Foto bij Proloog

Ik hoop dat jullie het eerste deel leuk gaan vinden.

Doelloos loop ik over de uitgestorven straten van Londen. Het regent pijpenstelen en ik heb z’n voor gevoel dat het zo ook nog eens gaat onweren. Mijn blik valt op twee personen in de verte. Ze hebben beide een zwarte lange mantel om met een kap op. Maar zonder dat je hun gezicht ziet weet je wie de vrouw is en wie de man is. De vrouw loopt recht en strak door en de man, wat je meer een jonge kunt noemen slentert er saggerijnig achteraan. Het lijkt of ze dingen willen verbergen of ze het liefst onzichtbaar willen zijn voor iedereen. Zodra ze dichterbij komen richten ze hun gezicht naar de grond net of niemand ze mag herkennen. Ik kijk opzij en zie een auto voorbij rijden zodra ik weer vooruit kijk word ik hard omver gebeukt. Ik verlies mijn evenwicht en val hard op de grond in een plas met water. Tuurlijk dat overkomt mij weer!
‘Dreuzels kijken ook nooit waar ze lopen. Wat moet je met dat soort mensen?’ Hoor ik de jongen nors brommen. Ik kijk om naar vrouw met de jongen en zie allen hun rug nog.
‘Rustig maar Draco. Je moet je niet zo druk maken om onbelangrijke mensen. Dat soort mensen doen er ook niet toe.’ Hoor ik de vrouw tegen de jongen zeggen om hem te kalmeren.
Ze verdwijnen om de hoek van de straat en meteen is het stil. Ik laat de worden tot me doordringen en voel hoe mijn bloed begint te koken. Noemde die gast me nu net een Dreuzel? Wat denkt hij wel niet. Ik voel hoe mijn ogen beginnen te branden en ik knijp ze tot spleetjes. Dit mag niet midden op straat gebeuren ik mag nu niet toegeven aan mijn woeden. Rox, die jonge is een verwende zak en laat nu je woede los. Probeer ik mezelf een beetje te kalmeren terwijl ik langzaam opsta. Ik zucht en zet me er zelf toe om toch maar naar huis toe te gaan. Ik kan niet eeuwig boos blijven op die man en op straat blijven met dit weer is ook geen optie.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen