.
‘It’s okay Clint. I’m not gonna hurt you.’ Sein ik. Hij knikt. Zijn houding is anders dan de Clint die ik kende. Zijn schouders hangen, zijn blik is constant naar de grond gericht en hij is stil.
Ik loop nog dichter naar hem toe totdat ik voor hem sta. Ik wil weer gaan seinen, maar daar krijg ik de kans niet voor. Clint grijpt mij vast en geeft mij de langste knuffel in de geschiedenis van knuffels. Ik voel hoe zijn lichaam trilt en ik weet dat hij moet huilen, maar ik heb geen idee wat ik er aan kan doen. Dus ik grijp hem net zo stevig vast en zeg zachtjes dat het goed komt.

Wanneer hij na een paar minuten los laat zie ik de sporen van tranen nog op zijn gezicht. Hij probeert ze weg te vegen, maar het bewijs blijft aanwezig.
‘Ik heb je gemist Celeste.’
‘Ik heb jou ook gemist birdboy. Ik verwacht niet van je dat je me alles, nu, vertelt. Maar weet dat ik er ben om naar je te luisteren en ik zal alles doen wat in mijn macht ligt om je te helpen.’ Mompel ik seinend terug.
‘Dankjewel.’ Hij geeft mij nog een knuffel, deze duurt korter dan de vorige, maar heeft evenveel emotie erin zitten.
‘Niet om het moment hier te verbreken, maar ik kan echt een goede kop koffie gebruiken na zo’n lange rit met Coulson.’ Sein en zeg ik terwijl ik een stap nar achter doe.
Clint glimlacht en seint ‘wacht even’, loopt de kamer uit en komt terug met twee koppen koffie.

We ploffen neer op de bank voor de PlayStation. Een paar minuten lang praten we niet en genieten we gewoon van onze koffie.
Ik voel hoe Clint mijn schouder aantikt en draai mijn hoofd naar hem. Hij trekt een wenkbrauw omhoog en seint naar me of alles goed met mij is.
‘Schade van een gescheurde trommelvlies.’ Sein ik terug.
‘Heb je geen hearing aid?’
‘Jawel, maar hij staat nog uit van toen Coulson mee zat te zingen met de radio.’ Clint begint te lachen en ik glimlach. Het is goed om hem te zien glimlachen. Om hem te zien zoals hij er nu uitziet doet pijn in mijn hart, maar wetend dat hij zijn humor nog heeft zorgt dat ik mij iets beter over hem voel.
‘Wat is er met je gebeurt?’ Vraagt Clint wijzend naar mijn gezicht. Ik vertel hem van alles wat er gebeurt is de afgelopen jaar. Het stuk over zijn kloon vertel ik niet. Dat zou waarschijnlijk niet zo goed vallen. Ik laat Clint al zijn vragen stellen en probeer ze zoveel mogelijk te beantwoorden. Naar zijn jaren vraag ik niet. Wetend dat hij mij dat allemaal op zijn eigen gemak moet vertellen. Het is duidelijk dat wat hem is overkomen hem veranderd heeft en een indruk op hem heeft achter gelaten.

Plotseling horen Clint en ik beide luidt gestommel. Clint en ik duiken alle twee naar de grond, verscholen achter de bank. Hij haalt twee vuurwapens tevoorschijn. Een daarvan geeft hij aan mij. Allebei verschuilen we ons achter de bank.
Ineens klinkt er een stem. Voorzichtig kijk ik om de bank heen, mijn wapen gericht op de deur. Tot mijn opluchting zie Coulson staan. Ik sta met wat moeite op en gebaar naar Clint dat hij ook tevoorschijn kan komen. Coulson is iets aan het vertellen, maar ik heb alleen geen idee van wat hij zegt. Zijn lippen bewegen en ik hoor zacht gemompel. Dan realiseer ik mij dat mijn gehoorapparaat nog steeds uit staat. Ik gebaar naar Coulson om zichzelf nog eens te herhalen.
‘Ik zei: Wat zijn jullie stil, man. Ik vroeg me af of jullie nog leefden zo stil was het hier. Afgezien van de muziek that is. Jezus wat staat die hard.’ Zegt en seint Coulson naar ons. Hij is een van de weinige van SHIELD die de tijd had genomen om ASL te leren om met Clint te praten wanneer die geen gehoorapparaat bij zich had. Daarnaast had het ook zo zijn nut bij missies wanneer er iets doorgegeven moest worden zonder dat iemand het mocht horen.
Clint en ik kijken elkaar. Het valt mij op hoe hij in de afgelopen minuten dat ik hier ben hij er al iets minder bleek uitziet.
‘Maar goed dat terzijde. Wie heeft er trek in pizza?’
Clint zijn ogen lichten op zodra het woord pizza voorbij komt. Eventjes lach ik, die man veranderd op sommige punten echt nooit, wat ergs hem ook overkomt.
‘Moet je dat nog steeds vragen Coulson. Je kent ons toch langer dan vandaag?’ Vraagt Clint retorisch.
‘Je weet het nooit met jullie twee. Er is altijd wel iets.’ Grapt Coulson terug. ‘Maar goed als jullie opschrijven wat jullie willen dan haal ik het wel. Moet toch nog wat dingetjes regelen.’
We schrijven alle drie op een lijstje op wat we willen hebben en Coulson gaat het halen. Na driekwartier keert hij terug met een andere auto en andere kleding aan. Daarnaast had hij een tas vol met kleding van mij en met mijn belangrijkste spullen die nog in Missouri lagen.
Terwijl Coulson mij mijn spullen geeft realiseer ik mij dat ik mijn koeien zomaar heb achter gelaten.
‘Shit.’ Vloek ik hardop. ‘mijn koeien.’
‘Language.’




Reacties (1)

  • Hyacintho

    Mijn reactie voor dit hoofdstuk kan maar op één manier uitgedrukt worden:


    Maar om het toch in woorden te zetten:
    Okay dus de titel is 'I'll do whatever it takes'. Is dat een verwijzing naar Imagine Dragons?
    “08:26 AM” ‘Veel te vroeg voor een mens als mij om wakker te zijn.’ Zucht ik mompelend.

    Inderdaad.
    In dit geval is dat een zwart T-shirt met een paars symbool erop.

    Hawkeye symbool?
    Oftewel de hangmat en zie tot mijn verbazing Sherlock daar liggen.

    <3
    De laatste keer dat Sherlock vertrok, in verband met familieomstandigheden, bleef John hierachter.

    Verwijzing naar dat hele Euros gedoe van season 4?
    Ik had ook totaal niet vlak daarvoor iemand in de supermarkt aangezien voor Clint, of een kloon van Clint. En een hele scene getrapt waarbij ik de gast, die ik voor Clint aanzag, van bovenaf had aangevallen en een mes op zijn keel gedouwd. Het duurde ook even voordat ik dan ook weg mocht, en het heeft John aardig wat gediscussieer opgeleverd met de werknemers van Walmart. Hij was uiteindelijk maar gegaan met dat ik PTSD heb na een lange uitzending naar het buitenland. Wat niet eens zo onjuist is.

    ):
    Iets in verband met een East Wind die er aan kwam.

    Ah zie je wel, dus dit is Euros. Maar wat was dat andere dan?
    Iets wat in mijn geval best wel makkelijk te regelen is. Simpelweg door een gehoorapparaat uitzetten.

    Elk nadeel heeft zijn voordeel.
    Ik loop een van de laboratoria binnen opzoek naar Tony. Bucky heeft de laatste tijd nogal wat problemen met zijn arm en het zou enorm helpen als Tony er iets aan kan doen.

    Alle liefde voor Tony, maar dan kan je beter naar Wakanda en Shuri gaan.
    ‘Dit.’ Hij projecteert iets op het scherm naast hem. Snel loop ik naar het scherm en lees wat er op staat. Wanneer ik klaar ben met lezen kijk ik Tony verbaast aan.
    ‘Dit is niet waar. Je zit me te grappen.’ Het blik in Tony zijn ogen vertelt mij wat anders.

    Wat is het?? Dat Clint nog leeft?? Waar Celeste zit??
    Helaas is de stilte maar van korte duur, want voor ik het weet rijd er een zwarte SUV op volle sneltreinvaart mijn oprit op. Daar moet wel bij vermeld worden dat de oprit bijna een kilometer lang is, dus je ziet mensen al van verre aankomen.

    Ik weet eigenlijk nog steeds niet waar ze de boerderij en het land vandaan heeft gehaald. Of heb ik dat ergens gemist?
    Vervolgens neem ik nog een keer een aanloop en ren tegen de muur op. Terwijl ik ertegen opren grijp ik met mijn handen naar de rand. Vlak voordat ik mijn hoogtepunt bereik en weer val, voel ik mijn handen de rand vastgrijpen. Vlug klauter ik omhoog tot ik op de railling sta en pak de boog op.

    Badass.
    Om mijn dreigement kracht bij te zetten richt ik een pijl die voor de auto.

    Volgens mij mist hier nog een deel?
    Al schreeuwend druk ik een van de knoppen op mijn boog in met als gevolg dat de pijl explodeert.

    Badass!
    Nee in plaats daarvan ren ik richting mijn motor die even verderop in de schuur staat gestald. Steve zou zo jaloers zijn op deze motor, denk ik glimlachend in mezelf.

    Nice!
    Plotseling voel ik iets langs mij schieten. Snel kijk ik achterom en zie ik een van de mannen half uit de auto hangen. In zijn hand zit, overduidelijk, een geweer.

    Oh oh.
    Er begint iets te trillen in mijn broekzak. Met mijn rechterhand laat ik het stuur los en haal mijn mobiel uit mijn broekzak. Op het scherm staat een falende foto van niemand minder Agent Phil Coulson

    Surprise! Maar als Coulson in die SUV zit te bellen, zou het dan niet handiger zijn dat ie de megafoon gebruikt en daarmee gelijk duidelijk maakt dat de agenten te vertrouwen zijn? Weet Celeste ook weer waar ze aan toe is.
    ‘We hebben Clint gevonden.’ Van verbazing vergeet ik vooruit te kijken en weet mij zelf in de rivier te lanceren.

    !!!! Surprise 2.0
    [‘OMDAT IK IN DE SUV ZIT. VERDOMME. Kan je nu eindelijk stoppen met wegrennen?’
    ‘Oh.’/quote]
    Lol dit vond ik wel komisch. Waarom schoten ze uberhaupt naar Celeste als ze van dezelfde kant zijn? Trouwens ik vond deze action sequence best wel goed beschreven, well done!
    Tot mijn verbazing trekt hij mij naar zich toe en geeft mij een knuffel.
    Wanneer hij na twee minuten nog niet loslaat begin ik langzaam Coulson een duwtje te geven, maar er is geen beweging in de man te krijgen.

    <3
    ‘Ik heb geen probleem met cafeïne, Coulson. Ik heb problemen zonder cafeïne.’

    Mood.
    Ik betrap mijzelf op het mee neuriën van het liedje en ik realiseer mij dat ik het lied ken. Fall Out Boy’s ‘The kids aren’t alright’.

    Nice!
    Links zit een boog, dienend als doorgang naar de keuken.

    Ik dacht eerst even dat dit letterlijk een boog is, als in een pijl-en-boog.
    Ik glimlach, want voor mij staat niemand minder dan Clint Francis Barton, birdboy. Mijn glimlach vervaagt snel wanneer ik zie hoe mager en bleek hij er vanaf hier uitziet.

    Eerst <3 en toen ):
    Clint grijpt mij vast en geeft mij de langste knuffel in de geschiedenis van knuffels. Ik voel hoe zijn lichaam trilt en ik weet dat hij moet huilen, maar ik heb geen idee wat ik er aan kan doen. Dus ik grijp hem net zo stevig vast en zeg zachtjes dat het goed komt.

    Ahw.
    Naar zijn jaren vraag ik niet. Wetend dat hij mij dat allemaal op zijn eigen gemak moet vertellen. Het is duidelijk dat wat hem is overkomen hem veranderd heeft en een indruk op hem heeft achter gelaten.

    Heel passend.
    Hij is een van de weinige van SHIELD die de tijd had genomen om ASL te leren om met Clint te praten wanneer die geen gehoorapparaat bij zich had.

    Tbh eigenlijk zou gebarentaal juist door iedereen bij SHIELD en dergelijke geleerd worden want het lijkt me vet handig.
    Clint zijn ogen lichten op zodra het woord pizza voorbij komt. Eventjes lach ik, die man veranderd op sommige punten echt nooit, wat ergs hem ook overkomt.

    Haha :')
    ‘Shit.’ Vloek ik hardop. ‘mijn koeien.’
    ‘Language.’

    Big mood.

    Ik ben heel blij met dit hoofdstuk dude, het heeft alles wat ik wilde: actie, koeien, Clint. Muchas gracias.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen