Foto bij Hoofdstuk 53

Die nacht sliep Rowan in de hangmatten benedendeks. Als ze niet zo moe was, was ze nooit in slaap gekomen in het midden van de snurkende en stinkende crew. Maeve en Grainne hadden blijkbaar een andere slaapplek, één die Devan ook nog had. Ze wist niet of zij en Faraj een bed deelden, maar hij was ook nergens te bekennen. Alleen Filip was hier met haar.
      Ondanks alles werd ze de volgende ochtend uitgerust wakker. Haar spieren sloegen alarm het moment dat ze uit de hangmat stapte, maar ze negeerde hen. Spierpijn was iets waar ze mee had leren leven. Ze strekte zich uit en volgde de crew mee naar boven.
      Het eerste waar haar ogen boven naar zochten, was Maeve, maar ze was nergens te bekennen. Ook Grainne kon ze nergens vinden, dus ze nam aan dat ze nog wat aan het bespreken waren.
      “Rowan.”
      Filip werkte zich naar voren, en ze was opgelucht weer een bekend gezicht te zien.
      “Hé Filip.”
      “Hoe heb je geslapen?”
      Ze haalde haar schouders op en haar spieren protesteerden meteen.       “Kon erger.”
      “Geen fan van hangmatten?”
      “Niet echt.”
      Net toen ze bang was dat hun gesprek vast zou lopen, ving ze een glimp op van Maeve’s rode haar in haar ooghoek. Ze keek bezorgd en ze kon zweren dat ze heel even haar kant op keek.
      “Saving Grace crew.”
      Grainne’s stem klonk als een donderslag, en het verbaasde Rowan dat het niet leek of ze daar magie voor gebruikte. Het werd onmiddellijk stil, en alle werkzaamheden leken op pauze te worden gezet. De bezem van een matroos viel op de grond en klaterde door de stilte heen.
      “Het arriveren van onze gasten,” alle blikken gingen naar haar toe, “heeft veel veranderd. Niet alleen aan dek, maar ook in onze benadering van onze vijanden.”
      Er ging een gefluister op in de menigte en Rowan kon de naam Cowell meerdere keer horen.
      “Ik weet dat veel van jullie hebben geleden onder de daden van Cowell. Te lang hebben we hem vermeden, hem ontweken, en zijn we weggerend uit angst voor wat hij kan doen. Maar dit kan niet langer doorgaan.”
      Er hing er bezwaarde stilte nu.
      “Cowell mag dan de schepen aan zijn kant hebben staan, maar als we hem kunnen verrassen, dan staan we een kans.”
      Het enthousiaste gejoel waar ze op gehoopt had, kwam niet. In plaats daarvan was het muisstil. Elke seconde leek uren te duren in de gespannen stilte. Ze luisterde naar het ruisen de zee, naar het waaien van de wind, naar de kloppen op --
      Wacht.
      “Filip,” zei ze, maar Filip was al naar de reling gelopen. Rowan wierp een snelle blik op Grainne en Maeve en rende toen achter hem aan.
      “Elis!”
      Het was Elis, en haar donkere ogen keken op naar haar.
      “Is --”
      Ze glimlachte en knikte. “Ik heb de hulp van mijn zusters.”
Filip keek haar met een enorme grijns aan en het drong eindelijk tot haar doen: ze zouden het doen. Ze zouden een kans hebben. En zonder Filip..
      Ze viel hem om de hals en omhelsde hem stevig. “Bedankt,” zei ze. “Jij idioot.”
      Hij lachte en omhelsde haar terug. “Jij ook bedankt.”
      Maeve kwam aanrennen, eerst met een zuur gezicht, maar het veranderde de seconde dat ze Elis in het water zag.
      “Wat --”
      “Ze willen helpen.”
      Het duurde heel even voor het tot haar doordrong, maar langzaam veranderde de streep van haar mond in een brede glimlach.
      “Echt waar?” Ze sprong bijna op en neer van vreugde.
      Elis knikte. “Echt waar.”
      Ze keek heel even van Rowan naar Filip naar Elis naar Grainne. Toen rende ze terug naar haar moeder en schreeuwde: “ze doen het! De zeemeerminnen staan aan onze kant!”
      Opnieuw klonk een gefluister, harder dan eerder, en ze kon maar moeilijk woorden onderscheiden.
      “We staan niet langer alleen,” schreeuwde Grainne over het geluid van de crew’s stemmen. “We hebben de hulp van het meervolk! We hebben een kans die we nooit meer zullen krijgen.”
      Het was weer stil, en Grainne keek hulpeloos in het rond. Na een paar eindeloos durende seconden stapte Maeve langzaam naar boven en zei:
      “Ik sta bij je.”
      Filip stapte naar voren. “En ik.”
      Rowan stapte naar voren. “En ik.”
      De deur van de kapiteinshut vloog open en Faraj en Devan stonden in de deuropening.
      “En wij.”
      De grote man van eerder keek naar Rowan toe en stapte toen naar voren.       “En ik ook.”
      Het was niet meer te stoppen vanaf dat moment. Eén voor één stapte de crew naar voren, en Rowan keek glunderend om haar heen. Het zou gebeuren! Ze zouden eindelijk Cowell verslaan, en ze zou eindelijk haar huid terughebben.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen