43.

(2024)

      Een paar minuten lang liep ze door, elke stap tellend om de paniek te bedwingen. Ze was niet claustrofobisch, maar kleine donkere tunnels waren niet bepaald haar favoriete plek. Telkens wanneer ze bij honderd was, gooide ze een masker kapot tegen de aarden muur, een nieuwe gruwel vernielend en het spoor van bewijzen vergrotend.
      Nadat ze een hoek om was gegaan, bleef ze stilstaan. De zaklamp bescheen iets lichts op de grond en de moed zonk in haar schoenen. Op de een of andere manier was ze in een kringetje gelopen en weer bijna terug waar ze was begonnen. Zich op haar hakken omdraaiend strompelde ze terug in de richting waar ze vandaan was gekomen, zoekend naar de laatste bocht die ze had genomen. Toen ze bij de splitsing kwam, richtte ze het licht een tunnel in, zag het bleke glinsteren van een masker en koos de andere. Bijna dubbelgebogen wrong ze zich de veel smallere tunnel in. Het konijnenhol kruiste al na een paar meter met een veel bredere buis, met de luxe van betonnen wanden waarlangs water sijpelde.
      De tranen dropen over haar kin terwijl ze verder ploeterde, vooral een reactie op wat er was gebeurd, een uiting van woede en angst; voor verdriet had ze nog geen ruimte.
      Ze smeet het laatste masker stuk. Het sloeg tegen de muur en spatte uiteen en een hevige rilling voer door haar heen terwijl het was en het haar in een plas water vielen en bleven drijven. Als verlamd bleef ze staan terwijl de restanten voor haar uit dreven op de hellende bodem. Ze scheen met de lamp om zich heen. Vermoedelijk was ze in een oud afvoerstelsel beland. Logischerwijs moest dat ergens op uitkomen en dat zou vermoedelijk de rivier zijn. Als ze de stroom volgde, zou ze een uitweg vinden.

Rhodes zijn ogen schoten open. Zijn oren floten, zijn gedachten waren traag.
      Hij negeerde de felle pijn in zijn onderkaak en de vlekken die voor zijn ogen dansten, boog voorover en haalde het wapen uit zijn enkelholster. Nadat hij de lading had gecontroleerd, begon hij om zich heen te tasten naar zijn rugzak. Zijn vingers stootten tegen het ruwe canvas. Hij trok de klep omhoog, pakte zijn nachtkijker en zette die op. Meteen nam de ruimte een vaalgroene kleur aan.
      Terwijl hij zich op zijn knieën half overeind duwde, spuugde hij bloed en een afgebroken tand uit. Hij greep zich aan de rand van de tafel vast en bleef even hangen tot het misselijkmakende gebonk in zijn slapen wegebde. Behoedzaam haalde hij zijn tong langs de binnenkant van zijn mond en hij vloekte. Een van de kronen aan zijn voortanden was weg.
      Hij streek over de zwelling op zijn kaak en vervolgens bevoelde hij zijn voorhoofd. De bult daarop was zo dik dat zijn oog niet meer open kon. Hij spuugde opnieuw, meer bloed en nog een stuk tand. Dat kreng moest op hem in hebben gebeukt terwijl hij al buiten westen was.
      De tafel als steun gebruikend hees hij zichzelf overeind. De laatste keer dat hij zich zo belabberd had gevoeld, was toen hij op de middelbare school bij een sportwedstrijd was onderuit gehaald door een tackle. Hij was onder zeil gegaan en wakker geworden met een hersenschudding, maar dat was eeuwen geleden.
      Door te knipperen probeerde hij zijn linkeroog open te krijgen, maar de zwelling was al te vergevorderd. Binnensmonds scheldend schatte hij de omgeving in met het oog dat nog wel bruikbaar was. Het leek wel of er een orkaan had gewoed. Overal waren maskers van de wand geslagen. Ze lagen lukraak over de grond verspreid. Zijn apparatuur was vernield en alles zat onder een laag gips. Los van de ravage was er echter nog iets wat niet klopte.
      Zijn hoofd werd naar de tafel getrokken. Ze had zijn zaklamp meegenomen en zijn pistool. Het knagende gevoel dat er iets mis was werd sterker. Hij begon te inventariseren en het gebonk in zijn hoofd explodeerde op een stoot adrenaline.
      Ze had de maskers niet alleen vernield; ze had er een paar meegenomen als bewijs.
      Dat valse kreng zou hem aanklagen.
      De razernij woede door hem heen. Al zo lang hij zich kon herinneren, was hij nooit goed genoeg geweest voor Annie. De maatstaven die zij had gesteld waren altijd buiten zijn bereik geweest en ze had hem onder druk gezet totdat hij van bedplassen op maagzweren was overgestapt. Maar hij was slim geweest en uiteindelijk had hij gewonnen. Hij was zowel Jayden als Leroy te slim af geweest.
      Ondanks de woede en de bonkende pijn grijnsde hij, betoverd door zijn eigen intelligentie. Zelfs Annie was hij te slim af geweest.
      Leroy dacht dat Jayden haar had vermoord, maar dat was niet zo. Hij had Annie simpelweg de pillen gegeven die Aiden in de kast had gelegd. Toen Annie was overleden, had Jayden Leroy gekweld door hem wijs te maken dat ze haar samen hadden vermoord, maar hoe verknipt Jayden ook was geweest, hij had geen interesse gehad in het afmaken van Annie. Als hij dat wel had gehad, was dat misschien gezonder geweest. In plaats daarvan had hij verslaafd geleken aan de mishandelingen.
      Een verkruimelde klomp gips opzij schoppend sprong hij naar de deur en hij ging op weg naar de tunnels, volgde de vage sporen wit poeder die aan haar schoenen waren blijven kleven. Hij keek op het verlichte horloge. Volgens zijn berekening had ze een voorsprong van vijfentwintig minuten, maar die kon hij eenvoudig inhalen door het feit dat hij wist waar hij heen ging en zij niet.
      Onderweg zag hij brokken was en plukken haar, de restanten van de maskers. Zijn razernij groeide. De hele verzameling was verwoest.
      Audrey was heel wat sterker en heel wat pienterder dan hij had gedacht, maar ze had een domme fout gemaakt. Ze had hem moeten vermoorden toen ze de kans had gehad.
      Toen hij de het afvoersysteem bereikte, bleef hij staan en legde zijn oor tegen de wand. Hij bespeurde een vage, regelmatige vibratie. Verderop liep iemand. Nadat hij de nachtkijker steviger op zijn plek had geschoven, liep hij verder het duister in.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen