Foto bij Hoofdstuk 4

ik hoop dat jullie dit een leuke stukje vinden!

Ik kijk naar buiten en zie in de verte nog een paar ouders staan die zwaaien naar hun kinderen. Ik zou ook zulke ouders willen hebben. Ik zou gewoon iemand willen hebben die ook zo naar me zwaaide. Iemand die er elke dag voor me is. Iemand die met heel zijn hart en ziel om me geef, maar ik heb helemaal niemand die zo veel om me geeft. Ik ben alleen met mijn opa en Severus, die een soort van als een oom aan voelt. Hij was er voor me als mijn opa er niet was. We deden leuke dingen en lachten samen, maar dat werd ook steeds minder. Albus wilde het niet meer hebben en Severus had toch al weinig tijd. Ik hoor de deur open gaan en meteen draai ik me naar de deur van de coupe toe. Er staan drie jongens in de deur opening. Twee mollige en een slanke. De slanke jongen valt het meest op door zijn witblonde haar en zijn steen grijze ogen. De jongen kijkt me sluw aan. Ik weet nu al dat het een zak is.
‘Wat wil je?’ Vraag ik bot aan de jongen. Zijn blik veranderd naar verbaast en dan begint hij te grijnzen.
‘Ik dacht dat je misschien wel wat gezelschap kon gebruiken. Je ziet hier zo alleen.’ Zegt de jongen met nog steeds een grijns op zijn gezicht. Zijn stem! Die klootzak! Ik voel de woede door mijn lichaam stromen en zodra ik mijn ogen voel prikken kijk ik vlug naar buiten.
‘Mijn naam is Draco Malfidus. Ik ben een volbloed tovenaar.’ Ik sluit mijn ogen en laat mezelf langzaam weer kalmeren.
‘Je bedoelt dat je een klootzak bent.’ Zeg ik zachtjes. ‘Je naam is Boeit me niks en je status al helemaal niet.’ Zeg ik nu wat harder. ‘Wat was ik ook al weer?’ Vraag ik hem zachtjes als ik mijn blik weer op hem richt. Ik zie de verbaasdheid op de gezichten van de jongens. ‘O ja een Dreuzel! Je keek nog niet eens naar me om. Want ja Dreuzels zijn het niet waart om naar omgekeken te worden! Maar zal ik je wat zeggen. Ik ben geen Dreuzel!’ Vertel ik hem. ‘En maak nu dat je hier wegkomt voor ik iets doe waar ik spijt van krijg.’ Zeg ik terwijl ik mijn hand tot een vuist bal. Een meisje met bruin lang krullend haar komt de coupe binnen lopen kijkt ons verbaast aan.
‘Griffel wegwezen.’ Snauwt hij naar het meisje. Ik sta met een ruk op en kijk de jongen diep in zijn ogen.
‘Nee, jij wegwezen!’ Zeg ik zo koel mogelijk. De jongen gromt iets en loopt dan boos de coupe uit. Ik kijk naar het meisje en kijk meteen in haar diep chocolade bruine ogen. Ze lacht vriendelijk naar me en komt tegenover me zitten. Ik lacht terug en steek mijn hand naar haar uit. ‘Roxanne.’ Zeg ik terwijl ze mijn hand vastgrijpt.
‘Hermelien.’ Stelt ze zichzelf voor. Ik knik en laat haar hand los. ‘Malfidus is nu eenmaal een klootzak. Je moet hem gewoon negeren dat doe ik ook altijd.’ Verteld ze me waarop ik grinnik en knik. ‘Is dit je eerste jaar op Zweinstein?’ Vraagt ze me waarop ik knik.
‘Ik stroom in het tweede jaar er bij.’ Ik zie een glimlach op haar gezicht verschijnen.
‘Dan kom je in mijn jaar! Ik hoop zo dat je bij mij op de afdeling komt. Ik weet zeker dat we goede vriendinnen zullen worden. Ik denk dat we dat toch wel worden, maar het blijft leuker als je van de zelfde afdeling bent.’ Roept ze vrolijk en begint meteen ook over andere dingen te praten. Ik begin zacht te lachen. Fijn om nu al iemand te hebben die vriendinnen wilt worden en aardig tegen me is. Ik had een slechtere start van school kunnen hebben.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen