41.

(2024)

Eenmaal uit het vliegtuig liep Styles direct naar de balie, toonde zijn penning en deed zijn verzoek. Een paar minuten later, na het afwimpelen van een laag in rang staande medewerker en een langdurige telefonische uitleg, werd de passagierslijst van de vlucht waarop Mischa Waltman had gezeten doorgefaxt.
      Hij liep op de opsomming af. Waltman, die achteraan in het alfabet stond, was een van de laatste namen. Zijn blik gleed omhoog over de lijst, de namen scannend. 'Rhodes, A' sprong naar voren.
      Styles sprong zijn wagen in en reikte naar zijn mobieltje terwijl hij Royal Street uit scheurde en rechtsaf Canal Street in sloeg, op zoek naar een oprit naar Interstate 10.
      Audrey’s telefoon ging over en schakelde direct door naar de voicemail. Hij sprak een kort berichtje in en koos opnieuw.
      “Verdomme, neem op.”
      Hij probeerde Growner’s nummer en vervolgens de receptie. Allemaal tevergeefs. Uiteindelijk lukte het hem om Manet te bereiken.
      Verrassing: er was brand geweest in de bewijs kluis. Het vuur had de bedrading beschadigd, de vaste lijn en mobilofoons lagen eruit. Er waren geen gewonden gevallen, maar Bower en het publiek werden gek. Een radiozender had naar buiten gebracht dat de communicatie niet mogelijk was en dat er al een kleine misdaadgolf was uitgebroken.
      “Trouwens” zei Manet. “Tamara probeert je al een poos te pakken te krijgen. De uitslag van die vingerafdruk op de microfilm is binnen, maar hij was niet van Carmichael. Hij is van een FBI-agent, daarom duurde het zo lang om hem te identificeren. Hij stond bij de staat niet in het systeem.”
      “Aiden Rhodes.” Styles draaide de Interstate op. “Ik heb zijn naam net gevonden op Mischa Waltman’s vlucht naar Washington.” Met de doofpot van vijfentwintig jaar geleden en de geleidelijke vernietiging van het bewijs was dat de enige logische conclusie. “Is hij al opgepakt?”
      “Nee, hij is met verlof.”
      Op vakantie naar Lassiter. “Haal Audrey dan meteen op.”
      “Ik ben al naar haar onderweg. Ik probeer Mark te bereiken, maar hij reageert niet.”
      Styles klemde zijn kaken op elkaar. “Dan heeft Rhodes haar. Ik ben er binnen een half uur. Begin bij de oude boerderij van Rhodes.”
      Ook nu lukte het hem nog niet Helene of Growner te pakken te krijgen. Hij legde de telefoon opzij en gaf plankgas.

Toen Styles thuis arriveerde, bleken Manet en Growner er al te zijn, samen met een ambulance. Mark en Lucas waren allebei nog bewusteloos maar wel stabiel. Kennelijk waren ze niet in levensgevaar.
      Manet bracht hem op de hoogte. “Geen wonden of hersenschuddingen, maar ze zijn buiten westen. Ziet ernaar uit dat iets binnen hebben gekregen. Ze hadden een pizza laten bezorgen, die wordt nu onderzocht.” Zijn telefoon ging. Hij nam op, sprak kort en hing weer op. “Dat was het restaurant. Ze hadden zo’n twee uur terug een bestelling hierheen gestuurd. Het busje en de bestuurder zijn verdwenen.”

Style scheurde naar het oude adres van de Rhodes, dat nu verloren in een buitenwijk stond en de achtergrens vormde van een bedrijventerrein. Onderweg bestudeerde hij de huizen en bijgebouwen. Er stonden volop garages en carports, maar die zagen er allemaal nieuw uit. Er was geen teken van de schuur waarover Jayden het had gehad.
      Hij staarde om zich heen, half door paniek bevangen. Hij was dicht genoeg bij de rivier om het water te ruiken en te ver vandaan om hem achter de huizen te zien.
      Een groep oude, knoestige eiken trok aan zijn geheugen. De boerderij had aan de buitenrand van de stad gelegen, maar was onder de voet gelopen door het uitdijende Lassiter, opgedeeld en in delen verkocht. Het woonhuis, dat nu werd onderzocht, stond nog overeind en lag vlakbij, op Erman Crescent. De snelweg liep er net achter.
      In zijn hoofd begonnen de gebeurtenissen langzaam samen te vallen.
      Audrey was aangereden op Sugar Hill Road.
      Uit de paar opmerkingen die Leroy had gemaakt, had hij afgeleid dat zijn ooms minstens een deel van hun jeugd opgesloten hadden gezeten in de schuur waarover Jayden had gepraat, dankzij een agressieve en gestoorde stiefmoeder. Annie Rhodes had alle drie de kinderen mishandeld, maar ze had het vooral op Jayden gemunt.
      Een opmerking die Leroy eens had gemaakt over Jayden, en Jayden’s verwijzing naar de schuur, samen met de schijnbaar doelloze worsteling die hij had gehad in de vroege ochtend, kwamen plotseling in perspectief.
      Het had al die tijd voor het grijpen gelegen.
      Jayden had tunnels gegraven.
      Hij was er waarschijnlijk mee begonnen als een ontsnappings fantasie, maar hij was er simpelweg mee door blijven gaan, in de loop der jaren en ondergronds gangenstelsel creërend.
      Styles sloeg het bedrijventerrein op, reed langs een jachthaven en een opslagloods. Toen hij een glimp van de achterkant van het huis opving, remde hij af. De loods was redelijk nieuw, maar hij lag dichtbij genoeg om zich op de plek te bevinden waar de schuur had gestaan. Hij reed het terrein op en zag de voorkant van een stationwagen aan het uiteinde staan. Zijn polsslag versnelde. Zijn wapen uit zijn holster trekkend controleerde hij de kogels. Hij laadde het door en stapte uit. Het was een huurwagen, wat wel klopte. Waarom zou je ook een moord plegen in je eigen auto als je er ook een kon huren onder een valse naam?
      Eindelijk lukte het hem om Growner aan de lijn te krijgen. Hij gaf het kenteken door, het adres waar hij zich bevond en vroeg om versterking. Als hij zich niet vergiste, was dit complex van Aiden Rhodes. Toen de boerderij verkocht was, was de opbrengst in drieën gedeeld. Styles durfde te wedden dat Aiden zijn portie, waarschijnlijk ook dat van Jayden, had geïnvesteerd in dit stuk grond, en een nieuw gebouw had opgetrokken over het oude, om zo te kunnen veiligstellen wat er onder schuilging.
      Hij bestudeerde de grond, die bedekt was met fijn blauw grijs grind. Er voer een rilling door hem heen toen hij iets zag wat sleepsporen konden zijn. Hij controleerde de deur. Het had geen zin het slot kapot te schieten of de deur in te trappen; hij was van gewapend staal.
      Zijn mobiel ging over. Het was Growner.
      “Het complex staat op naam van Aiden Rhodes. En raad eens wat nog meer? De suikerfabriek.”
      Styles stapte om de hoek van het gebouw en tuurde naar de fabriek. Die was zo verankerd met de omgeving dat hij hem amper had opgemerkt. Decennia geleden was hij eigendom geweest van de familie Rhodes.
      Terwijl hij ernaar staarde, klikte er iets in zijn hoofd. Bij de suikerproductie waren grote hoeveelheden water nodig geweest. Als Jayden tunnels had gegraven, was het denkbaar dat hij ze uiteindelijk had aangesloten op het afvoersysteem onder de fabriek, waardoor hij toegang zou hebben tot een hele konijnenburcht.
      En Aiden moest daarvan af hebben geweten.
      Plotseling begreep hij hoe de man die hij vanaf het kermisterrein had gevolgd in een doodlopende steeg in rook op had kunnen gaan. De steeg kwam uit op de suikerfabriek. De enige uitweg was omlaag. De man was Aiden geweest en hij was onder de grond verdwenen.

Reacties (4)

  • TAMOCHi

    Dit is zo spannend. Aahhh
    ‘x

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Dit is zo spannend!

    1 jaar geleden
  • HorseDreamer_

    My god! Dit is zoooo goed! Meer, meer, meer😭

    1 jaar geleden
  • VampireMouse

    Ik heb nog wat hoofdstukken om in te halen, maar jezus wat is dit spannend!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen