“How can I put it down into words,
When it’s almost too much for my soul alone.”


Justine Heidi Harbours

Gym was een succes. Ik geef het niet graag toe, maar ik kan het ook niet ontkennen. Alle drie de delen waaruit een gymles bestaat zijn namelijk vlekkeloos verlopen. Deel één is het omkleden, waar ik geen vragen heb gekregen en niemand me raar heeft aangestaard. Deel twee is de gymles zelf. De leraar heeft me amper een blik waardig gegund en niets opgemerkt aan mijn kledingkeuze. De gymles zelf viel ook reuze mee, aangezien we trefbal deden. En geloof het of niet, als je ervaringen zoals de mijne hebt, dan wordt je vanzelf een expert in het ontwijken van dingen. Glazen flessen met alcohol, schoenen, handen en voeten, noem het maar op. Een simpele, zachte trefbal is daar niets bij. Deel drie is het omkleden, opnieuw. Echter heb ik met deel drie nooit veel moeite gehad. Mijn vaste tactiek is simpel, je helpt de leraar met het opruimen van de dingen, zodat als je terugkomt, de meeste meiden klaar zijn met douchen. Dan tegen de tijd dat jij klaar bent met douchen, zijn de meeste meiden al klaar met omkleden en ta-da, zo kan je je op je gemak omkleden. Het is de beste tactiek die ik ooit uitgevonden heb, al zeg ik het zelf.
      Terwijl ik op de verharde weg naar huis loop, draai ik mijn haar uit de halve knot die ik speciaal voor de gymles gemaakt had. Uiteraard had ik precies genoeg lokken naar beneden hangen om de afschuwelijke zuigzoen in mijn nek te verbergen en volgens mij is het niemand, tot mijn grote geluk, opgevallen. Soms zit het leven ook mee.
      Verbaasd kijk ik over mijn schouder als ik een auto vaart hoor minderen. De rode Honda stopt haast naast me en een rilling kruipt over mijn rug. Ik heb genoeg films gezien om te weten dat het nooit goed is als een auto ineens op het midden van een verlaten weg naast je komt rijden. Het beste wat ik me kan herinneren van mijn moeders laffe lessen in ‘hoe je het beste met een vreemde man die kwade bedoelingen heeft om kan gaan’, is dat je geen oogcontact, of welk contact dan ook, moet zoeken. Het is best ironisch dat mijn moeder ons probeerde te waarschuwen voor mannen met kwade bedoelingen buiten, terwijl in ons gezin zelf het grootste kwaad aanwezig is.
      Ik hoor het raampje van de auto naar beneden glijden en ik zet nog een tandje bij, ondanks dat die poging tevergeefs is, want eerlijk is eerlijk. Ik ben Justine, ik ben een mens en ik zal nooit harder rennen dan een auto kan rijden. Hoe hard ik er ook in wil geloven.
      ‘Justine,’ schreeuwt een totaal niet onbekende stem vanuit de rode Honda. ‘Heb je een rit naar huis nodig?’
      ‘Embry?’ vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Ik stop niet met lopen, maar kijk de jongen wel vragend aan. Het gebeurtenissen van vanochtend en vanmiddag spelen zich voor mijn netvlies af en ik kan het niet laten om te doen alsof ik wat lokken over mijn schouder zwiep, terwijl ik in werkelijkheid de col van mijn trui iets omhoogtrek. Een huivering kruipt over mijn rug en ongemakkelijk kijk ik de bloedmooie man aan. Wat ongemakkelijk dat hij van alle mensen die zuigzoen moest ontdekken. Als Nessie het was geweest had ik er een heel verhaal om kunnen kletsen, maar Embry zorgt ervoor dat mijn keel zo droog als de Sahara wordt en mijn knieën beginnen te knikken.
      ‘Heb je een rit naar huis nodig?’ vraagt Embry met opgetrokken wenkbrauwen. ‘Als sorry voor mijn veel te bemoeiende opmerking deze ochtend?’
      Ongemakkelijk flitsen mijn ogen van Embry naar het bos achter hem en weer terug, breng de ongemakkelijkheid nogmaals terug, bedankt Embry. Nerveus druk ik mijn duim en middelvinger bij elkaar, zodat ik niet ga friemelen.
      ‘Je hebt al sorry gezegd, en ik heb je excuses al aanvaard,’ antwoord ik. Ik haal mijn schouders op en ik verbaas me over de kalmte in mijn stem, alsof het niets is. Ik sluit even mijn ogen en direct lijk ik de toppen van mijn vaders vingers over mijn huid te voelen dansen. Zonder aarzelen open ik mijn ogen en kijk ik richting Embry, die nog steeds geen aanstalten lijkt te maken om te vertrekken.
      ‘Toch, het was echt totaal niet aan mij om erover te oordelen,’ kaatst Embry terug.
      Ik bijt op mijn lip, om te voorkomen dat ik ongemeende woorden er uitgooi en om mijn tranen binnen te houden. Iedere keer dat er een woord over Embry’s perfecte lippen rolt kan ik het niet helpen dat ik mijn vaders handen voel op plekken waar ze niet thuishoren. Als Embry niet snel een hint vat en wegrijdt, is hij zo het slachtoffer van een Justine-breakdown.
      ‘Kom op, Justine, stap in de auto,’ zegt Embry casual, alsof we beste vrienden zijn en we elkaar al eeuwen kennen. ‘Dan hoef je dat stuk niet te lopen.’
      Ik voel hoe mijn ogen beginnen te branden, hoe mijn al kwetsbare lip een stukje openscheurt en hoe mijn controle over mijzelf en mijn emoties stukje bij beetje afbrokkelt, totdat de dijk die mijn emoties in toom houdt zo zwak is, dat mijn emoties er als een golf overheen stromen.
      Voor ik er wat tegen kan doen, loopt er een traan over mijn wang. Gewoon een simpele traan, maar wel eentje waar ik mezelf voor haat. Zwakte tonen in mijn eigen bed wanneer het donker is en Ariel me niet kan zien of horen is één ding, maar voor een jongen? Een jongen die misschien wel net zo gemeen en kwaadaardig als mijn vader is? Nee, ik ben zojuist tot het dieptepunt gezakt en ik weet niet zeker of ik mezelf er wel uit kan krijgen.
      ‘Justien?’ vraagt Embry. De toon in zijn stem lijkt bezorgd, maar ik weet het niet zeker, want het enige wat ik momenteel nog hoor is een hoge piep die signaleert dat ik ieder moment kan instorten. En het is nog een kwartier lopen naar mijn huis. Het lijkt erop dat het leven toch niet altijd mee zit.

Reacties (3)

  • LarryNiam

    Oh arme justine.....
    Embry cutie dat onderwerp is afgesloten. Snel verder<3

    4 maanden geleden
  • Slughorn

    Awh, Embry komt je alleen helpen lieverd (:

    4 maanden geleden
  • Frodo

    Wauw, wat een mooi hoofdstuk! Hopelijk hoort Emry nu wat er aan de hand is en kan hij hen helpen :c

    4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen