Foto bij Hoofdstuk 56

De twee wapens hingen zwaar aan Rowan’s riem. Aan boord ging een gespannen stilte die niemand echt durfde te verbreken. De zeldzame gesprekken die nog werden gevoerd waren slechts fluisteringen. Niemand durfde te benoemen wat ze deden: wachten. Wachten op wat heel waarschijnlijk hun doem was. En toch was niemand gevlucht, ondanks de kans die Grainne ze nu gaf. Deed Grainne dit voor haar? Voor Maeve? Voor haarzelf? Of voor hen allemaal, op een bepaalde manier?
      Rowan dacht aan de zeemeerminnen die nu stuk voor stuk de zee afzochten naar Cowell’s schip. Ze hadden nog niets gehoord en in haar achterhoofd was de angst dat er iets met ze kon gebeuren eeuwig aanwezig. Wat als er iets met Elis gebeurde? Filip zou ontroostbaar zijn. En het zou allemaal haar eigen schuld zijn.
      “Hé.”
      Maeve ging naast haar staan bij de reling.
      “Hé.”
      Ze staarden even over de zee, luisteren naar haar eeuwige geruis, en genoten van elkaars aanwezigheid. Rowan wilde naar haar hand reiken, maar iets hield haar tegen. Ze durfde niet hier. Dus ze keek naar haar, naar de rode haren en de manier dat ze naar de zee keek alsof het haar enige thuis was.
      “Ben je bang?” vroeg Maeve.
      “Ja.”
      Ze zuchtte. “Ik ook. Deze crew en ik, we hebben zoveel overleefd, maar --”
      Ze hoefde haar zin niet af te maken.
      “Ja..”
      De spanning weefde een net om hen heen. “Ik --”
      “Ik --” Ze leken het geen van beide te weten. “Rowan, als -- als er iets gebeurt… Je moet weten dat, wat er gebeurde op dat eiland…”
      Ze keek voor de eerste keer naar haar, en Rowan slikte. Heel even wilde ze dit allemaal vergeten en voor eeuwig in dit moment leven. Met haar.
      “Je moet weten,” ging ze verder, “dat ik er geen spijt van heb.”
      Rowan’s keel leek ineens zo droog. “Nee,” zei ze zachtjes, “ik ook niet.”
      “Goed.” Maeve glimlachte voorzichtig. “Als je je huid terug hebt,” zei ze, en ze sloeg haar ogen weer neer, “kom je dan ooit weer terug? Als mens?”
      Niet veel eerder had ze nee geantwoord op die vraag, maar nu was alles veranderd. Nu waren Devan en Faraj, en Filip en Grainne hier. En Maeve. Vooral Maeve.
      “Ja.” Ze knikte. “Ik beloof het.”
      “Dank je.”
      Maeve gaf haar nog een laatste glimlach en vertrok toen, en heel even voelde ze zich zo leeg dat haar maag zich niet meer kon omdraaien.

Lang kon ze niet meer daar blijven, starend naar de zee. Er waren teveel bange gedachten die haar hoofd vulden, teveel misselijkmakende scenario’s, alle manieren waarop het fout kon gaan, ze moest eruit.
      Ze begaf zich tussen de crew, die van veraf bezig leken, maar als je langer naar ze keek, en Rowan keek lang naar ze, bleek dat ze eigenlijk niets deden. Een jonge matroos scrubde het dek steeds op dezelfde plek, Grainne ijsbeerde in het rond voor de kapiteinshut en ze zag Filip zijn zwaard schoonmaken en elke drie seconden naar de zee uitkijken. Maeve was nergens te bekennen, maar ze zag Devan en Faraj wel. Ze waren op het dek met hun degens aan het oefenen. Pas toen ze op een paar meter afstand was, zagen ze haar aankomen.
      “Je wordt al goed, Devan,” zei ze.
      Devan lachte, maar Rowan kon in haar ogen zien dat het niet helemaal oprecht was.
      “Dit is niets vergeleken met Faraj,” zei ze. “Je zou hem moeten zien als hij het niet rustig aan doet voor mij.”
      “Ik wil Cowell vermoorden zoals hij mijn vader vermoordde,” zei hij, en zijn gezicht stond zo hard dat ze er bijna bang van werd. Hij meende het.
      “Ik snap het,” zei ze. “Ik wil alleen mijn huid terug.”
      “En je zult het krijgen,” zei hij vastberaden. “Ik zal het voor je krijgen.”
      “Far,” zei Devan zacht. “Wees voorzichtig.”
      Dat zorgde ervoor dat de harde trek om zijn mond verdween. “Ja…”
      “Goed.”
      “Jij ook, Rowan,” zei Devan.
      Ze glimlachte. “En jij, Dev.”
      “Altijd.”

Reacties (1)

  • Delahaye

    Whiiiee, hou deze ship alsjeblieft levend!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen