Foto bij H.148.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Dus... dus ik ben veilig?’ vraag ik.
Hij aarzelt. ‘Ja.’
‘Je twijfelde,’ zeg ik beschuldigend.
‘Ik ben het nu eenmaal niet gewend dat je veilig bent.’
Ik laat een schamper lachje horen en schud mijn hoofd. ‘Ik ook niet, om eerlijk te zijn.’

Na urenlang wachten bij dat salontafeltje in het ziekenhuis, val ik dan toch in slaap. Wanneer ik wakker word, voel ik me niet eens een béétje uitgerust en mijn hoofd voelt zwaar aan. Ik voel de warmte van iemand die naast me zit en automatisch nestel ik me iets dichter die persoon aan. Soms heb je niet door hoe erg je verlangt naar elke vorm van lichamelijk contact, dat je het niet doorhebt tot je het eindelijk weer krijgt.
Ik ga er vanuit dat het James is. Waarschijnlijk ben ik in slaap gevallen en ben ik onbewust tegen hem aan gaan liggen. Hij heeft een arm om me heen geslagen en ik lig tegen hem aan, mijn benen opgetrokken. Maar wanneer ik me er eindelijk toe zet om een oog te openen en ik zie dat James op een stoel tegenover me zit, wordt het me langzaam duidelijk dat dat niet het geval is.
Ondanks dat ik eigenlijk we had kunnen bedenken dat James niet toe zou staan dat een wildvreemde gezellig een arm om me heb zou slaan, vlieg ik overeind, maar ik doe het zo snel dat ik duizelig word en een paar wankelende passen maakt. James, die gelijk ook overeind is gesprongen, vangt me op.
‘Rustig, rustig,’ sputtert hij, allesbehalve rustig. ‘Het is oké.’
Ik maak me een beetje verdwaasd van hem los en haal een hand door mijn haar in een poging toch nog iets van mijn eer te kunnen redden. Daarna kijk ik dan toch naar wie er wél naast me zat en het blijkt Evan te zijn. Hij kijkt me een beetje bedenkelijk aan, wat niet geheel onterecht is.
Ik moet mijn best doen om niet in tranen uit te barsten en in zijn armen te vallen. Ik probeer hoe emotioneel ik word te verbergen met een belabberde imitatie van onverschilligheid, maar ik weet dat hij het zonder twijfel doorziet.
‘Wanneer hebben ze jou ontslagen?’ vraag ik fronsend en het klinkt bijna alsof ik zou willen dat hij nog steeds ergens in een ziekenhuisbed lag te verrotten. Nu hij hier is, ben ik opeens heel zenuwachtig. Ik zal op een gegeven moment uit moeten leggen hoe ik hem zonder het te vertellen verlaten heb. Wat moet ik zeggen?
‘Een uur geleden,’ antwoordt hij. Ik kijk hem even onderzoekend aan. Hij heeft blauwe plekken overal over zijn armen en er zit ook een bloeduitstorting bij zijn keel. Zijn lip is kapot en zijn kaak is iets gezwollen. Er zit een schaafwond op zijn slaap en er is een hapje uit zijn wenkbrauw genomen waar een snee met nietjes dicht is smaakt. Hij ziet er beter uit dan de vorige keer dat ik hem zag, veel helderder.
‘Waarom hebben jullie me in godsnaam niet wakker gemaakt?’ vraag ik ontevreden en ik werp James een waarschuwende blik toe.
‘James vertelde me dat dit de eerste keer in dagen is dat je hebt geslapen,’ antwoordt Evan namens hem.
Ik wil gelijk al verkondigen dat dan onzin is, maar wanneer ik met een frons begin te tellen, komt er alleen maar een beetje schaapachtig uit mijn mond: ‘Oh.’ Na een tijdje stilte voeg ik er onhandig aan toe: 'Nou... ik bedoel... Matthew heeft me wel bewusteloos geslagen. Telt dat?'
Ik heb het gezegd voordat ik me realiseer dat James dat nog niet wist en het waarschijnlijk erg confronterend voor hem is. Hij is heel goed in zichzelf de schuld geven van dingen die hij niet heeft gedaan. Ik krimpt ineen en ik kijk hem verontschuldigend aan. Net wanneer ik mijn excuses aan wil bieden, wuift hij het weg en steekt zijn handen in zijn zakken.
Ik ben Evan dankbaar wanneer hij uiteindelijk de eerste is die de stilte doorbreekt. 'Gioa, we hebben twee kaartjes terug naar huis geboekt. Het is waarschijnlijk het beste als we nu al naar het vliegveld gaan.'
Ik veer op. Mijn keel wordt droog. Ik slik. Het helpt niet. Twee kaartjes. Bijna angstig kijk ik James aan. 'Ga... ga jij niet mee?'
Hij schudt zijn hoofd. 'Nu nog niet. Ik moet hier alles regelen. De huur opzeggen. Ontslag nemen. Alle administratieve dingen. Daarna, als jullie me nog willen zien, neem ik ook het vliegtuig en kom ik naar jullie toe.'
Het laatste klinkt een beetje vragend. Zelf twijfel ik er niet aan of ik wil dat hij ons zodra het kan komt vergezellen, maar het blijft Evans huis. Ik ben niet bepaald in de positie om eisen te stellen. Het is daarom ook een opluchting wanneer Evan zonder twijfel in zijn stem zegt: 'Natuurlijk ben je welkom.'

Wanneer we door het ziekenhuis naar de parkeerplaats lopen, komen we langs een spiegel. Ik sta even stil en kijk mezelf aan. De snee in mijn keel gaat een litteken worden en de hechtingen zijn weerzinwekkend. Ik heb me gewassen en draag schone kleren, maar er zit vuil onder mijn nagels en ik voel me vies. Mijn haar zit door de war en ik zie nu pas zelf dat ik erg afgevallen ben de afgelopen maanden. Evan ziet er zelfs nu nog goed uit, wanneer hij dagenlang in elkaar is geslagen en is uitgehongerd, maar ik kijk naar me zelf en kan alleen maar denken hoe lelijk ik eruit zie. Dit gaat een van de duidelijkste littekens worden die ik heb. Ik word misselijk als ik eraan denk dat mensen er naar zullen staren.
Misschien voelde Evan aan wat ik dacht, of misschien sta ik gewoon al echt heel lang stil bij die spiegel, maar hij komt in ieder geval naar me toelopen en raakt voorzichtig mijn bovenarm aan, waardoor ik hem uit mijn gedachten gerukt aankijk.
‘Kom je mee?’ vraagt hij zachtjes en hij kijkt alsof hij besloten heeft me duizend keer eraan te helpen herinneren hoe mooi hij me vindt wanneer we de tijd daarvoor hebben. Hij is vrij volhardend.
Ik knik en werp met een gekanteld hoofd nog even een blik op mijn weerspiegeling. Ik laat mijn vingers kort over de hechtingen op mijn keel glijden. Met moeite scheur ik mijn blik weg van het glas en ik zie dat Evan zijn hand uitnodigend naar me uit steekt, als een aanzoek om die vast te pakken. Ondanks dat ik weet dat hij me niet onder druk zou zetten als ik het niet zou doen, neem ik die aan. We lopen verder en wanneer we langs James komen, die ook stil was gaan staan toen hij doorhad dat we achterbleven, kijkt me even onderzoekend aan, maar hij vraagt niet of het goed met me gaat, ondanks dat hij ongetwijfeld geneigd is dat toch te doen. Hij kondigt wel aan dat hij ons naar het vliegveld zal rijden en ondanks dat het geen vraag is, antwoord ik dat het goed is.
Zodra we eenmaal in de auto zitten, blijven we stil. Ik voel een knoop in mijn maag. De afgelopen drie maanden ben ik, met uitzondering van de afgelopen paar dagen, continu bij James geweest. Ik hou van Evan en ik voel me thuis in zijn woning, maar ik kan niet verwachten dat alles weer gelijk hetzelfde is. Nog altijd ben ik onaangekondigd weggegaan. En nog altijd ben ik hem een uitleg verschuldigd. Het idee dat ik het een tijdje lang zonder James aan mijn zijde moet doen, maakt me om de een of andere reden zenuwachtig.
'Evan, ik ben blij dat je er weer bent,' zegt James en ik frons. We zijn alledrie een beetje emotioneel van wat er gebeurd is, maar hij is normaal gesproken niet zo sentimenteel. En al helemaal niet als het om Evan gaat.
'Grappig,' zegt Evan sarcastisch. Hij denkt blijkbaar dat het een grapje was van James. Zo klinkt het eigenlijk wel, maar de man schudt zijn hoofd.
'Nee, ik meen het,' beweert hij en ik hoor de oprechtheid in zijn stem. De denkrimpel op mijn gezicht wordt dieper. 'Ik begon echt te denken dat Gioa kapot zou gaan als ze nog langer weg zou blijven.'
Ik trek verontwaardigd een wenkbrauw op. 'Pardon? Je hebt wel door dat diezelfde Gioa hier in de auto zit en je prima kan horen?'
'Je moet zelf toch ook wel toegeven dat er reden was om me zorgen over te maken. Ik bedoel... als iemand een rib kneust wanneer diegene zich aan het aanrecht stoot en vervolgens een paniekaanval krijg en weigert je in haar buurt te laten komen voor bijna een uur, heb je wel het recht om bezorgd te zijn, of niet soms?'
Ik bijt op mijn lip en draai mijn hoofd weg, richting het raam. Mijn wangen worden rood van gêne. Ik voel Evan naar me kijken. Bijna lijkt het alsof James een ouder is die beschamende jeugdverhalen doorverteld, maar dat is het niet.
'Ik overwoog serieus gewoon om jou te bellen zodat je haar misschien kon kalmeren.'
'Jezus, James. Overdrijven is ook een vak,' sis ik. Ik zou het extreem waarderen als hij gewoon even zijn kop zou houden voordat Evan denkt dat ik een of ander meelijwekkende, gewonde puppy ben.
'Nee, serieus. Ik dacht dat het echt de enige optie was. Je zei de hele tijd maar dat je terugwilde naar Evan, dat je Evan wilde zien. Op een gegeven moment kon ik je niet eens meer verstaan.'
'James, genoeg,' snauw ik en binnensmonds mompel ik het woord "verdomme" erachteraan, maar ik weet bijna zeker dat hij het niet gehoord heeft. Waarschijnlijk ga ik hier nog meer uitleg over moeten geven wanneer we thuis zijn.
Nog altijd durf ik niet anders dan mijn blik afgewend te houden en ik kijk stug uit het raam. Ik houd van James, maar soms weet hij niet precies wanneer hij op moet houden. Om niet al te kwaad te worden, begin ik in mijn hoofd een lijstje te maken met de goede dingen idee hij gedaan heeft, met de redenen om niet boos op hem te zijn. Vroeger deed ik dat altijd bij mijn moeder, maar nadat ze al zo ver was gegaan dat het geen zin meer had, ben ik ermee opgehouden.
James heeft maandenlang voor me gezorgd. Hij maakte soms pannenkoeken als ontbijt, die ik, ondanks dat ze erg lekker waren, met geen mogelijkheid helemaal naar binnen kreeg. Hij heeft me uiteindelijk eerlijk verteld over Matthew en Lily, al was het een beetje laat. Hij heeft niet geklaagd op de momenten dat hij daar het volste recht op had. En hij heeft me niet in de steek gelaten wanneer ik dat wel bij mezelf deed.
Blijkbaar werkt het zelfs een beetje te goed, want ik voel opeens hoe mijn ogen zich langzaam vullen met tranen. Het lukt me maar net om ze onder controle te houden, wat een verbetering is in vergelijking met het wrak wat ik de laatste tijd ben geweest.
'Ik ga je missen,' zeg ik dan, iets wat ik verassend weinig tegen mensen gezegd heb, ondanks dat afscheid van iemand moeten nemen waarschijnlijk veel makkelijker is wanneer je zoiets zegt. Ik heb het niet tegen Ammay kunnen zeggen, omdat ze te plotseling van me werd afgenomen. En ook niet tegen Evan, omdat ik niet mocht laten blijken dat er iets aan de hand was.
In de spiegel zie ik James zwakjes glimlachen en hij rijdt het parkeerterrein van het vliegveld op. 'Ik jou ook.'

Reacties (1)

  • Luckey

    Laat ze ook weer samen komen!
    En even geen geweld!!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen