Foto bij Hoofdstuk 1

Dit is het tweede deel van dit verhaal
Laat vooral een reactie achter en knuffel de Kudo knop

Ik klop drie keer op de grote houten deur. De deur gaat haastig open en meteen word ik naar binnen getrokken. De man houd me stevig vast en ik voel zijn baard in mijn gezicht kriebelen. Zijn hand gaat lief en langzaam door mijn haar, wat meteen rust breng. Ik wurm me vlug los uit zijn omhelzing en kijk hem verbaast aan. Albus glimlacht lief naar me en automatisch glimlach ik terug. Hoe graag ik het ook zou willen ik kan niet boos op de man blijven. Het is en blijft mijn enigste familie.
‘Lieverd, je bent doorweekt.’ Zegt hij terwijl hij me weer bekijkt. Ik knik en trek mijn jas uit en hang hem over de verwarming. Die seconden die volgt pakt Albus zijn stok en zwiept er een keer mee. Ik sta in mijn warme huis pak wat bestaat uit een joggingbroek en een trui. We lopen samen naar zijn werkkamer. Waar ik op de sofa plof en Albus op zijn vaste lees stoel.
‘Ik ben het er nog steeds niet mee eens.’ Zeg ik na een tijdje stilte. ‘Ik heb het eerste jaar al moeten missen omdat u Harry Potter belangrijker vond dan je bloed eigen kleindochter, en nu mag ik ook niet naar het tweede jaar.’ Roep ik naar hem ik voel hoe mijn ogen weer beginnen te prikken maar nu houd ik het ook niet meer tegen ook. Laat die woede maar gaan.
‘Lieverd, doe eens rustig. Mij maak je echt niet meer bang met die ogen van je.’ Zegt hij kalm tegen me. Ik sluit mijn ogen en adem een keer diep in en uit om mezelf te kalmeren. ‘Na dat je vanochtend uit huis bent gerend, hebben Severus en ik het er nog een keer over gehad. Na nog een lang overleg vonden we het toch het verstandigst om je te laten gaan. Daar kunnen wij je beter beschermen dan in een weeshuis. Het lijkt ons gewoon toch het beste om je wel te laten gaan.’ Ik bekijk de man aandachtig om te onderzoeken of hij de waarheid spreekt. Mijn mond vormt zich in een grote glimlach en ik vlieg de man dan om zijn hals.
‘Dank u.’ fluister ik zachtjes in zijn oor en geef hem dan een kus op zijn wang. Ik ga terug op mijn plek zitten en zie dat er ook een glimlach op Albus zijn gezicht is verschenen.
‘Morgen vertrek je zelfstandig naar King’s Cross station. Daar zal je de trein nemen naar Zweinstein. Je weet hoe je op het perron moet komen?’
‘Ja opa.’ Antwoord ik. ‘Ik Ben vroeger heel vaak mee gegaan naar Zweinstein. Als het perron niet van plek is verwisseld dan weet ik nog waar het is.’ De man lacht en knikt.
‘Dan is het goed, als je morgen op school komt dan word je samen met de eerstejaars in gedeeld. Alleen jij komt natuurlijk in het tweede jaar terecht met leeftijdsgenoten.’ Verteld hij me waarop ik knik. Niet alleen maar leeftijdsgenoten maar ook de beroemde Harry potter. De jongen die bleef leven. De jongen waar mijn opa al zijn aandacht aan geeft. De jongen die belangrijker is dan zijn bloedeigen kleindochter.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen