Foto bij ~5~

Ik voel een zware grote hand op mijn schouder. Ik maak een kreetje van schrik, maar zodra ik opkijk zie ik een grote, stevige en zwaar gespierde jongen voor me zitten. De hand op mijn schouder voelt veel te warm aan. Hij voelt zo warm dat het niet meer gezond kan zijn. Maar de jongen voor me lijkt er helemaal geen last van te hebben. Ik kijk hem in zijn ogen en blijf er verbaast naar kijken. Zo bruin ogen zijn net zo bruin als van het beest en meteen voel ik ook iets van gemis in me. meteen komt er een naam in me op “Paul”. Wie is Paul?
‘Paul?’ Mompel ik zachtjes. De jongen kijkt me verbaast aan. Hoe kan hij dat gehoord hebben?
‘Wat zei je?’ Vraagt de jongen verbaast. Zijn mooie rustige stem komt me zo bekend voor.
‘I-ik… Ik zei niks.’ Stotter ik angstig. De jongen haalt zijn hand van mijn schouder en heeft een bezorgde uitdrukking.
‘Hey, rustig. Je hoeft echt niet bang voor me te zijn. Ik zal je niks doen. Ik wil je alleen maar helpen.’ Zegt hij waarop ik knik en zucht. ‘Wat is je naam?’ Vraagt hij met een lieve glimlacht. Meteen moet ik ook glimlachen en zodra ik mijn naam wil zeggen komt er geen woord over mijn lippen.
‘Nada, zo heet je en niet anders!’ schreeuwt de stem in mijn hoofd.
‘Mijn naam is Nada.’ Zeg ik vlug. De jongen kijkt me verbaast aan, maar knikt dan toch.
‘Wat doe je hier alleen in het bos?’ Vraagt hij waarop ik zwak mijn schouder ophaal en naar mijn voeten begin te kijken. ‘Ik ben Paul trouwens.’ Stelt de jongen zichzelf vlug voor. Paul? Waarom kwam die naam al in me op voor hij het had gezegd? Uit het niets pakt de jongen me vast en staat hij op. Ik kijk hem verbaast aan maar ik heb eigenlijk helemaal geen zin om tegen te stribbelen. De jongen begint met lopen en ik kijk naar zijn gezicht. Hij is eigenlijk best knap!
‘Je zult hem nooit kunnen krijgen!’ Schreeuwt de stem. Hij heeft ravenzwart haar, een licht getinte huid en twee diep bruine ogen. Hij verbergt een pijn in zijn ogen die alleen mensen kunnen zien die dezelfde pijn voelen. Een pijn die zegt dat je iemand mist in je leven. De jongen kijkt naar mij en meteen leg ik mijn hoofd op zijn schouder.
‘Ik geloof nooit dat jij Nada heet.’ Zegt de jongen waarop ik mijn schouders ongeïnteresseerd ophaal.
‘Misschien heet je geen Nada, maar je zult het altijd blijven!’ schreeuwt de vreselijke stem. Ik krimp in elkaar en probeer mijn tranen terug te duwen. Ik wil niet huilen bij een vreemde.
‘Waar gaan we heen?’ Vraag ik hem zijn vraag negerend.
‘We gaan naar mijn vrienden. Ik wil eerst je naam weten, dan wil ik weten wat die jongens hebben gedaan voor ik je naar ze terug stuur. Ik wil weten of je veilig bij ze bent.’ Zegt de jongen waarop ik zwak knik. Ik hoor het gelach van nog meer jongens en vlug verberg ik mijn gezicht in Paul zijn hals. Ik wil niemand zien!
‘Niemand wilt jou gezicht zien!’ schreeuwt de stem. Kan het stoppen? Ik word gek van haar.
‘Paul! Wie heb je dit keer als prooi mee genomen?’ Roept een onbekende jongens stem.
‘Als jij haar niet meer wilt mag ik haar dan hebben?’ Roept een andere jongens stem. Ik kijk verbaast op en zie een hele groep jongens om een kampvuur zitten. Iedereen kijkt net zo verbaast naar mij als ik naar hun. Ik begin verlegen op mijn onderlip te bijten en kijk dan naar Paul. De jongen lacht lief en gaat met mij nog steeds vast op het zand zitten.
‘Jongens doe eens beleeft!’ Roept een Strenge mannen stem. Meteen is iedereen stil en word er niet meer naar mij gekeken.
‘Sam, kunnen we beginnen met de verhalen? Ik leg jullie na de verhalen alles wel uit.’ zegt Paul tegen iemand. Ik hoor geen antwoord dus ik denk dat de persoon heeft geknikt of zo.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen