Foto bij ~2~

‘Hey zusjes, moet ik je naar school brengen?’ Vraagt Damian terwijl hij de vloer schoon aan het vegen is. Alles om onder zijn straf te komen hè? Ik schud mijn hoofd en pak mijn zwarte lerenjack van de kapstok. Ik wil geen hulp van Damian. Damian mag mij niet eens. Alleen maar door die ene stomme rot fout.
‘Ja, maar wie er ook dan zo dom om dat de doen? O ja, jij!’ schreeuwt de stem in mijn hoofd die ik zo veel mogelijk probeer te negeren. Altijd een fijn om iemand bij je te hebben die jou ook niet mag.
‘Je ziet er echt weer stralend uit zusje.’ Zegt Rens mijn gedachtes onderbrekend. Stalend? Hun zijn de mooie! Ik ben maar het zusje die er is omdat ze is weggegooid. Ik geef ze beide en kus op hun wang en loop dan naar buiten. Ik loop het schoolplein op en meteen word ik door iedereen aan gestaard.
‘Ze praten weer over je, ze mogen je niet! Dat weet je toch?’ Schreeuwt die rot stem weer. Ik weet dat ze over me praten. Ik heb ze vaak genoeg gehoord. Mijn huis staat in de straat van de school dat is makkelijk maar wat niet makkelijk is dat iedereen weet waar je woont. Mijn broers zijn bij iedereen geliefd. Maar ik… ik hoor er nooit bij. Ik ben het rare meisje wat niks kan. Ik heb mezelf ook daarom de naam Nada gegeven. Nada betekend Niks en dat ben ik toch. Ik ben niks tenminste dat zegt iedereen. Wat doe ik hier überhaupt? Het is school! niemand mist me als ik er niet ben.
Ik draai me om en loop het school plein weer af. Ik steek de straat over en loop weer terug naar huis. Mijn broers kijken me raar aan als ik weer binnen ben
‘Nina? Wat doe jij hier?’ Vraagt mijn moeder die op de bank zit. Ik loop op haar af en ga langs haar zitten.
‘Ik wil niet meer naar school. Ik wil hier weg! Ik haat het hier! Niemand mag mij. Niemand geeft om mij. Ik ben hier niks waard!’ Roep ik boos uit. Ik voel de bezorgde blikken van mijn broers. Niet dat ik weet of die van Damian wel echt gemeend is. Vind ik het toch wel fijn om te weten dat ze wel iets om me geven.
“Mama ik wil hier weg. Ik hou het hier niet meer vol. Ik wil opnieuw kunnen beginnen.’ Ga ik iets rustiger veder.
‘Lieverd zo erg is het toch niet.’ probeert mijn moeder me te sussen. Ik kijk haar aan en ik barst in huilen uit.
Mijn moeder weet niet wat ze moet doen, ze staart me aan en zit stil. De laatste keer dat ik huilde was toen ik zag dat vader echt dood was. Dat was twee jaar geleden. Zelfs op zijn begrafenis heb ik niet gehuild. Alleen maar om mijn zwaktes niet te tonen.
‘Nien?’ Hoor ik Rens vragen. Ik kijk zijn kant op en ik vlieg hem in zijn armen.
‘Rens ik wil hier weg.’ Snik tegen zijn hals. Ik voel zijn hand door mijn haar kammen en hoor hem sussend woordjes spreken. Dit voelt zoals vroeger mijn broer die me beschermt. Maar dit is niet de goede broer.
‘Mam, zou je het goed vinden als ik Nina mee zou nemen? Voor even weg. Dat doet haar, ons en jouw goed. Even rust.’ Hoor ik Damian zeggen. Ik voel dat ik uit de armen van Rens word getrokken en dat Damian me nu vasthoud en sust.
Mijn dag beginnen met huilen en gesust worden. Het voelt eigenlijk best fijn. Een keertje mezelf niet groot houden.
‘Damian breng haar maar naar huis. Rens jij gaat met hun mee. Het word tijd dat ze het ziet.’ Hoor ik mijn moeder zeggen.
Naar huis? Weet ze dan waar ik echt hoor te wonen? Misschien is mijn familie daar dan nog!
‘Tuurlijk niet! Die zijn weggegaan toen ze jouw hadden gedumpt. Voor als je terug zou kommen. Dan hoefde ze nooit je lelijke kop te zien!’ Roept die stem weer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen