Foto bij Chapter seventy-nine

Quizlet gaf gisteren wat problem met uploaden dus het hoofdstukje is iets later, excuses!

‘Wat doen jullie hier?’ mijn stem is fel, maar de woorden weet ik nog kalm uit te spreken, voordat ik Demonio mijn rug toekeer en mij naar de vier jongens van Inazuma Japan keer. “Waarom is het altijd jij?’ roep ik er boos achteraan, doelend op Kidou maar ergens ook naar Endou gericht, die zich altijd overal mee bemoeid. Ook wanneer het hem niets aangaat.
Een diepe zucht verlaat mijn mond en wil mij naar het team van Italië keren, totdat er een hand op mijn schouder land. Ik kijk verbaasd om naar Fudou. Zijn ogen zijn vernauwd en hij lijkt mij overduidelijk niet te vertrouwen. ‘Je vraagt wat wij hier doen, maar wat doe jij hier precies?’ vraagt hij doordringend. Een schamper lachje verlaat mijn lippen en mijn nog altijd rode ogen, boor ik in de zijne. ‘Je hebt geen idee wat mijn geschiedenis met Kageyama is, bemoei je er niet mee,’ sis ik hem kwaad toe. De hand op mijn schouder sla ik weg en stap op de aanvoerder van Orpheus af. Na een kort overleg, plaatst hij éen van zijn spitsen op de reservebank, bij de overige geblesseerde en stap ik het veld op om deze positie in te nemen. Doordat ik het spel onderbroken heb en Demonio’s schot heb gestopt zonder in het spel te zijn, mag Team K een strafschop nemen. Nadat ik mijn haar in een staart heb geknoopt, stap ik naar mijn positie en ga ik klaar staan. ‘Oh? Weet je zeker dat je in die staat gaat spelen? Je weet toch dat de autoriteiten je in de gaten houden? We willen natuurlijk niet dat er gewonden gaan vallen, is het niet, Milou?’ spreekt Kageyama op een geamuseerde toon uit. Met grote ogen keer ik mij naar de man die zich nog altijd niet verroerd heeft en veilig op zijn bankje zit. De geamuseerde grijns op zijn gezicht maakt me kwaad. ‘Die rode ogen mochten niet meer het veld op, als ik jouw dossier goed gelezen heb. Corrigeer mij als ik dit fout heb,’ voegt hij er vrolijk aan toe. ‘ En jij zou in de bak moeten zitten, maar dat is ook niet de situatie op dit moment. We staan gelijk,’ sis ik hem toe. Na nog een vuile blik naar Kageyama gegooid te hebben, keer ik mij terug naar de wedstrijd. Demonio maakt een strafschop op het goal, maar Endou weet de bal te stoppen. Zijn blik kruist kort met de mijne en hij knikt mij vlug toe. Als bevestiging, knik ik terug en ren ik naar voren toe. Endou werpt de bal ver het veld in en ik versnel mijn passen om de bal in ontvangst te kunnen nemen. Maar zodra ik de lucht in spring om de bal op te vangen, is Demonio voor mij gedoken en heeft de bal onderschept. Vol ongeloof kijk ik naar de jongen die mij grijnzend aankijkt. ‘Is dat alles dat je kunt?’ vraagt hij spottend. Ik knars mijn tanden kwaad op elkaar en slide de bal voor zijn voeten vandaan, richting Kidou. ‘Jij bent de laatste persoon op dit veld door wie ik mij laat overtreffen,’ snauw ik hem fel toe. Demonio lacht echter alleen en kijkt geamuseerd op mij neer. ‘Oh, maar jou heb ik allang overtroffen. En met Kidou die zijn spark compleet is verloren, zijn jullie gedoemd te verliezen. Er is een nieuwe Emperor op het veld, Kidou is verleden tijd,’ zegt hij smachtend. Mijn blik draai ik verbaasd om naar Kidou. Met de bal die van hem weg rolt, blijft hij zelf midden op het veld staan. Terwijl hij in de leegte voor zich uit staart, kan ik Kageyama vanaf de zijlijn horen lachen. Mijn handen bal ik gefrustreerd tot vuisten en ik duw mezelf overeind. ‘Kidou!’ roep ik luid. De jongen kijkt verbaasd op vanuit zijn gedachten en onze blikken hoeven maar kort te kruisen voordat hij beseft wat hij staat te doen. Op een kalm tempo stap ik op Kidou af en mijn handen leg ik op zijn wangen. Tegelijkertijd klap ik mijn handen tegen zijn wangen aan en glimlach hem dan toe. ‘Kijk me aan,’ zeg ik op een bevelende toon. Als Kidou mijn bevel opvolgt, kan ik zijn ogen zien vergroten op het moment dat hij recht in mijn rode ogen kijkt. ‘M-Milou,’ stottert hij ongelovig. Mijn blik draai ik van hem weg en ik zet een paar passen naar achteren. ‘Maak niet dezelfde fout als vroeger. Ik geef niet meer dan een tweede kans. Wij zijn niet langer de monsters die Kageyama gecreëerd heeft jaren geleden. Het zijn niet langer Kageyama’s doelen die wij moeten behalen, maar de doelen die wij onszelf geven,’ zeg ik met een hese stem. De bal die Kidou weg heeft laten rollen, is ondertussen onderschept door Team K en de verdediging aan onze kant zet zich fel in. Het lukt hun uiteindelijk de bal te kunnen onderscheppen en deze wordt snel doorgespeeld naar hun aanvoerder. Terwijl ik zijn speelstijl in mij opneem, ren ik naar voren toe om hem bij de staan. Zodra we oogcontact maken, knik ik naar voren toe en raas ik naar voren. De bal wordt mij hoog aangespeeld en een koude wind krult om mij heen. De bal veranderd in een groot kluit ijs en er is een huilende wind te horen als ik de bal op het goal afschiet. ‘Winter’s Fury!’ De keeper is te langzaam om op het schot in de spelen en wordt samen met de bal, het goal ingeblazen. Eenmaal met beide benen op de grond, kan ik mijn hoofd lichtjes voelen duizelen. Een benauwd gevoel knijpt kort de lucht uit mijn longen weg waardoor ik hevig begin te hoesten. Ik weet mezelf snel te herstellen en stap terug naar mijn positie. Kidou’s blik grijpt me vast, maar ik weet mijn rode ogen snel van hem los te breken, waardoor mijn blik bij Kageyama landt. Hij zit nog altijd op het bankje naar de wedstrijd te kijken. Er komen geen instructies van zijn kant. Net alsof hij de touwtjes in handen heeft en alles precies loopt zoals hij wilt. Hij is te kalm. Iets klopt er niet, maar ik kan er niet op komen wat dit zou kunnen zijn.

Ondanks dat we de overhand hebben genomen op het spel en we een tweede doelpunt hebben bemachtigd, is de gespannen sfeer op het veld nog steeds niet weg. Het feit dat Kageyama aan de zijlijn staat, maakt ons allen onbewust en ongewild nerveus, maar geen van ons laat ons kennen. Door Kageyama’s dreigement over mijn dossier en mijn huidige oogkleur, kan ik niet anders dan op mijn hoede zijn van mijn omgeving. Iedere beweging die hij maakt, zorgt ervoor dat ik direct mijn omgeving afspeur naar mensen die mij mogelijk in de gaten houden en zouden kunnen verraden. Mijn ogen kruisen met die van Kageyama en deze keer voelt het alsof mijn lichaam geen kant meer op kan. Als versteend blijf ik naar de man op het bankje kijken. Een grijns siert zijn gezicht. ‘Je bent niet langer het monster dat ik gecreëerd hebt?’ echoot zijn stem door mijn hoofd. Mijn ogen sperren wijd open en mijn keel voelt droog aan als ik slik. ‘Ben je soms je eigen verleden vergeten? Die destructieve kracht? Die kracht had je al voordat je naar Teikoku kwam. Ik heb je alleen geleerd die onder bedwang te houden. Wie is de schuldige aan de vloek die op jouw lichaam rust? Wie is de schuldige die het echte monster heeft gecreëerd?’
Een luid fluitsignaal rukt mij uit mijn gedachten en het luide gejuich van de leden van Orpheus en Inazuma Japan bevestigd voor mij dat de wedstrijd voorbij is en dat wij succesvol zijn geweest. Een diepe zucht verlaat mijn lippen en stap wat stijfjes naar mijn tas toe. Het flesje drinken dat erin zit, drink ik in éen keer leeg en het luide geklap van Kageyama wekt mijn aandacht. Met vernauwde ogen houdt ik iedere beweging in de gaten en raap mijn tas van de grond. Mijn mobiel voel ik direct trillen en pak het toestel niet begrijpend uit mijn tas. Zodra ik het toestel aan mijn oor leg, kan ik Kai hard door het toestel horen schreeuwen. ‘Waar ben je!? Kom naar Yamaneko Island! De wedstrijd tegen The Empire begint over een uur!’ schreeuwt hij door de telefoon. Met grote ogen keer ik mij naar het grote scherm dat zich achter Kageyama bevindt en staar ongelovig naar de twee teams die zich voor staan te bereiden op de wedstrijd. ‘Onmogelijk,’ zeg ik ongelovig. De telefoon in mijn handen, stop ik meteen terug in mijn tas en stap dreigend naar de groep voor mij. ‘Jij vuile-! Dat heb je met opzet gedaan!’ snauw ik hem toe. Kageyama grijnst mij alleen toe en haalt zijn schouders op. ‘In welk opzicht zou ik invloed hebben op het speelprogramma van een internationaal tournament?’ zegt hij schouderophalend. ‘Jullie hebben nog 45 minuten. Denken jullie dat te halen?’ Met gebalde vuisten kijk ik op naar de man voor mij. ‘Let maar op. Jouw plan zal mij niet in de weg staan dat eiland te bereiken!’

Met behulp van Fidio, de aanvoerder van Orpheus, worden we op een noodvaart met een busje naar de haven gebracht. Als de weg versperd is, twijfel ik geen moment en raas het busje uit. Op volle vaart ren ik het laatste stuk naar de haven. Met een kleine 3 minuten te gaan, moet ik de boot bereikt hebben. Als ik over mijn schouder naar achteren kijk, zie ik dat de rest later dan ik uit het busje is gedoken met het idee om het laatste stuk te rennen.
Zodra ik de haven bereikt heb, kan ik het getoeter voor het vertrek van de boot al horen en forceer mijzelf tot het uiterste. Ik weet net op tijd de boot te kunnen bereiken en hol aan boord. Vlak daarna, komt het schip in beweging en drijft het weg van de haven. Met grote ogen staar ik naar de jongens die nog aan de oever staan en mij luid toe roepen. ‘Je kunt het, Milou!’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen