Foto bij ~8~

Extra lang stukje!

uit het niets word ik door twee gespierde armen vastgepakt en van Damian afgetrokken.
‘Hey Nina, doe is rustig. Je moet je eigen broer niet aanvallen.’ Hoor ik de jongen Paul in mijn oor fluisteren. Ik wist wel dat ze in de bosjes achter me zaten! Maar hoe wist ik dat eigenlijk?
‘Maar hij is mijn broer niet.’ Mompel ik zachtjes. ‘Hij is mijn broer niet en nooit geweest ook niet. Ik heb geen familie en ik heb er ook geen nodig! Ze breken je en laten je alleen achter!’ Schreeuw ik. Ik ruk mezelf los uit Paul zijn sterke armen en val Damian weer aan. ‘Je weet dat ik hem niet vermoord heb! Je verafschuwt me of het mijn schuld is dat hij dood is! Heel vaak heb ik de schuld op mezelf geschoven, maar jij weet net zo goed als ik dat ik het niet was. Ik was er bij, ik zag het, maar ik was niet degenen die hem aanreed.’ Schreeuw ik naar hem en zet voor nog een laatste keer mijn nagels in zijn gezicht. Ik laat hem los en kijk hem aan. ‘Hij heeft zijn leven gegeven om het mijne te redden. Hij was mijn held, mijn vader.’ Zeg ik en ren dan de bossen in. Zo hard als ik kan ren ik van de groep af steeds dieper het bos in. Ik hoor in de verte nog mensen mijn naam schreeuwen, maar ik negeer ze. Ik wil niemand meer van hun zien. Ik haat ze!
‘Liefje, ze haten jou nog duizend maal zo erg.’ Zegt de stem in mijn hoofd. Het kan me niks schelen wat ze zegt. Het kan me allemaal niks meer schelen. Ik zie een brede kloof op me afkomen en zonder er goed over na te denken spring ik. Zodra ik op de helft ben voel ik een glimlach op mijn gezicht verschijnen. Ik voel me zo vrij als een vogel. Het voelt of ik kan vliegen. Ik land soepel aan de andere kant van de revier en kijk heel even om. Ik sprong echt over een kloof heen! Ik begin verder te rennen en de wind door mijn haren voelt geweldig. Ik hoor snelle voetstappen die me volgen. Om precies te zijn word ik door zeven personen gevolgd. Uit het niets verdwijnt er een paar voetstappen en zie ik uit mijn ooghoek iets op me afkomen. Zodra hij te dicht bij komt buk ik en laat ik mezelf op de grond vallen. In die zelfde seconden sta ik ook weer. Ik kijk heel voorzichtig om me heen en zie dat ik word omsingeld door zeven bloedmooie mensen. Ze zijn allemaal spierwit net of ze al dood zijn en ze hebben allemaal goudgele ogen. De gezichts uitdrukkingen, lichaamshoudingen en de haarkleuren laten me vermoeden dat het geen echte familie is. Allemaal staan ze in een houding die me een soort van angst bezorgd. Ze willen me aanvallen! Op het zelfde moment dat ik me dat bedenk komt er grom uit mijn keel. De mensen kijken me verbaast aan en ik schut verbaast mijn hoofd en ga recht staan.
‘Het spijt me, ik weet niet waar dat vandaan kwam.’ Zeg ik zachtjes. een blonde man zet een stap in mijn richting en iets verteld me dat hij de leiding heeft van deze familie.
‘Wie ben jij?’ Vraagt de man me met een prachtig zuivere stem. Ik zou een moord voor z’n stem kunnen doen.
‘Als je nu eens een moord op jezelf pleegt!’ schreeuwt de stem door mijn hoofd en lichtjes krimp ik ineen. De man ziet het en kijkt me bezorgd aan.
‘Gaat het?’ Vraagt hij lichtelijk bezorgd. Ik knik zwak en kijk naar de jongen met bruin haar. De jongen kijkt me met een gekwelde blik aan. Fijn, nog iemand die me niet macht! De jongen kijkt me verbaast aan en schut zijn hoofd. Ik kijk hem verbaast aan en kijk dan weer de blonde man aan.
‘Nina Adams.’ Vertel ik waarop de man knikt.
‘Mijn naam is Carlise Cullen en dit is mijn familie. Mijn vrouw Esme.’ Zegt hij en wijst naar een blonde prachtige vrouw. ‘Dit zijn Alice Cullen en Rosalie Hale, mijn dochters’ Hij wijst naar een klein elven meisje met kort, zwart piekhaar en naar een beeldschone blonde vrouw. ‘En dit zijn Edward Cullen, Emmett Cullen en Jasper Hale, mijn zonen.’ Zegt hij terwijl hij naar een jonge wijst met bruin haar, een jongen met bruin bijna zwart haar en een jongen met honing blond haar. Alle zeven hebben ze iets speciaals en zijn ze bloed mooi. Maar ook alle zeven hebben ze iets duisters en mysterieus. Op de een of andere manier trekken ze me aan. Iets zegt me dat we bijna het zelfde zijn.
‘Niemand is z’n erge loser als jij dat bent!’ Schreeuwt de stem in mijn hoofd. Vanaf vandaag betekend zij niks meer voor mij. Ik ben echt helemaal klaar met haar negatieve gedrag. Ze haalt me onderuit en breekt me nog veel meer, maar dat hoeft niet want andere waren haar allang voor! Vanaf vandaag bestaat de stem in mijn hoofd niet meer en zal ik vrij zijn!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen