Foto bij ~7~

‘Nina!’ Hoor ik mijn oudste broer vanaf beneden roepen. heel langzaam loop ik de trp af en kijk de jongen verbaast aan als ik voor hem sta. Damian zijn gezicht staat op ontploffen en Rens kijkt bezorgd naar me.
‘Damian, wat zit je dwars?’ Vraag ik hem met een meer zoete stem.
‘Dat jij bij me weg rent! Uren niet thuiskomt zonder iets te laten weten. We hebben heel het bos uitgekamd en dan komen we thuis lig jij al slapend in je bed!’ Schreeuwt hij naar me.
‘Weet je wat mij dwars zit?’ Vraag ik hem nu nog rustig, wetend dat ik ook elk moment kan ontploffen als het zo door gaat. ‘Ik ben het zat dat mensen me niet mogen!’ Zeg ik zo rustig mogelijk. Ik maak de voordeur open en loop rustig naar buiten. Ik voel een vuur in mijn branden en mijn handen trillen van woede.
‘Mensen denken dat ze me kunnen uitschelden! Dat het geen pijn doet bij mij, maar dat doet het wel! Weet je hoe het is om mij te zijn? Nee! Jullie zijn perfect! Mensen lachen met jullie en niet om jullie. Weet je wat ze naar mij roepen?’ Vraag ik de twee jongens de longen uit mijn lijf schreeuwend. Damian lijkt wel bang voor me en het voelt goed. Voor het eerst voel ik me sterk of ik alles aan kan.
‘Je bent echt niet sterker dan hun. Binnen een minuut zit op de grond in de hoek van je kamer. Zielig medelijden met jezelf te hebben. Maar je weet net zo goed als ik dat je het verdient!’ Schreeuwt de stem door me heen. ik negeer haar en blijf op Damian zijn antwoord wachten.
‘Nee? Ze roepen: “Ik haat je!”, “Je bent een slet!”, “Je bent niks waard!”, “je bent een loser!”, “waarom leef jij nog? Je bent maar een Nada!”. Zo heeft nog nooit iemand jouw genoemd of wel?’ Schreeuw ik nu alleen nog maar naar Damian. Ik hoor de bosjes achter me ritselen en ik voel gewoon dat er vier jongens uit komen. Het zijn Paul, Seth, Embry en Jared. Het zijn de jongens van gister. Hoe heb ik hun naam in godsnaam nog kunnen onthouden? Hoe weet ik eigenlijk dat zij het zijn?
‘Nada, nu ben ik er klaar mee! Gedraag je niet als een kleinkind en stel je niet aan!’ schreeuwt de jongen naar me. Ik kijk hem verbaast aan en voel hoe mijn hard breekt. Ik voel al mijn spieren samen spannen en dat mijn huid strak gaat staan. Het voelt net of ik elk moment uit mijn vel kan scheuren.
‘Wat zei je?’ Vraag ik de jongen verbaast. ‘Hoe noemde je me?’ Ik kijk naar Rens en ik zie dat hij een angstige stap naar achteren zet. ‘Vind je me echt een Nada?’ Vraag ik Damian en kijk hem weer terug aan. In zijn ogen zie ik iets wat me raakt. Zijn woede en afkeer tegen mij
‘Ik zou ook een afkeer en haat tegen je tonen als ik je zou zien. Wacht laat maar, wie wil jou nou zien!’ Schreeuwt ze door mijn hoofd. Ik krijg echt koppijn van haar maar dat kan me nu niks schelen.
‘Ben ja na twee jaar nog steeds boos op me. Ik kon er niks aan doen dat hij dood ging! en dat weet je!’ Schreeuw ik naar hem. Ik kijk naar Rens en hij knikt trots naar me. Ik ren op Damian af en bespring hem. We vallen om met mij boven op hem en ik begin hem zo hard als ik kan te slaan.
‘Jij lul die je bent!’ Schreeuw ik naar hem te wijl ik nu ook mijn nagels begin te gebruiken. ‘Wat heb ik jou ooit misdaan! Wat heb ik fout gedaan?’ Schreeuw ik naar hem terwijl er tranen van woede beginnen te stromen.
‘Je geboorte dat heb je hem aan gedaan!’ Schreeuwt die vervloekte rot stem. Damian haat ik voortaan net zo veel als haar. Ze verkloten mijn leven!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen