‘Wat is dat zwaard? Geef eens hier!’ Prometheus griste het stenen zwaard bijna uit Aris’ handen en Alexander was ook nieuwsgierig naar wat het was.
‘Ik heb geen idee, ik heb het ooit eens gewonnen van een onsterfelijke die beweerde dat het een zeer krachtig zwaard was. Dat is het enige dat ik erover weet.’ Met zichtbare moeite gaf Aris het zwaard aan de aloude die het aandachtig bestudeerde.
‘Bastet noemde het Joyeuse,’ merkte Alexander op en een geschokte uitdrukking verscheen op Prometheus’ gezicht.
‘Joyeuse, het zwaard van aarde,’ mompelde hij. ‘Eén van de vier legendarische Zwaarden van Macht. Je hebt een zeer krachtig wapen in je bezit, één dat iedereen verlangt te hebben. We moeten met Zeus bespreken wat ermee te doen, want het is niet veilig voor een onontwaakte humani om het in zijn bezit te hebben. Het is in staat om zelfs alouden te corrumperen.’ Zijn woorden klonken onheilspellend en een rilling ging over Alexanders rug. Het verbaasde hem dat Aris zoiets in zijn bezit had gekregen.
‘Nek*’ mompelde hij, zijn ogen groot van angst.
‘Ik wist dat het krachtig was, maar niet dat het zo krachtig was. Ik wil het ook niet houden, ik durf die verantwoordelijkheid niet aan. Het verklaart ook waarom ik moeite had met het afgeven aan jou.’
‘Ik ben blij dat je zelf inziet dat het een gevaarlijk wapen is,’ zei Prometheus. ‘Menig mens zou al zo ver door het wapen beïnvloed zijn dat die het niet meer af zou willen geven. Heb je er vaker mee gevochten?’
Aris schudde van nee. ‘Ik wilde het bewaren voor momenten van nood. Toen ik hoorde dat we waarschijnlijk tegen alouden moesten gaan vechten, leek deze veldslag me het moment om het bij me te houden.’
‘Dat was een wijze beslissing van je. Het zwaard heeft ons erg geholpen, want Anubis is dood! Maar je hebt jezelf gered door het verder niet te gebruiken.’ Aris knikte begrijpend en het gesprek over Joyeuse was klaar. Het was tijd om te kijken hoe het met iedereen ging.
Scathach was ondertussen bijgekomen, maar keek nog wat verdwaasd om zich heen.
‘Dat was me een flinke klap, het doet nog steeds pijn,’ mopperde ze, maar ze stond wel weer op haar benen.
Vanwege de dood van Anubis en de vlucht van Bastet, had ook hun leger de benen genomen. De enige nog levende wezens op het slagveld waren de Medjay en hun vrienden.
Pas toen alles weer rustig was, kon Alexander weer een beetje nadenken en opeens besefte hij zich dat Hephaistion al niet meer had gezien sinds het begin van de veldslag. Was alles in orde met hem? Hij liep over het slagveld heen en zag veel van de Medjay bezig met het helpen van hun gewonde kameraden. Ook de doden werden verzameld en tot Alexanders verdriet waren dat er veel. Ze hadden zich dan wel gespecialiseerd in het bevechten van dit soort monsters, toch bleven het zeer geduchte tegenstanders die veel slachtoffers konden maken.
Voor het geval dat hield Alexander een oog op ieder die op de grond lag, maar hij hoopte heel hard dat Hephaistion er niet zodanig slecht aan toe was dat hij daartussen zou liggen. Tot zijn grote geluk zag hij Hephaistion op een gegeven moment. Hij zat nog op zijn paard en was duidelijk ook op zoek, zeer vermoedelijk naar Alexander.
‘Hephaistion!’ riep Alexander en hij trok daarmee gelijk Hephaistions blik. Een glimlach verscheen op zijn gezicht en hij stuurde zijn paard richting Alexander. Hij sprong van zijn paard voor het goed en wel stilstond en hij omhelsde Alexander vol enthousiasme.
‘Het is goed om je heelhuids hier te zien,’ zei hij en Alexander liet zijn hoofd op zijn schouder steunen.
‘Ik ben ook blij om jou in goede gezondheid te zien.’ Ze lieten elkaar weer los en Alexander bekeek Hephaistion nog eens goed. Hij zag er inderdaad goed uit, op een kras over zijn wang na.
‘Wat heb je gedaan?’ vroeg Alexander en voorzichtig raakte hij de wond aan. Hephaistion haalde scherp adem bij de aanraking, maar liet hem.
‘Een Berserker kwam iets te dichtbij met zijn klauwen. Ik wist nog weg te duiken voor de hele haal.’
‘Je moet wel voorzichtig zijn,’ grijnzend schudde Alexander met zijn hoofd en nam Hephaistion nog eens in een stevige omhelzing.
‘Maar jij ziet er ook goed uit voor het feit dat ik er niet was om je te redden.’ De grijns die al aanwezig was op Hephaistions gezicht werd breder.
‘Daar had ik deze keer blijkbaar Aris voor. Hij kan er ook wat van!’ Hephaistion lachte voluit en klopte Alexander op zijn schouders.
‘Je hebt me gewoon niet meer nodig, joh.’
‘Echt wel! Je was deze keer helaas alleen aan de andere kant van het slagveld. Kan ik er wat aan doen dat ik dan maar een nieuwe beschermengel moet gaan zoeken!’
‘Mij gewoon de volgende keer bij jou in de buurt plaatsen.’ Hephaistions grijns werd uitdagend en het was dat ze op een slagveld stonden, want anders was Alexander er vol voor gegaan.
‘Maar kom, laten we de rest gaan zoeken.’ Hephaistion had de onserieusheid gebroken en ergens vond Alexander dat erg jammer. Maar aan de andere kant was het wel beter, want er was nog een hoop te doen en te regelen. Doden moesten begraven worden, de monsters verbrand, de gewonden verzorgd en hun groepje had ook nog een hoop te bespreken. Pas als dat alles achter de rug was, zouden ze weer tijd met elkaar kunnen hebben.

*Shit

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Ik ben zo blij ze weer samen te zien!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen