45.

(2024)

Styles kwam bij en probeerde te bewegen. Het zware gewicht op zijn schouders verschoof. Kreunend draaide hij zich om en het metalen hek gleed op de grond.
      Nadat hij moeizaam overeind was gaan zitten, streek hij over de onderkant van zijn schedel en kromp ineen. Zijn vingers waren nat en het was geen water. Hij klopte op zijn zakken, zoekend naar zijn telefoon en pieper, maar die waren verdwenen. Rhodes moest ze hebben meegenomen, samen met zijn wapen en de zaklamp.
      En Audrey.
      Hij zou versterking moeten gaan halen. Het was riskant om niet meteen achter hen aan te gaan, maar zo zonder licht, communicatiemiddelen of wapen was hij eerder een gevaar dan een voordeel voor haar.
      Hij duwde zichzelf op zijn knieën. Zijn slapen bonkten. Even bleef hij zo zitten, toen ging hij staan en speurde om zich heen.

Rhodes trok Audrey overeind. "Lopen".
      Dwing me maar.
      Met opzet wankelde ze, het gewicht op haar gezonde been houdend. Rhodes wist veel van haar af en aangezien hij degene was die haar had aangereden, moest hij weten hoe ernstig dat been was toegetakeld. “Welke kant op?”
      Hij gebaarde met zijn hoofd en kromp meteen ineen, knipperend met zijn rechteroog, maar het wapen bleef strak op haar gericht. Aarzelend begon Audrey door de modderige waterstroom te hinken, op weg naar de rivier. Terwijl ze een kleine landtong om liepen, kwamen de daken van gebouwen rondom en achter hen in zicht. Achter een dikke rij bomen werd de grond grotendeels in beslag genomen door een loods en daarnaast lag een verlaten stuk zompige grond.
      Rhodes duwde haar in de richting van de loods. De palen van een aanlegsteiger doemden op en Audrey’s hart begon te hameren. Zijn auto moest hier ergens in de buurt staan.
      Uitstekende rotsen dwongen hen een smalle strook zand op. Haar voeten zonken weg en ze wankelde, viel op een knie. Rhodes porde haar met het wapen in haar rug.
      Haar vingers sloten zich om een steen. “Je moet me helpen.”
      Hij hees haar overeind, maar hield afstand, het wapen nog steeds op haar gericht. Doelbewust verloor ze haar evenwicht weer, waarbij ze met haar schouder tegen zijn arm stootte. Tegelijkertijd hief ze de steen op en sloeg hem hard op zijn hoofd. Rhodes zakte in elkaar, zijn ogen glazig. Er droop bloed over zijn slaap. Opnieuw haalde ze uit en deze keer raakte ze hem op zijn kaak, waardoor zijn hoofd opzij klapte. Een pijnscheut ging door haar arm.
      Zijn hand schoot naar voren terwijl hij struikelde over de hobbelige grond en zijn evenwicht verloor. In een reflex greep hij haar bij haar bovenarm en sleurde haar mee in zijn val in het ondiepe water.
      Ze verzette zich niet langer tegen zijn kracht en veranderde van tactiek, liet zich met hem mee voeren. Rhodes ging om, zijn hoofd volledig ondergedompeld.
      Vrijwel direct schoot hij weer omhoog, zijn hand nog steeds om haar arm en Audrey schoot weer naar hem toe, duwde hem om, dieper de rivier in. De stroom kolkte, spoelde het zand onder haar voeten vandaan en ze struikelde. Rhodes vloekte, spuugde bloed en water uit en zakte toen abrupt onder water, haar met zich mee trekkend.
      Audrey had een fractie van een seconde om haar longen vol te zuigen, toen sloot het modderige water zich boven haar. Rhodes bleef haar omlaag trekken, grijnzend, genietend van het gevecht. De stroom trok hen weer omhoog, naar waar de zon in een olieachtige werveling op het oppervlak weerkaatste. Er dook een paal op en daarnaast de lange vorm van een scheepsromp.
      Rhodes schopte zich omhoog, maar Audrey was als eerste boven. Terwijl ze naar lucht hapte, gebruikte ze haar vrije hand om Rhodes zijn hoofd tegen de paal te slaan. Zonder haar greep op zijn shirt te verliezen, dook ze onder, zich afzettend tegen de boot. Zijn vuist schampte haar kaak, maar door de druk van het water zat er geen kracht achter. Audrey schoot dieper omlaag, gehinderd door zijn weerstand, maar ze hoefde niet ver en ze had hem overrompeld.
      Haar schouder sloeg tegen de met schelpen aangekoekte paal en er dwarrelde bloed rond haar gezicht. Grimmig haakte ze haar vrije arm eromheen, gevolgd door beide benen en ze klampte zich vast, Rhodes een paar centimeter onder het wateroppervlak verankerend. Zijn greep om haar arm verstrakte, zijn vingers klauwden in haar huid. Zijn voet schoot naar voren, dreunde in haar ribben en ze had even geen lucht meer. Zijn gezicht doemde ineens vlak voor haar op; toen werd haar keel dichtgeknepen terwijl hij haar bij haar hals greep. Hij zette kracht en er borrelden zilveren belletjes uit haar mond die omhoog dreven. Hij grijnsde verwilderd naar haar. Audrey sloot haar ogen, weigerde in paniek te raken. Hij had haar bij haar keel, maar hij was buiten adem aan het raken en kon niet eeuwig zo blijven knijpen. Zij zou het langer volhouden!
      Haar vingers, die Rhodes shirt in een dodelijke greep hadden, werden doof. Haar longen brandden en ze slikte om zichzelf af te leiden van de behoefte adem te halen. De druk rond haar keel werd lichter en verdween terwijl Rhodes eindelijk zijn verzet staakte. Duizelig van het zuurstofgebrek telde ze tot tien voor ze hem losliet en zichzelf omhoog trappelde.
      Een paar tellen later voelde ze de rand van de steile oever onder haar voeten, waarna ze zichzelf half struikelend, half kruipend op het droge hees. Hoestend en naar lucht happend bestudeerde ze de rivier, volgde de stroom naar waar hij om een bocht verdween. Ze meende een glimp van zijn shirt op te vangen dat wegdreef, maar het was moeilijk dat met zekerheid te zeggen. Met de tropische stortbuien die Lassiter dagelijks leken te teisteren stond het troebele water hoog en was de stroming snel.
      Ze streek het natte haar uit haar gezicht en krimp ineen door een stekende pijn in haar hand. “Stomme fout, Rhodes” mompelde ze terwijl ze haar blik weer over het razende water liet glijden. “Als al je botten zijn gebroken, wat doe je dan om te revalideren? Zwemmen.”
      Zichzelf voorhoudend dat hij het onmogelijk overleefd kon hebben sleepte ze zich in de richting van de uitstort pijp waar Styles lag.
      Tien minuten later had ze Rhodes zijn zaklamp en mes gevonden, maar beide wapens waren nergens te bekennen. Ze trok zichzelf het gras op en begon naar de put te zoeken die Rhodes had gebruikt om in het ondergrondse gangenstelsel te komen. Er waren ruwweg twintig minuten verstreken sinds hij het hek op Styles had gegooid. In die tijd had het volgens haar niet geregend. Als Styles nog leefde…
      Bij het idee dat hij misschien dood was, klemde ze haar kaken op elkaar. Nee, dat kon niet waar zijn. Niet nu ze hem eindelijk had gevonden.
      In het gat turend zag ze het rooster in een rozige poel op de grond liggen, maar Styles was weg. Opluchting streed met ongerustheid. Hij had het overleefd, maar ze kon onmogelijk weten of alles in orde was met hem. Dat water kon maar op één manier zo roze zijn geworden: bloed.

Reacties (1)

  • TAMOCHi

    Ooohh zo dichtbij het einde en nog zo spannend
    ‘x

    1 jaar geleden
    • Sunnyrainbow

      Jaa dit!

      1 jaar geleden
    • Smexy

      Klopt, het einde is inderdaad nabij. Nog 2 hoofdstukken.

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen